Superfoods bevatten teveel bestrijdingsmiddelen

gojibessen

gojibessen

Ze zijn razend populair: superfoods. Supermarkten weten ze niet aan te slepen en op internet vind je tientallen recepten met chiazaad en gojibessen. Maar: in een kwart van de superfoods zitten meer sporen van bestrijdingsmiddelen dan wettelijk is toegestaan. Zijn superfoods dan wel zo super?

Afgelopen jaar onderzocht De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) 52 monsters van verschillende superfoods. Twaalf monsters bleken meer resten van bestrijdingsmiddelen te bevatten dan toegestaan volgens Europese regels. Hoewel de hoeveelheid aangetroffen bestrijdingsmiddelen niet gezondheidsgevolgen heeft, rijst de vraag op: hoe super zijn superfoods nou echt?

Superfoods een hype?

Superfoods kunnen worden geplaatst onder de ‘hypes’. En die gaan meestal als volgt: superfoods komen op de markt en krijgen verschillende gezondheidsclaims toebedeeld. Foodies kopen de schappen leeg, gevolgd door hun volgers. Dan komt de massa, die het toch ook even wil proberen. Daarna komt er kritiek: er is nog heel weinig wetenschappelijk bewijs voor superfoods. En dan slaat de twijfel toe en laten mensen het toch maar in de schappen staan.

Steeds goedkoper?

En bij die kritiek en twijfel zijn we nu gekomen. Kookboeken staan vol recepten met chiazaad en macapoeder en in drogisterijen liggen de superfoods spotgoedkoop in de schappen. Dat laatste brengt ons in de war: als het ineens zo goedkoop kan, is het dan nog wel goed? Superfoods horen toch niet super goedkoop te zijn?

Bestaan er wel superfoods?

Superfoods zouden door een hoog gehalte aan goede voedingsstoffen en antioxidanten allerlei positieve effecten hebben op de gezondheid. Maar geclaimde gezondheidseffecten van superfoods zijn over het algemeen niet voldoende wetenschappelijk onderbouwd.

Voorbeelden van superfoods zijn gojibessen, cacaobonen, hennepzaad, tarwegras. Maar ook bessen, rode druiven, knoflook, vette vis (omega-3-vetzuren), olijfolie, bepaalde noten en donkere chocolade worden wel als superfood gezien.

Het Voedingscentrum is van mening dat er geen superfoods bestaan en Trophé sluit zich hierbij aan. Niet één voedingsmiddel kan alle essentiële voedingstoffen leveren die het lichaam nodig heeft. Gevarieerd eten is de beste manier om alle belangrijke voedingsstoffen binnen te krijgen.

Mooie aanvulling

Maar zijn superfoods dan ineens heel slecht? Nee, dat hoeft niet. Ze kunnen een goede toevoeging zijn aan je voedingspatroon. Sommige zaden en bessen hebben mooi eigenschappen, net zoals groenten, fruit en bonen. Oftewel: ze dienen als aanvulling op de dagelijkse maaltijden en variatie is gewenst.

Slimme vervangers

Wel een gezond product, maar geen superfood? Dit zijn vijf goede, gezonde en goedkopere alternatieven met dezelfde soort smaak, structuur en/of voedingswaarde:

  • Tarwegras » broccoli, boerenkool, spinazie
  • Gojibessen » blauwe bessen, kersen,
  • Chiazaad » sesamzaad, maandzaad
  • Kokosolie » roomboter, grasboter
  • Hennepzaad » (wal)noten
  • Moerbeibessen » cranberry’s, rozijnen
  • Bron: Voedingscentrum, GezondNu

    Waarom we meer oranje zouden moeten eten

    mandarijn 24435262_s, gratisHet is bijna Koningsdag en dat betekent dat we ons weer helemaal in het oranje gaan hullen met kleding en make-up.
    Maar ook op je bord is oranje een goede keuze. Want meer kleur eten betekent meer variatie in voedingstoffen en dat is gezond! Vandaar een ode aan oranje voeding. En nee, dan bedoelen we natuurlijk niet de oranje kaaschips, lolly, tompouce, etc. ;>)

    De werking van oranje voedsel

    In India is het een eeuwenoud trucje: hoe meer kleur een maaltijd bevat, hoe aantrekkelijker het wordt en dat is dan weer goed voor je lichaam. Een lekker uitziende maaltijd activeert namelijk de smaakpapillen en dat is goed voor de spijsvertering. Oranje voedsel als mango, wortel, pompoen en eigeel versterkt, kalmeert en bevordert de eetlust.

    Ook heeft de wetenschap uitgewezen dat in iedere kleur weer andere vitaminen en mineralen zitten. Zoals we allemaal wel weten, zorgen worteltjes bijvoorbeeld voor goede ogen. Dit komt door het bètacaroteen dat in ons lichaam wordt omgezet in vitamine A. Die zorgt op haar beurt dat we beter in het licht en donker kunnen zien.

    Oranje voeding bevat ook veel antioxidanten. Deze beschermen je lichaam tegen schadelijke stoffen van buitenaf en daardoor heb je bijvoorbeeld minder kans op kanker. Daarnaast verhoogt het je weerstand en heeft het een positieve invloed op de bloeddruk en op de huid. De stof die wortels, sinaasappels, abrikozen en nectarines oranje kleurt is bètacaroteen. Bèta -caroteen wordt door ons lichaam omgezet in vitamine A en helpt om beter te zien in het licht en donker.

    Abrikozen en nectarines

    In abrikozen zit het meeste bètacaroteen van al het fruit. Je kunt ze vers of gedroogd eten, dat maakt voor het gehalte aan bètacaroteen niets uit. Gedroogde abrikozen bevatten ook veel ijzer en zijn goed voor de bloeddruk. Nectarines zijn extra goed voor de ogen. Er zit veel luteïne en ze xanthine in. Deze stoffen beschermen het netvlies tegen de schadelijke werking van zonlicht.

    Je weet nu dus wat je te doen staat, niet alleen tijdens Koningsdag, maar altijd: Ruim opscheppen dus, die wortels, abrikozen, papaja, perzik en paprika! Want eten in kleur is lekker, gevarieerd en nodigt uit om te eten. En dat is ook voor de kinderen een vrolijke stimulans om aan hun vitamines te komen. Want uit wetenschappelijk onderzoek blijkt, dat kinderen een voorkeur hebben voor veel kleur op hun bord.

    Bron: Gezondheidsnet, Trophé

    Smaakontwikkeling bij zeer jonge kinderen

    boy and cooked vegetables“Dat lust ik niet!”, is een veel gehoorde kreet van kinderen.  Alleen de ene ouder hoort dat maar af en toe en de andere ouder hoort het elke dag weer.  Hoe komt het dat het ene kind zoveel meer lust dan het andere kind ?
    Vele factoren kunnen daarbij een rol spelen, maar een hele belangrijke is de smaakontwikkeling van het kind in het eerste jaar.

    Smaakontwikkeling start al in baarmoeder

    De smaakontwikkeling start al in de baarmoeder. Rond de twaalfde week van de zwangerschap zijn er al de smaakpapillen aanwezig in het mondje van de foetus. De foetus neemt vruchtwater in het mondje, laat dit langs de tong lopen en dan door de neus weer naar buiten stromen. Zo vroeg in de zwangerschap neemt de foetus dus al smaken waar. De smaak van het vruchtwater wordt bepaalt door wat de moeder eet. Wanneer de moeder gevarieerd eet went het kindje in haar buik de hele zwangerschap lang dus al aan verschillende smaken en kan het kindje al een voorkeur voor bepaalde smaken ontwikkelen. Een baby kent voor de geboorte al het verschil tussen bitter, zoet en zuur.
    Het is dus raadzaam om tijdens de zwangerschap zo gevarieerd mogelijk te eten: je kindje kan zo alvast aan verschillende smaken wennen én jij krijgt en jouw kind krijgen hierdoor ook alle benodigde voedingsstoffen binnen.

