Zeg dit maar niet tegen je kind

boy and cooked vegetablesAls ouder herken je dit vast. Jij hebt een gezonde maaltijd gemaakt en je kind zit mokkend aan tafel zijn eten heen en weer te schuiven. Jij haalt alles uit de kast om hem toch wat te laten eten.
Ondanks alle goede bedoelingen zeggen ouders soms dingen waarvan de kinderen zeker niet beter gaan eten. Integendeel! Pas daarom op met negatieve boodschappen.

Probeer deze tien dingen over eten niet tegen je kinderen te zeggen:

1. “Kijk eens hoe goed jouw zusje/broertje/neefje/vriendje eet. Waarom doe jij dat niet?”
De boodschap die je kind krijgt: Hij of zij is een betere eter dan ik.
Zeg liever: “Het komt goed, schat. Het kost tijd om aan dit smaakje te wennen, dus blijf het gewoon proberen.”
Uitleg: Maak je kind niet minder dan een ander en geef het vertrouwen dat hij of zij het eten uiteindelijk ook zal waarderen.

2. “Vroeger lustte je dit wel? Je bent ook zo kieskeurig.”
Boodschap: O jee, misschien blijf ik altijd wel een moeilijke eter.
Beter: Besteed helemaal geen aandacht aan deze kieskeurigheid. Maak eten een fijne ervaring.
Uitleg: Bestempel je kind niet als moeilijke eter. Kieskeurigheid hoort bij het ontwikkelen van goede eetgewoonten. Wanneer je eenmaal als kieskeurig te boek staat, kom je er moeilijk van af.

3. “Ik zeg het nog één keer: Nee, je krijgt geen ijs.”
Boodschap: “Ik zal nooit meer een ijsje krijgen.”
Beter: “We eten nu geen ijs, omdat we over een half uur gaan lunchen. Morgen (of ander moment) krijg je ijs als toetje.”
Uitleg: Nee is makkelijker te accepteren, wanneer kinderen weten dat ze het wel weer eens krijgen.

4. “Je moet echt nog iets meer eten. Nog een paar hapjes en dan mag je van tafel.”
Boodschap: “Een leeg bord of de indruk van pa of ma (externe signalen) vertellen mij wanneer ik genoeg heb, niet mijn eigen verzadigingsgevoel.”
Beter: “Zorg dat je genoeg eet, je krijgt pas weer iets bij het ontbijt/de lunch/ het avondeten.”
Uitleg: Wanneer kinderen zelf bepalen hoeveel ze eten, leren ze (met vallen en opstaan) beter met trek en honger om te gaan en naar hun verzadigingsgevoel te luisteren. Hiermee voorkom je dat ze meer eten dan ze nodig hebben en uiteindelijk overgewicht krijgen.

5. “Pas wanneer je je groenten hebt gegeten, mag je een toetje.”
Boodschap: “De groenten zijn niet zo lekker, het toetje wel.”
Beter: Gebruik voedsel niet als straf en beloning. Zorg voor smakelijk bereide groenten en maak van gezond eten een vaste gewoonte. Het toetje hoort gewoon bij de maaltijd.
Uitleg: Volgens onderzoek blijken kinderen voedsel als beloning te verkiezen boven het eten dat ‘moet’.

6. Na meer te hebben gegeten dan normaal: “Wat kan jij goed eten.”
Boodschap: “Mama en papa zijn trots op mij wanneer ik meer eet.”
Beter: “Als je goed luistert naar je maag, eet jij zo goed.”
Uitleg: Wanneer je kinderen complimenteert, omdat ze meer eten, leren ze dat hoeveelheid belangrijker is dan afgaan op je eetlust.

7. “Eet dit nou, want het is goed voor je.”
Boodschap: “Dit is niet lekker.”
Beter: “Dit is zo lekker. Dit smaakt net als …., wat je ook zo graag lust.”
Uitleg: Ook kinderen kiezen bij voorkeur voor lekker en willen weten wat ze van nieuwe dingen mogen verwachten.

8. “Als jij lief bent krijg je een koekje” of “Als jij hier niet direct mee stopt, krijg je vanavond geen ijsje.”
Boodschap: “Als ik doe wat ze willen, krijg ik iets lekkers als beloning.”
Beter: Wees ruim van te voren duidelijk over je verwachtingen en de eventuele consequenties en gebruik eten niet als straf of beloning.
Uitleg: Uit onderzoek blijkt dat straffen en belonen met eten kan leiden tot eetstoornissen.

9. “Die koeken eten we niet te vaak, omdat ze slecht voor je zijn.”
Boodschap: “Alles wat lekker is, is slecht, dus slecht = lekker.”
Beter: “Die koeken eten we bij een bijzondere gelegenheid. In het weekend als je broertje jarig is krijg je er één.”
Uitleg: Bestempel eten niet als ‘goed’ of ‘slecht’. Leg de nadruk op een evenwichtig eetpatroon waarin allerlei producten meer of minder aan bod komen.

10. “Lust jij dit niet? Zal ik iets anders voor je maken?”
Boodschap: “Ik hoef nooit iets nieuws te proberen, want ik krijg altijd mijn lievelingseten.”
Beter: “Dit is wat we vandaag eten. Soms krijg jij je favoriete eten, soms krijgt een ander zijn favoriete eten.”
Uitleg: Samen eten leert kinderen dat eten een gezinsgebeuren is en het helpt bij het ontwikkelen van een bredere smaak. Kinderen hebben soms wel 10 keer nodig om aan een smaak te wennen. Blijf ze het aanbieden en maak niks anders voor hen klaar.

Het is misschien even moeilijk om je uitspraken die je gewend bent te veranderen in bovenstaande uitspraken, maar je zult zien dat je resultaat boekt! Succes!

Wil je meer tips en adviezen over hoe je je kind aan het eten krijgt, zonder scènes aan tafel? Maak eens een afspraak met de voedingsconsulent van Trophé. In een half uur ben je al heel wat wijzer…

Bron: Trophé, Tommies

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>