    Ontwikkeling van smaak

    Bij de geboorte heeft een baby duizenden smaakpapillen. Hierdoor is het kindje heel gevoelig voor smaken en heeft een voorkeur voor milde smaken. Snel neemt het aantal smaakpapillen in de mond af. Wanneer het kind  tien jaar is heeft het nog maar de helft van zijn smaakpapillen  en op de leeftijd van dertig jaar heeft een mens nog maar tweehonderdvijftig smaakpapillen over. Een jong kind proeft dus alles veel sterker dan volwassenen. Hierdoor hebben kinderen meer moeite met nieuwe smaken leren te eten dan volwassenen, omdat zij dus veel meer proeven dan volwassenen. Door het afnemen van de smaakpapillen kan het kind steeds meer smaken aan.

    Borstvoeding versus flesvoeding

    Na de geboorte zal het kindje borstvoeding of flesvoeding gaan krijgen. Borstvoeding kan dus elke keer anders smaken, doordat de voeding van de moeder van invloed is op de smaak van de melk. Kunstvoeding daarentegen smaakt altijd hetzelfde.  Een kindje dat enkel flesvoeding krijgt went veel minder aan smaakvariaties.

    Tussen de vier en zes maanden starten de meeste kinderen met de eerste vaste voeding. In het begin kan dit best lastig gaan en denken ouders al snel dat hun kind de fruit- of groenten  hapjes niet lust. Dit hoeft niet persé het geval te zijn. Vaak heeft het er meer mee te maken dat het kind enorm moet wennen aan de structuur van eten, het is immers alleen vloeibaar eten gewend. Daarbij is van een lepeltje eten ook een nieuwe ervaring waaraan het moet wennen.  Dit vergt namelijk een hele andere beweging van de mond dan drinken uit een fles. Het kan dan ook even duren voordat het kindje dit onder de knie heeft. Eten uitspugen hoeft dan ook niet altijd te betekenen dat het kindje de smaak niet waardeert, het kan ook dat het kind moeite heeft met het voedsel naar achterin de mond te bewegen of dat het kind moet wennen aan de substantie van het eten.

    Zelfgemaakte hapjes versus kant en klare potjes

    Voor de smaakontwikkeling van een baby is het beter te kiezen voor zelf gemaakte hapjes dan voor een hapje uit een potje. Bij kant en klare hapjes zijn alle smaken vermengd waardoor het kind minder verschillende smaken leert herkennen. Daarbij zijn de smaken van kant en klare hapjes ook wat meer afgevlakt. Hierdoor wordt het kindje minder blootgesteld aan wat meer uitgesproken smaken en went hier dus minder aan. Daarbij is de structuur van eten uit vooral de potjes voor de eerste maanden gladder dan menig ouder thuis zal lukken met de stafmixer of iets dergelijks. Het kindje raakt dus ook minder gewend aan wat meer structuur in de voeding. En dat gevoel in de mond door het eten is ook van belang bij de smaakontwikkeling. Voor de smaakontwikkeling van het kind is het dus beter om te kiezen voor een zelfgemaakt hapje.

    Sfeer aan tafel bepalend voor smaakontwikkeling

    Als ouders ontspannen zijn en in een ongedwongen, gezellige sfeer  de eerste hapjes aan hun kind aanbieden, zal het kind meer open staan voor de ervaring van deze nieuwe smaak, dan wanneer de ouder of de sfeer gespannen is. Daarnaast is het handig als jij als ouder ook wat eet wanneer je kind eet. Jij bent dan zijn voorbeeld. Jouw kind wil je zoveel mogelijk proberen na te doen.

    Blijf herhaald aanbieden

    Jonge kinderen hebben een aangeboren voorkeur voor zoet en afkeer van bitter en zuur. Toch kunnen kinderen wel leren wennen aan deze smaken en ze leren waarderen. Vaak moeten ze wel 10 tot 15 keer iets hebben geproefd voordat ze de smaak gaan waarderen. Geef dus niet al na een paar keer op, maar blijf het herhaaldelijk aanbieden.
    Het hoeft overigens niet altijd op dezelfde manier bereid te zijn. Groenten bijvoorbeeld kun je de ene keer rauw aanbieden of gekookt, de andere keer kun je de groenten roerbakken of in een pasta of stamppotje verwerken. Varieer hier eens mee.

    Heb je nog vragen of behoefte aan persoonlijk advies neem dan gerust even contact op.

    Bron: Drs. Tamar de Vos – van der Hoeven

    Paasontbijt en Paassnoepgoed

    eieren geverfd 18525111_s gratisPaasontbijt en Paassnoepgoed

    De Paasdagen staan voor de deur. De meeste kinderen zitten vandaag op school al aan een Paasontbijt. En jij bent vast ook van plan om een gezellig Paasontbijt te maken waar een eitje niet zal ontbreken. Maar hoe zit het eigenlijk met eieren. Zijn ze nu wel of niet gezond? En hoe zit het met paasbrood en al die chocolade paashazen en eitjes, hoeveel calorieën zitten er eigenlijk in al dat lekkers?

    Eieren

    Van eieren word je niet dik. Een gemiddeld gekookt ei bevat maar 75 kcal. Eieren bevatten antioxidanten, die ouderdom gebonden oogziektes kunnen tegengaan.

    Bron van eiwitten
    Eieren zijn rijk aan alle essentiële aminozuren. Bovendien zijn ze een bron van biologische, hoogwaardige eiwitten. Tot slot bevatten eieren nuttige stoffen als ijzer, choline, fosfor, kalium, calcium, seleen en zink en de vitamines A, B2, B11, B12, E en D.
    Ze passen dus heel goed in je voeding. Je moet alleen een beetje oppassen dat je er niet teveel van eet aangezien ze rijk zijn aan cholesterol.
    Eet je met Pasen wat meer eieren dan normaal? Dat is geen probleem. Op het cholesterolgehalte in je bloed heeft dit nauwelijks effect. Een eitje dat is beschilderd met eierverf of viltstiften, kun je zorgeloos opeten.

    Versheid
    Om erachter te komen of een ei nog vers genoeg is om te eten, hoef je deze alleen maar in koud water te leggen. Hoe meer de bolle kant omhoog komt drijven, hoe ouder het ei is. Dat komt door de luchtkamer van het ei. Deze wordt groter, naarmate het ei ouder wordt. Na zes weken is de luchtkamer zo groot, dat het ei in zijn geheel kan blijven drijven. Dan wordt het echt tijd om het ei weg te gooien. Als je een vers ei openbreekt, zie je een ronde, stevige dooier en doorzichtig eiwit dat weinig uitloopt. Uiteraard wordt de versheid van een ei ook gecontroleerd voordat het in de winkel terechtkomt.

    Cholesterolgehalte
    Het idee dat veel eieren eten slecht is voor je cholesterolgehalte, is niet helemaal waar. Zolang je niet meer dan 300 mg cholesterol per dag binnen krijgt en weinig andere producten eet met verzadigde vetten, zit je goed. Bij een ei is het wit vrij van cholesterol, de eidooier bevat 200 mg. Je kunt dus zonder problemen twee tot drie eieren per week eten. Wil je iedere dag een eitje, dan moet je ervoor zorgen dat je zo min mogelijk andere producten eet waar veel cholesterol in zit. Dat zijn bijvoorbeeld vette vleeswaren en kazen, boter en margarines die hard worden in de koelkast, zoete snacks en tussendoortjes.

    Salmonella
    Salmonella is een darmbacterie die via besmet voedsel elk jaar ongeveer 50.000 mensen ziek maakt. Veel salmonellabesmettingen zijn te wijten aan eieren. Toch zijn er in Nederland slechts ongeveer 3 op de 10.000 eieren besmet met de salmonellabacterie. Bovendien kun je zelf een besmetting helpen voorkomen door eieren op een goede manier te bewaren en klaar te maken:

    • Bewaar eieren in de koelkast
    • Gebruik geen rauwe eieren in gerechten die niet verder worden verhit (zoals bavarois of zelfgemaakte mayonaise)
    • Bak je eieren of kook ze hard (eiwit en eidooier moeten gestold zijn)
    ESBL
    ESBL is een enzym dat door sommige darmbacteriën (zoals E.coli) wordt gemaakt. Een enzym dus, en geen bacterie. Maar voor het gemak spreken we toch over een ESBL-bacterie. ESBL zorgt ervoor dat antibiotica niet helpen als je ziek wordt. ESBL-bacteriën zijn niet gevaarlijk voor gezonde mensen, maar voor kwetsbare groepen kunnen ze de behandeling van eventuele infecties flink bemoeilijken. Ze komen vooral voor op vlees, zoals varkensvlees, kalfsvlees, maar vooral kippenvlees.
    Volgens de laatste stand van zaken is er geen reden om aan te nemen dat deze bacterie binnen in eieren zit. ESBL is wel op eieren aangetroffen, maar wie zich houdt aan de bovenstaande bewaar- en bereidtips, hoeft niet bang te zijn dat hij of zij met ESBL wordt besmet.

    Paasbroodjes en snoepgoed

    Met Pasen liggen de winkels ook vol met lekkere Paasbroden en allerlei Paassnoepgoed. Maar hoeveel calorieën zitten er eigenlijk in al dat lekkers? Hieronder een overzicht:

    Kleine paaseitjes (8 gram/stuk)
    Paaseitje witte chocolade – 45 kcal
    Paaseitje melkchocolade – 45 kcal
    Paaseitje pure chocolade – 40 kcal
    Paaseitje gevuld (lichte vulling, likeur) – 37 kcal
    Paaseitje gevuld (zware vulling, noot/praline) – 52 kcal

    Grote paaseieren (50 gram/stuk)
    Paaseieren witte chocolade – 270 kcal
    Paaseieren melkchocolade – 270 kcal
    Paaseieren pure chocolade – 260 kcal
    Paaseieren gevuld (lichte vulling, likeur) – 232 kcal
    Paaseieren gevuld (zware vulling, noot/praline) – 325 kcal

    Paasfiguren en diverse
    Middelgroot figuur melkchocolade (150 gram) – 800 kcal
    Groot figuur melkchocolade (200 gram) – 1100 kcal

    Paasbrood
    Palmpaashaantjes (50 gram) – 148 kcal
    Paasstol (1 snee, 55 gram) – 167 kcal

    Eieren
    Ei gebakken (1 stuk, 50 gram) – 110 kcal
    Ei gekookt (1 stuk, 50 gram) – 75 kcal
    Eierdooier gekookt (1 stuk, 15 gram) – 55 kcal

    Lekker, maar zeer calorierijk. Als je aan je lijn moet denken dan moet je dus een beetje oppassen met al dit lekkers.

    Trophé wenst je een Vrolijk Pasen!

    Eieren koel bewaren of niet?

    doosje eieren 5786293_s, gratisEieren koel bewaren doe je het beste in de doos in de koelkast. Waarom moeten eieren koel bewaard worden? Door de koude temperatuur houd je de eieren niet alleen langer vers, het remt ook de groei van bacteriën. Schadelijke bacteriën zoals salmonella en campylobacter krijgen zo minder kans.

    In onderstaand filmpje laten presentator Eddy Zoëy en dr.ir. Jenneke Heising met behulp van een proefje zien, dat alle eierschalen poreus zijn en daardoor bacteriën kunnen doorlaten. Bij lagere temperaturen groeien bacteriën veel minder hard.

    Eieren staan niet koel in supermarkt

    En waarom staan de eieren in de supermarkt dan niet koel, zul je je nu afvragen?
    Dit is bewust gedaan. Wanneer jij de eieren uit een koeling haalt en ze vervolgens in je boodschappentas doet, treedt er condens op door temperatuurverschil.  Condens is vocht en dit zorgt ervoor dat bacteriën sneller het ei binnen kunnen dringen. Doordat eieren in de supermarkt niet worden gekoeld blijven ze droog en minder vatbaar voor bacteriën.

    Bron: Voedingscentrum

    Gezonde pannenkoeken

    pannenkoeken 10751546_s gratisVandaag is het nationale pannenkoekendag! Moeten we daar nu eigenlijk wel aan meedoen? Ja natuurlijk! Je kinderen zullen er erg blij van worden. Maar de standaard pannenkoek,  zoet en vet met spek en stroop, gemaakt van een kant en klare pannenkoekenmix, is niet echt heel gezond. Gelukkig is het heel gemakkelijk om zelf een lekker en gezond beslag te maken van bijvoorbeeld (volkoren) spelt, (biologische) melk en eieren. Ook voor beleg is er genoeg keus: denk aan vers fruit,  zoals gebakken appel met kaneel, banaan. Of maak lekkere hartige pannenkoeken belegd met  verse spinazie en een beetje kaas erover. Even gratineren in de oven en smullen maar…Of doe er  lekkere groenten op zoals champignons, paprika, bleekselderij en ui.

    Om je nog meer op weg te helpen vind je hieronder enkele recepten voor gezonde pannenkoeken.

    Speltpannenkoeken

    Ingrediënten voor ca.10 stuks

    • 250 gram speltmeel (of een combinatie van speltmeel en speltbloem)
    • 500 ml (biologische) melk
    • 4 (biologische) eieren
    • olijfolie of een heel klein klontje boter
    • eventueel heel klein snufje zout

    Bereiding

    1. Doe de spelt in een ruime kom en giet er de helft van de melk bij.
    2. Mix het tot een glad beslag, zonder klonten.
    3. Mix er 1 voor 1 de eieren doorheen
    4. En giet er als laatste de resterende melk bij.
    5. Bak de pannenkoeken in een pan op middelhoog vuur.

    Lekker met een fruitcocktail van klein gesneden stukjes seizoensfruit en eventueel een beetje ahorn- of agavesiroop er over. Hiervan heb je maar een heel klein beetje nodig om het een zoete smaak te geven.

    Recept: Fransesca Kookt

    Boekweitpannenkoeken met courgette

    Ingrediënten voor circa 6 kleine pannenkoeken

    • 100 gram rauwe courgette in blokjes
    • 1 ei
    • 70 gram boekweit meel
    • 30 ml plantaardige melk (bijv. soja of havermelk)
    • 1 el agave- of ahornsiroop
    • 1 tl bakpoeder
    • Snuf zout
    • Snuf kaneel
    • Olie om in te bakken

    Bereiding

    1. Vermaal in je keukenmachine tot een dun beslag: courgette blokjes, ei, plantaardige melk en de siroop. Zorg dat je courgette blokjes echt zo fijn mogelijk zijn gemalen.
    2. Voeg nu het boekweit meel en het bakpoeder toe en mix in je keukenmachine tot een homogeen beslag. Als het te dik is, voeg dan nog wat plantaardige melk toe.
    3. Verwarm de olie in een koekenpan, zorg dat je pan goed heet is. Maak met een lepel kleine rondjes van het beslag in de pan. Het beslag plakt een beetje, dat klopt. Er passen er zo’n 3 a 4 in één pan.
    4. Bak de pannenkoekjes aan één kant, tot je ze gemakkelijk om kunt draaien. Dan nog even de andere kant en klaar zijn ze!
    5. Bak op deze manier al het beslag op. Stapel vervolgens de pannenkoekjes op, en giet er nog wat agavesiroop over. Ook lekker met appelstroop.

    Recept: I Love Health

    Havermout pannenkoeken

    Ingrediënten voor 5 stuks

    • 35 gram havermout meel (vermaal je normale havermoutvlokken tot meel in een keukenmachine)
    • 1 banaan
    • Melk of water
    • 1 ei
    • 1 tl bakpoeder
    • Klein scheutje (plantaardige) melk – zoals amandel-, soja- of havermelk.
    • 1 el honing of agave siroop
    • 1 tl kaneel
    • Zout
    • Olijfolie of eventueel klontje boterIngrediënten fruitsaus
    • 100 gram diepvries fruit (Bijv. Doosjevol Zomerfruit van de AH)
    • 2 el citroensap

    Bereiding
    1. Vermaal de havermout in je keukenmachine tot meel.
    2. Voeg de banaan toe en vermaal ook. Vervolgens een losgeklopt ei, het bakpoeder, agave siroop, kaneel en zout en mix opnieuw in de keukenmachine.
    3. Voeg melk en/of water toe om het beslag iets vloeibaarder te maken. Let op: het hoeft niet zo dun te zijn als normaal pannenkoekenbeslag.
    4. Verhit wat  olie in een koekenpan en maak 3 kleine rondjes van het beslag in de pan. Bak aan één kant totdat bovenop belletjes ontstaan. Vuur niet te hoog. Draai voorzichtig om met een platte spatel en bak de andere kant.
    5. Bak vervolgens al het beslag op deze manier op en stapel de pannenkoekjes op een bordje op.
    6. Verwarm het diepvriesfruit in een steelpannetje zachtjes op laag vuur. Voeg wat citroensap toe en roer het fruit voorzichtig tot een soort saus. Laat wel wat fruit heel. Schep dit met een lepel over je stapel havermout pannenkoeken

    Recept:  Cuisine de Clementine

    Glutenvrije quinoa pannenkoekjes

    Pannenkoek van quinoa? Ja je leest het goed. Super gezond en ook nog eens heel eenvoudig te maken. Quinoa-meel kun je o.a. bij de Gezondheidswinkel  en De Tuinen kopen.

    Ingrediënten voor 2 pannenkoeken:

    • 2/3 kopje quinoa-meel
    • 2/3 kopje water
    • 1 ei
    • olie

    Bereiding

    1. Mix alle ingrediënten in een kom met een garde goed door elkaar.
    2. Verwarm een koekenpan goed met daarin wat olie.
    3. Maak met de helft van het beslag 1 pannenkoek. Halverwege omkeren.

    Tip: maak de pannenkoekjes niet te dun. Dan worden ze namelijk een beetje droog. Iets dikker is echt lekkerder.

    Met beleg kun je te kust en te keur gaan. Enkele inspiratietips:

    • Plakjes banaan met rauwe cacao nibs
    • Mix pecannoten, heel klein beetje honing, pure (80%) choco en kaneel
    • Dadels met gehakte walnoten
    • Aardbeien en/of frambozen met rauwe cacao nibs
    • Je kunt met wat kaas ook een hartige pannenkoek maken.  Nadat je het beslag in de pan doet strooi je er bijvoorbeeld als  wat geraspte kaas over. Probeer  verschillende soorten kaas uit om te kijken wat jij het lekkerste vindt.

    Recept: I Love Health

    Bananen pannenkoek

    Slechts 2 ingrediënten zijn nodig voor het beslag: banaan en ei.  Deze gezonde pannenkoeken zijn super gezond en ideaal voor kinderen met een ei of melk allergie.

    Ingrediënten voor 10 kleine pannenkoekjes (kleine pannenkoekjes kun je beter omdraaien)

    • 1 rijpe banaan
    • 2 eieren (M)
    • 1 tl bakpoeder (dit is niet persé nodig !)
    • Olie of boter

    Bereiding

    1. Mix de banaan en de eieren fijn en luchtig in  een keukenmachine. Je kan de banaan ook met een vork prakken en dan het ei erdoor roeren, maar  met een mixer worden ze  luchtiger.
    2. Voeg het bakpoeder toe en mix het nog even door elkaar.
    3. Verhit een beetje olie of eventueel een klontje boter in een pan en bak de bananen pannenkoekjes aan weerszijden bruin.

    De bananen pannenkoek is al zoet van zichzelf, door de banaan. Maar je kunt ze eventueel ook met een beetje agave siroop en ander fruit  en wat kaneel nog smakelijker maken.
    Recept: Uit Pauline’s Keuken

    Brood: wat is goed brood en wat niet?

    volkoren broodjes 24435207_s, gratis 85Tegenwoordig staat brood vaak ter discussie. Sommigen beweren dat je er prima zonder zou kunnen en je er zelfs beter van gaat voelen. Maar…brood is in het Nederlandse voedingspatroon een belangrijke leverancier van B-vitamines (vitamine B1, B6 en foliumzuur), voedingsvezel en jodium. En het is in de praktijk lastig om vezels en jodium ook in dezelfde hoeveelheden uit andere voedingsmiddelen te halen. Skip je dus ineens al het brood uit je voedingspatroon, dan loop je kans om gebrek te krijgen aan benodigde voedingsstoffen.

    Hoe krijg je genoeg vezels binnen als je geen brood eet?

    Een rekenvoorbeeld: 6 sneetjes volkorenbrood bevatten ongeveer 14 gram vezels. Die 14 gram vezels kun je ook binnenkrijgen uit:
    560 gram gekookte groenten
    of 780 gram gekookte aardappelen
    of 670 gram gekookte zilvervliesrijst
    of 195 gram gekookte peulvruchten
    of 7 borden havermoutpap
    Hiernaast moet je ook nog de gewone aanbeveling aan groente en fruit en aardappelen, (volkoren)pasta of (zilvervlies)rijst eten.

    Wat doet jodium in brood?

    Via ons brood krijgen we een belangrijk deel van de benodigde jodium binnen, dat in bakkerszout verwerkt zit. Jodium zorgt er voor dat de schildklier goed kan werken. Je schildklier is verantwoordelijk voor het goed functioneren van stofwisselingsprocessen en de groei. Een tekort aan jodium kan een vergrote schildklier (struma of krop) veroorzaken waardoor je stofwisselingsproblemen en allerlei andere lichamelijke klachten kunt krijgen. Jodium zit met name in brood. Andere voedingsmiddelen, zoals groente en fruit, bevatten nauwelijks jodium.

    Zit jodium van nature in brood?
    In 1942 heeft de overheid besloten om aan brood gejodeerd zout toe te voegen om het jodiumtekort in Nederland terug te dringen. De bakkerijsector gebruikt daarom zout met toegevoegd jodium voor de productie van brood, beschuit en crackers. Dit speciale zout wordt bakkerszout genoemd. Bakkers zijn niet verplicht om jodiumhoudend zout te gebruiken. Wel heeft de sector met de overheid in een convenant (overeenkomst) afgesproken om zoveel mogelijk bakkerszout te gebruiken. De meeste bakkers doen dat ook.

    Hoe krijg je genoeg jodium binnen als je geen brood eet?

    6 sneetjes volkorenbrood bevatten 145 microgram jodium. Dat is bijna de dagelijkse aanbeveling. Dat kun je ook zo binnenkrijgen:
    220 gram vette vis
    of 5 kilo runderlappen
    of 11 glazen halfvolle melk
    of 7 kilo groenten
    of 8 gekookte eieren
    Dat bovenop de dagelijkse aanbevolen hoeveelheden die er al zijn!
    Een warme maaltijd bestaande uit 200 gram aardappels, 200 gram groenten en 100 gram mager rundvlees levert 11 microgram jodium. Om 6 sneeën brood te vervangen moet je 13 van die maaltijden eten!

    Geen jodium in biologisch brood
    Biologisch brood wordt meestal gebakken met ongejodeerd zout. Mensen die biologisch brood eten wordt aangeraden om gejodeerd keuken- en tafelzout te gebruiken en regelmatig zeevis en eieren te eten.

    Zelf brood bakken
    Mensen die zelf brood bakken kunnen daarvoor het beste bakkerszout gebruiken, om te voorzien in de dagelijkse jodiumbehoefte.

    Jodium in vervangende broodproducten?
    Je kunt brood afwisselen met bijvoorbeeld crackers, knäckebröd, beschuit of ontbijtgranen. Ze bevatten dezelfde voedingsstoffen als brood, maar er zit niet altijd jodium in.

    Productie

    Brood wordt gemaakt van bloem of meel van graansoorten als tarwe, rogge, rijst, gerst, maïs, boekweit en spelt. Daarnaast bevat brood altijd water, gist of een ander rijsmiddel zoals (zuur)desem en zout. Vaak bevat brood ook zogenaamde broodverbetermiddelen.

    Broodverbetermiddelen

    Soms worden vóór het kneden van het deeg broodverbetermiddelen toegevoegd. Deze verbetermiddelen zorgen ervoor dat het brood langer vers blijft of dat het luchtiger en malser wordt. Ze kunnen ook het bakproces verbeteren of versnellen.

    Voorbeelden van broodverbetermiddelen zijn melkeiwit, vetten, suikers, emulgatoren, enzymen, gluten, ei bestanddelen, sojameel en meel verbetermiddelen.

    E-nummers

    Sommige broodverbetermiddelen hebben een E-nummer, bijvoorbeeld emulgatoren en sommige meel verbetermiddelen, zoals ascorbinezuur (E300 = vitamine C). Omdat de namen van deze stoffen meestal ingewikkeld zijn worden ze, in plaats van met hun naam, vaak als E-nummer op de verpakking vermeld, in combinatie met hun functie. Bijvoorbeeld ‘emulgator E322’.

    Deeg

    Bij het maken van brooddeeg worden alle ingrediënten gemengd. Daarna wordt het deeg machinaal gekneed. Er volgen periodes van rusten, portioneren, rijzen, opmaken, eventueel decoreren en uiteindelijk het bakken in de oven. Alleen glutenbevattende granen zorgen voor goed gerezen brood. Tijdens het rijzen wordt koolzuur gevormd in het deeg. Daarna wordt het deeg tot bol of punt gevormd en gebakken bij 230 tot 250ºC. Tijdens het bakken wordt een krokante, bruingekleurde korst gevormd. Bij voorgebakken brood, ook wel bake-off genoemd, is de korst nog niet of niet voldoende gekleurd. Het brood moet nog worden afgebakken.

    De kleur van brood

    Soms wordt het brood donkerder gemaakt met moutextract of gekaramelliseerde suiker. Die geven brood wel een donkere kleur en een specifieke smaak, maar bieden weinig extra voedingsstoffen. Het ezelsbruggetje ‘Hoe donkerder het brood, hoe meer vezels’ gaat dus niet meer op. De kleur van het brood zegt niks over de voedingsstoffen die erin zitten, dat doen alleen de ingrediënten. Als je echt wil weten waar het van gemaakt is vraag het dan aan de bakker of kijk op het etiket.

    Volkorenmeel versus meel en bloem

    Als brood volkoren is, moet dit bij verpakt brood op het etiket staan. Of vraag het na bij de bakker. Er bestaat een keurmerk 100% volkoren.
    Het belangrijkste ingrediënt van brood is gemalen graan. Meestal is dat afkomstig van de tarwekorrel. Hiervan wordt volkorenmeel, meel of bloem gemaakt. Door het malen van de volledige graankorrel ontstaat volkorenmeel. Hierin zitten veel bioactieve stoffen zoals vezels, vitamines, mineralen en antioxidanten. Een hele tarwekorrel bestaat voor 15% uit bioactieve stoffen. De meeste van die bioactieve stoffen zitten in de zemel: maar liefst 52%. De kiem bevat een kwart van alle bioactieve stoffen. Bij het raffineren van granen worden de kiem en zemel deels (meel) of helemaal (bloem) verwijderd. Hierdoor bevat meel nog maar een deel van de bioactieve stoffen en bloem vrijwel geen enkele bioactieve stof meer. Welk deel van de graankorrel in het brood wordt gebruikt, bepaalt dus voor een belangrijk deel de voedingswaarde!
    Kies dus vooral voor de volkoren variant als je brood eet. Ook bij speltbrood kun je beter voor volkoren spelt kiezen dan speltbloem.
    Behalve van tarwe wordt er in brood ook meel van andere granen gebruikt zoals mais, rogge en gerst.

    Waar let je dus op in de winkel? Bij ingrediënten op het etiket staat bij een volkorenbrood: volkoren tarwemeel (of volkoren speltmeel, ect. welke graan dan ook maar gebruikt is). Dit is dus een brood waarin alle voedingsstoffen behouden zijn gebleven. Een gezond brood!
    Staat er tarwemeel (dus geen volkoren ervoor) dan is zeker de helft van de voedingsstoffen eruit gezeefd en is dit brood dus minder gezond.
    Staat er tarwebloem, dan zijn alle voedingsstoffen eruit gezeefd en krijg je alleen maar calorieën binnen en geen voedingsstoffen. Dit noem je witbrood. Ook al heeft het een mooie bruine kleur. De kleur wordt vaak aangebracht met behulp van mout en zegt dus niks over of het gezond brood is. Brood gemaakt van alleen bloem is geen gezond brood. Soms worden er wel zaden en pitten in dit soort brood aangebracht. Deze maken het brood weer iets gezonder, maar de hoeveelheid die erin zit is dusdanig weinig dat het geen echt gezond brood te noemen is.

    Gezondheidseffecten

    Voedingsstoffen
    Brood levert in verhouding veel belangrijke voedingsstoffen en weinig calorieën. Er zitten koolhydraten, eiwitten, vezels, B-vitamines, jodium en mineralen zoals ijzer in.

    Koolhydraten zijn een belangrijke bron van energie voor het lichaam. Wie gezond eet, haalt tussen de 40 en 70% van de energie uit koolhydraten.

    In volkorenbrood, volkoren meergranenbrood en roggebrood zit veel ijzer. Het lichaam neemt ijzer in brood gemakkelijker op in combinatie met vitamine C. Voor mensen met een ijzertekort is het daarom aan te raden om fruit of vruchtensap bij de broodmaaltijd te nemen.
    Volkorenbrood bevat vergeleken met witbrood veel vezel. Witbrood bevat de minste vezels.

    Glutenintolerantie

    Brood is niet geschikt voor mensen met de aandoening coeliakie (glutenintolerantie), omdat er in tarwe, spelt en rogge gluten zit. In reformzaken, natuurvoedingswinkels en sommige supermarkten is glutenvrij brood te koop. Ook zijn er bakkers die voorverpakt glutenvrij brood in hun assortiment hebben. Het is herkenbaar aan het glutenvrij logo en de aanduiding glutenvrij op de verpakking.

    Tarwe-allergie

    Mensen met een tarwe-allergie kunnen gewoon brood vervangen door brood van andere granen zoals haver, rogge, gerst, maïs en boekweit. Spelt is niet geschikt. Deze tarwesoort bevat dezelfde eiwitten als tarwe en veroorzaakt dezelfde allergische reactie.

    Tarwevrij brood kan nog sporen van tarwe bevatten. Op dit brood staat dat er geen tarwe inzit. Tijdens het kneden kan tarwemeel per ongeluk in het tarwevrije deeg terechtkomen. Sommige bakkers voorkomen dit. Ze bakken het tarwevrije brood eerder dan het tarwebrood. Ze gebruiken een volledig gereinigde werkruimte en schone apparatuur. Vraag ernaar als je bij de bakker bent. Een beetje meel kan al een heftige allergische reactie veroorzaken.

    Allergenen

    De basis ingrediënten van brood (graan, gist, water en zout) bevatten van nature geen andere allergenen dan tarwe. Maar veel bakkers maken gebruik van broodverbetermiddelen, apart of als onderdeel van een pre-mix. Deze broodverbetermiddelen bevatten regelmatig allergenen zoals melkpoeder, caseïne, wei-eiwit, lactose, kippenei-eiwit of soja. Als er allergenen aanwezig zijn staat dat op het etiket.

    Veiligheid

    Schimmels
    Door schimmelgroei tijdens opslag van vochtige granen kunnen kleine hoeveelheden schadelijke schimmelgifstoffen(mycotoxines) in het graan zitten. Via de granen kunnen deze ook in het brood terechtkomen.

    De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) controleert steekproefsgewijs op de aanwezigheid van deze gifstoffen. Door controles en toezicht krijgen consumenten in Nederland via brood veel minder schimmelgifstoffen binnen dan schadelijk is voor de gezondheid. In beschimmeld brood zitten wel mycotoxines. Gooi beschimmeld brood daarom weg.

    Acrylamide
    In brood komen kleine hoeveelheden voor van de schadelijke stof acrylamide. De hoeveelheid acrylamide in brood is echter zo laag dat het niet schadelijk is voor de gezondheid.

    Aanbevolen dagelijkse hoeveelheid

    De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid brood is per leeftijd afhankelijk:
    1 tot 3 jaar: 2 tot 3 sneetjes
    4 tot 8 jaar: 3 tot 4 sneetjes
    9 tot 13 jaar: 4 tot 5 sneetjes
    14 tot 18 jaar: 6 tot 7 sneetjes
    19 tot 50 jaar: 6 tot 7 sneetjes
    51 tot 70 jaar: 5 tot 6 sneetjes
    70+ jaar: 4 tot 5 sneetjes

    Etiket

    Eisen ten aanzien van etikettering zijn vastgelegd in de Warenwet etikettering.
    Vers brood hoort dezelfde dag verkocht te worden. Een bakker mag het alvast in een zak doen, maar niet langer dan 24 uur van te voren. Als dat wel zo is moet er een houdbaarheidsdatum op de verpakking staan.

    De wet stelt eisen aan de hoeveelheid droge stof in brood. Dit is het gewicht van het brood zonder water. Een heel brood moet tussen de 480 en 530 gram droge stof bevatten. Krentenbrood en rozijnenbrood moeten 30% krenten of rozijnen bevatten. Volkorenbrood moet gemaakt zijn van de hele graankorrel.

    In brood mag bakkerszout worden gebruikt als bron van jodium, maar dit is niet verplicht. Bakkerszout wordt vermeld in de ingrediëntenlijst.

    Conserveermiddelen
    Conserveermiddelen zijn in dagvers brood niet toegestaan. In houdbare broodsoorten, zoals roggebrood, zijn conserveermiddelen wel toegestaan. Dit moet op het etiket worden vermeld.

    Broodverbetermiddelen
    Broodverbetermiddelen mogen bij de bereiding van brood worden toegevoegd om de bak- en/of broodeigenschappen te wijzigen. Voorbeelden van broodverbetermiddelen zijn melkbestanddelen, kippeneibestanddelen, gluten, sojameel of meel van andere peulvruchten, mout of moutextract, suikers, meelverbeteraars (bijvoorbeeld E300 en E920) en enzymen. Tot de broodverbetermiddelen voor vruchtenbrood, zoals krentenbrood horen ook kleur- en smaakstoffen.

    Keurmerken
    Aan de kleur is moeilijk te zien of brood volkoren is. Daarom helpen bakkers je om volkorenbrood beter te herkennen. In een aantal testwinkels en straks in het hele land laten ze met het 100% Volkoren Kenmerk zien welk brood 100% volkoren is. Zo kun je vaker en makkelijker kiezen voor meer volkoren.

    Biologisch brood is herkenbaar aan het EKO-keurmerk. Bij de biologische landbouw worden geen chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest gebruikt. Ook wordt geen gentechnologie gebruikt. De grondstoffen van biologisch brood zijn voor minimaal 95% afkomstig uit de biologische landbouw. Tot de 5% van niet-biologische ingrediënten behoren gist, zout, zuurdesem of bakferment, water en broodverbetermiddelen.

    Daarnaast bestaat ook het Zeeuwse Vlegel volkorenbrood van de Zeeuwse Milieu Federatie. Dit brood is op milieuvriendelijke wijze geteeld. Er zijn geen bestrijdingsmiddelen gebruikt. In plaats van kunstmest wordt dierlijke mest gebruikt.

    In het Ambachtelijke Korenmolenaars Gilde (AKG) werken 40 molenaars in Nederland samen aan het behoud van de molen in het landschap en windenergie. Zij produceren Molenbrood, dat te herkennen is aan hun logo.

    Duurzaamheidsaspecten

    De productie van brood kost energie, zeker als je zelf brood bakt. Het is energiezuiniger als brood bij de bakker wordt gebakken.
    Brood heeft een vergelijkbare klimaatbelasting met andere graanproducten. Biologisch brood heeft een lagere klimaatbelasting dan ander brood.

    Verspilling

    Brood staat in de top 10 van producten die we het meeste verspillen in Nederland. Door veel brood weg te gooien, wordt meer geproduceerd dan nodig is. Daardoor zijn er ook meer grondstoffen en energie nodig voor productie. Ingevroren brood blijft langer houdbaar.

    Bron: Trophé, Voedingscentrum

    Hoe kun je vis leren eten?

    verse rood vis, trout 5917812_s gratisDe Gezondheidsraad adviseert al jaren om vaker vis te eten: twee keer per week, waarvan één keer een vettere vissoort. Vis levert namelijk veel waardevolle vitaminen, mineralen, eiwitten en vetzuren. Maar wat als je helemaal niet van vis houdt? Hoe kun je vis leren eten?

    Vis is snel, gezond en gemakkelijk. Je kunt het bakken, pocheren, grillen, frituren of er een smakelijke ovenschotel van maken. Beetje sla en een glaasje wijn erbij en klaar! Toch zijn er opvallend veel mensen die geen vis eten. Ze houden niet van de smaak, worstelen met graten en verafschuwen de geur.

    En toch is de ene vis de andere niet, en dus ook de ene vissmaak de andere niet. Vis is er namelijk in allerlei soorten. Je hebt magere vis en vette vis. En die laatste is weer extra gezond juist door het soort vet dat erin zit: de omega-visvetten DHA en EPA. Deze gezonde, onverzadigde vetten beschermen tegen hart- en vaatziekten en zijn gunstig voor de ontwikkeling van de hersenen en ogen. Er zijn zelfs aanwijzingen dat omega-3-vetten de kans op dementie en andere hersenaandoeningen verkleinen. Bovendien heeft vis een gunstige invloed op het cholesterol.

    Niet alleen maar vet

    Naast deze goede vetten levert vis veel andere waardevolle voedingsstoffen. Denk aan eiwitten, vitamines en mineralen. Er zit bijvoorbeeld volop vitamine A, D en B12 in vis; die laatste vooral in de vette variant. Vette vis is bijvoorbeeld haring, makreel, paling, sprot en zalm.  Vitamine A is belangrijk voor de ogen, de huid en de weerstand, vitamine B12 zorgt voor de aanmaak van rode bloedcellen en heeft een positieve invloed op het zenuwstelsel en vitamine D speelt een belangrijke rol bij het functioneren van de hersenen, zorgt voor stevige botten en tanden en kan zelfs de kans op depressie verminderen.

    Naast bovengenoemde vitamines is vis ook een goede bron van mineralen. Denk aan selenium voor de schilklier, groei en ontwikkeling van het zenuwstelsel, jodium voor een goede schildklierwerking en zink voor een goede weerstand.

    Smaak is aangeleerd

    Alle fijne ingrediënten ten spijt, er zijn dus talloze mensen die niet van vis houden. Toch kun je het leren eten; smaak is namelijk een aangeleerd iets. Als een kind al vroeg wordt gestimuleerd om verschillende dingen te eten, zal hij zijn of haar smaak verder ontwikkelen. Naarmate je ouder wordt, is het moeilijker nieuwe dingen te leren eten. Maar het is niet onmogelijk. Vaak is de afkeer van bepaalde voedingsmiddelen meer psychisch dan lichamelijk. Sommige wetenschappers beweren zelfs dat onze smaak om de zeven jaar verandert. Het kan dus zeker geen kwaad om eens in de zoveel tijd weer eens een visje te proeven.

    Wil je echt vis leren eten, zorg dan dat je begint met de beste vis. Vers dus. Maar ben je nog niet toe aan hele moten verse vis, begin dan simpel met hapklare brokjes die niet in een oogopslag als vis te herkennen zijn, zoals vissticks en kibbeling. Ook gepaneerde, gefrituurde filets van schol of kabeljauw – beter bekend als lekkerbekjes – zijn een aanrader voor de beginnende viseter. Daarna is het een kwestie van proberen. Wil je vis met een redelijk neutrale smaak, ga dan verder met bijvoorbeeld tarbot, schol of tong. En eet het met dingen die je  wel lekker vindt, zodat je aan de smaak kunt wennen.

    Vlezig

    Veel van de bovengenoemde vissen hebben een ‘vlokkerige’ structuur. En dat is iets waar vleeseters maar moeilijk aan kunnen wennen. Staat de structuur je tegen, dan kun je beter beginnen met een vlezige vis. Tonijn bijvoorbeeld is echt een zwemmende biefstuk. Als je een tonijnsteak bakt of grilt, lijkt de structuur meer op vlees dan die van de meeste vissen. Ook deze steak mag van binnen best een beetje rosé zijn. Tonijn is echter wel een omstreden vis. In het verleden zwaar overbevist en dus duur. Bovendien zwemt tonijn vaak met dolfijnen, die als onbedoelde bijvangst eindigen. Check dus eerst de viswijzer voor de duurzaamste variant.  Overigens heeft ook zalm heeft een steviger – biefstukachtig – vlees dan de meeste witvissen.

    Manier van bereiden

    De manier van bereiden heeft veel invloed op de smaak van vis. Gebakken vis en gegrilde vis smaken vaak wat sterker dan gepocheerde of gestoomde vis. Het kan dus best dat je vis op een andere manier klaargemaakt wél lekker vindt.

    Kruiden

    Ook met kruiden kun je de smaak van vis beïnvloeden. Zout versterkt de zilte smaak van de zee. Bestrooi de vis voor het bereiden met zout en laat dit even intrekken. Hierdoor wordt het vocht uit het visvlees onttrokken en komt de echte vissmaak beter tot zijn recht. Ook citroen helpt de smaak te verhogen. Als je visfilets voor het bereiden inwrijft of besprenkelt met wat citroensap, wordt het visvlees steviger. En dat maakt het bereiden makkelijker. Peper en andere specerijen als paprikapoeder, chilipoeder, en kerriepoeder voeg je tijdens het bereiden toe. Verse kruiden meestal pas op het laatste moment. Verse zalm en tonijn worden steeds vaker rauw gegeten. Een pittige saus met sojasaus of Thaise vissaus en rode peper smaakt daar heerlijk bij en verhoogt ook de smaak van de vis zelf.

    Bronnen: Nederlands Visbureau, Voedingscentrum, Visgilde

    Rood vlees: ongezond of niet?

    biefstuk gegrild 34584139_s gratisRood vlees: ongezond of niet? Je hoort het vaak: van het eten van rood vlees zou je kanker krijgen, het vergroot de kans op hart- en vaatziekten en je leeft korter. Kortom, rood vlees zou ontzettend ongezond zijn. Maar is dat ook zo? En wat valt er eigenlijk allemaal in de categorie rood vlees?
    Bij rood vlees denk je al gauw aan een kort gebakken biefstukje, rosbief of carpaccio. Het klopt dat deze vleessoorten ‘rood’ zijn, maar met rood vlees wordt niet alleen rauw of niet doorbakken vlees bedoeld. Rood vlees beperkt zich ook niet alleen tot de koe: het is het spiervlees van zoogdieren. Varkens, schapen, geiten, paarden, herten, hazen… Ze vallen allemaal onder rood vlees. Bewerkte vleeswaren, zoals worst, van zoogdieren is dus ook rood vlees.

    Het spiervlees van kip en ander gevogelte en pluimvee is wit: we noemen dit dan ook wit vlees.

    Schadelijk?

    De mogelijke boosdoeners in rood vlees zijn verzadigd vet en heemijzer. Bij de bereiding kunnen ook nog schadelijke PAK’s ontstaan – vooral bij verbranding – en in bewerkte producten vind je veel zout en nitriet.

    De verzadigde vetten in rood vlees kunnen het cholesterolgehalte verhogen. Dit betekent niet dat je helemaal geen verzadigde vetten mag eten, maar het is wel belangrijk om relatief meer onverzadigde vetzuren binnen te krijgen. Magere soorten rood vlees, zoals rosbief en magere runderlappen bevatten minder verzadigde vetten dan vette soorten. In die laatste categorie vallen onder andere een speklapje, schouderkarbonade en rookworst.

    Kanker

    Daarnaast is bekend dat rood vlees en bewerkte producten het risico op dikke darmkanker verhogen. De ijzerrijke stof heem kan de wand van de dikke darm beschadigen. Ook stimuleert heem de productie van stofjes die het DNA in onze lichaamscellen beschadigen (nitrosamines). Dit kan ook het risico op kanker verhogen.

    Ook de bereiding van vlees heeft invloed op het kankerrisico. Als je vlees te lang bakt, grillt of roostert bij een te hoge temperatuur wordt het vlees donker en is het bijna verbrand. Op dat moment kunnen er stoffen worden gevormd die in het lichaam worden omgezet in kankerverwekkende producten. Stomen, koken en bakken op lage temperatuur zijn dus een gezondere keuze.

    Tot slot kunnen bewerkte vleesproducten ook de kans op kanker verhogen. Veel mensen weten niet dat bijvoorbeeld vleeswaren ook onder rood vlees vallen. Hierdoor eet je sneller te veel van dit soort producten.

    Veilig eten

    In kleine hoeveelheden is rood vlees helemaal niet schadelijk. Je kunt dus met een gerust hart van je biefstukje genieten. Daarbij vormt rood vlees ook een waardevolle bron voor diverse voedingsstoffen als eiwitten, ijzer, zink en vitamine B12. Deze voedingstoffen kun je echter ook uit andere voedingsmiddelen halen zoals vis, noten, zaden, peulvruchten, eieren, groente en fruit.

    Het Voedingscentrum adviseert om van (bereid) rood vlees maximaal 500 gram per week te eten. Een gevarieerde voeding blijft dus belangrijk. Probeer vlees ook niet als hoofdbestanddeel van je maaltijd te zien. Door te experimenteren met vis, vleesvervangers en gevogelte of vlees eens te vervangen door bonen en linzen, kom je ook al een heel eind.

    Bron: Trophé, Voedingscentrum, Sichting Wereld Kanker Onderzoekfonds

    Heb jij problemen met het eetgedrag van jouw tiener?

    pubermeisje 28834692_s, gratisHeb je problemen met het eetgedrag van jouw kind? Gooit hij bijvoorbeeld zijn brood weg, of snoept hij te veel? Praten is de eerste stap in het oplossen van het probleem. Er bestaan helaas geen wondertips die van toepassing zijn op iedere tiener in elke situatie. Maar er zijn wel algemene tips die goed kunnen werken. Hieronder geven we er een paar. Voor meer tips en persoonlijke begeleiding kun je natuurlijk ook altijd contact opnemen met Trophé.

    Als je de basisvaardigheden kent, kun je zelf kijken wat werkt voor jouw kind en voor jou. Kinderpsycholoog Tischa Neve geeft in dit filmpje een paar tips voor het praten met jouw tiener. Lees ook de 8 tips die onder het filmpje staan. Kijk daarna hoe je afspraken maakt met jouw kind en hoe jouw kind met voedselverleidingen om kan gaan.

    8 tips voor het praten met jouw tiener

    1: Luister naar jouw kind
    Er is een grotere kans dat jouw boodschap overkomt en dat jouw kind naar je luistert, als je eerst zelf naar jouw kind luistert. Bijvoorbeeld: vraag jouw puber eerst wat de reden is dat hij zijn brood weggooit op school, voordat je boos wordt. Geef jouw kind de ruimte, zonder optrekkende wenkbrauwen of andere lichaamstaal waarmee je duidelijk je afkeuring laat merken. Je zult zien dat er vaak best een goeie reden is voor zijn gedrag. Van daaruit kun je samen kijken naar oplossingen.

    2: Verwoord en erken de emotie
    Achter elke emotie en gedrag zit een reden. Dat kan een wens zijn, een onderliggend gevoel of een behoefte. Stap daar niet zomaar overheen. Maar haal het scherpe randje van de emotie af. Dat doe je door de emotie onder woorden te brengen en begrip te tonen. Het gevoel is het probleem namelijk niet, dat mag er altijd zijn. Alleen niet elk gedrag waarmee gevoelens geuit worden is acceptabel. Daar kun je eventueel op corrigeren. Het kan bijvoorbeeld zijn dat jouw kind zijn brood weggooit, omdat hij zich voor aap voelt staan bij zijn vrienden die geen broodtrommel meenemen. Zeg dan bijvoorbeeld ‘ik begrijp dat dit een probleem voor je is, laten we samen kijken hoe we het op kunnen lossen’.

    3: Geef niet altijd gelijk jouw mening
    Pubers doen veel dingen waar wij van alles van vinden. Een grote valkuil is dat wij onze mening daarover veelvuldig op hen loslaten. In de hoop dat we hen overtuigen of op betere ideeën brengen. En dat werkt helaas meestal juist averechts. Als je niet gelijk jouw ongezouten mening geeft en niet gelijk zegt wat jouw kind moet doen, dan vertellen en delen ze meer. Zo laat je hen er zelf over nadenken. Bovendien geeft het veel sneller een ingang tot een goed gesprek. Zeg bijvoorbeeld dus niet ‘ik vind het belachelijk dat je brood weggooit op school’, maar vraag wat hij zelf van dat gedrag vindt.

    4: Zorg voor een positieve draai
    Simpel en doeltreffend: alles wat je met een ‘niet’ zegt kun je vervangen door een positievere variant met wat je wél wilt. En ook als je met iets kunt dreigen, kun je er een positieve draai aan geven. Je hebt dan meer kans dat jouw kind gewoon ‘oké’ zegt.

    Een paar voorbeelden:

    • In plaats van ‘Als je steeds liegt, dan geloof ik je nooit meer’ kun je ook zeggen ‘Als je eerlijk zegt wat er speelt dan kunnen we zoeken naar een oplossing’.
    • In plaats van ‘Als je niet zegt wat je mee wil naar school, dan kan ik het ook niet weten…’ kun je ook zeggen ‘Als je me vertelt wat je graag mee wil voor lunch dan maak ik het vandaag voor je klaar’

    5: Beschrijf wat jij voelt
    Als we kwaad zijn vallen we onze puber soms aan met woorden. Gevolg? Ze trekken zich terug of gaan in de tegenaanval. Als je beschrijft wat jij voelt, heb je meer kans dat jouw puber je begrijpt en er iets mee doet. Voorbeeld: ‘Ik ben echt teleurgesteld, ik ging er vanuit dat je jouw brood wel zou opeten nu we samen overlegd hadden wat je mee wilde nemen’

    6: Geef complimentjes
    Druk je waardering uit. Pubers lijken hier soms niet op te wachten, maar ze hebben het juist hard nodig dat wij aandacht blijven geven aan dat wat ze leuk, lief of goed doen. Alleen zullen ze dat nooit toegeven natuurlijk. Dus eet jouw kind al een week zijn broodtrommel leeg, terwijl hij eerst de inhoud in de prullenbak kieperde? Zeg hoe blij je daarmee bent.
    En blijf niet focussen op wat niet goed gaat. Dan mis je wat wel leuk of goed is aan jouw tiener. Probeer juist op de leuke en goede dingen te focussen.

    7: ‘Choose your battles’
    Wat jij belangrijk vindt, is lang niet altijd belangrijk voor jouw puber. Probeer je niet druk te maken en te ergeren aan van alles. Dat maakt het niet gezelliger in huis. Tip: ga niet overal op in, maar kies uit waar je de ‘strijd’ over aan gaat en waarover niet. En kies hiervoor een handig moment uit.

    8: Geef zelf het goede voorbeeld
    Het lijkt soms wel of jouw puber zich ineens niks meer van jou aantrekt, maar uit onderzoek blijkt dat ouders wel degelijk heel belangrijk zijn in de keuzes van pubers. Jouw kind leert het meeste van wat jij zelf laat zien. Wat je zegt is minder belangrijk. Besef daarom bij alles wat je doet: als er kinderen bij zijn, geef je het gezonde voorbeeld. Bijvoorbeeld: als je naar jouw werk gaat, neem jij ook een broodtrommel mee. Je kind ziet dan dat het een heel normaal dagelijks voorwerp is. Dus vinden ze het niet meer dan logisch dat zij ook hun eigen boterhammen meenemen.

    Bron: Trophé, Voedingscentrum