Wanneer drinken uit een beker zonder tuit?

children-531282_1280Vaak spreek ik ouders voor wie het onduidelijk is wanneer en hoe je nou het beste de overgang kunt maken van een flesje of een tuitbeker naar een gewoon bekertje zonder tuit. Toch is dit een hele belangrijke stap in de ontwikkeling van de mondspieren van jouw kind, en daarmee ook voor een gezond eet- en drinkpatroon. Lees hier waarom het belangrijk is om tijdig de overstap te maken naar een gewone drinkbeker, wat de nadelen zijn van te lang doorgaan met drinken uit flesjes en tuitbekers en wanneer je deze overstap dan het beste maakt.

Flesjes gemakkelijk in gebruik

Flesjes en tuitbekers zijn natuurlijk erg makkelijk in gebruik. Je kunt ze overal mee naar toe nemen, de kinderen kunnen er zelfstandig uit drinken en ze knoeien niet vanwege de anti-leksystemen.
Tuitbekers zijn oorspronkelijk bedoeld om de overgang van een flesje naar een gewoon bekertje gemakkelijker te laten verlopen. De meeste ouders gebruiken de tuitbeker echter voor een te lange periode zonder over te gaan naar een gewoon bekertje vanwege het gemak ervan. Veel kinderen leren pas op de crèche of peuterspeelzaal uit een gewone beker drinken.

Nadelen van te lang gebruik van flesjes en tuitbekers

1. Risico op tandbederf: doordat de kinderen voor een langere periode continu een flesje of tuitbekertje bij zich hebben, worden de tanden alsmaar blootgesteld aan suikers. De meeste drankjes, ook melk, bevatten namelijk veel suikers. Er zijn ook kinderen die een flesje mee naar bed krijgen, omdat ze dan beter in slaap vallen. Dit heeft als gevolg dat jonge kinderen steeds meer gaatjes en zelfs wegrottende tanden hebben. En wat de meeste ouders zich niet realiseren is, dat het blijvend gebit hiermee ook al wordt aangetast, want dit is al onder het melkgebit van je kind aanwezig.

2. Beperkt de ontwikkeling van een goede slik: Tot de leeftijd van ongeveer 6 maanden heeft de baby nog een slik waarbij de tong van voor- naar achterin de mond beweegt, het zogenaamde zuigend slikken. Maar vanaf 6 maanden veranderen de botstructuren van jouw baby door groei en hier moeten de spieren zich op aanpassen. Het voorste deel van de tong zal steeds meer omhoog gaan bij het slikken en zo een golfbeweging naar achteren maken. Precies zoals wij volwassenen ook slikken.
Als er nu een flessenspeen (geldt ook voor fopspeen) of een tuit op de tong ligt, kan de tong niet omhoog bewegen en wordt het oude slikpatroon in stand gehouden waarbij de tong laag blijft. De spieren kunnen zich dan niet goed ontwikkelen. Dit kun je terugzien in de vorm van het gezicht:
– dikke wangetjes doordat de wangspieren niet gebruikt worden en zich daardoor niet ontwikkelen
– de mondhouding, deze is vaak open in rust met onderontwikkelde lipspieren
– de tonghouding, de tong ligt vaak laag en voorin de mond in rust, eventueel tussen de tanden.

3. Eten en praten gaat moeilijker. Doordat de mondspieren minder ontwikkeld zijn, zijn ze minder sterk en houden zij het eten minder lang vol. En doordat de lipspieren niet voldoende getraind zijn, kunnen zij niet voldoende om de bekerrand sluiten en wordt er tijdens het drinken meer geknoeid.
Ook de spraak wordt beïnvloed door achterstand in de mondspierontwikkeling. De spraak klinkt wat slap en is onnauwkeurig en vaak wordt gesproken met de tong tussen de tanden, zoals bij slissen.

Wanneer kan je kind uit een beker drinken?

Als een kind met steun kan zitten (rond 9 maanden) kan gestart worden met het drinken uit een drinkbeker. Om goed uit een beker te kunnen drinken is het een voorwaarde dat je kind goed in balans of gesteund kan zitten. Bovendien kan het kind de beker dan zelf goed vasthouden met 2 handen. Voorzichtigheid is nog wel geboden, want de oog-hand coördinatie is nog niet optimaal waardoor een kind nog niet goed zelf kan doseren.

Hoe leer je jouw kind uit een beker drinken?

1. Het kan een uitdaging zijn om jouw peuter het gebruik van de tuitbeker of de fles af te leren. Jouw kind leert dit het beste door routine en regels in te voeren. Als iets altijd op dezelfde manier gebeurt en dit wordt ze duidelijk verteld, dan wennen ze hier heel snel aan.
2. Koop samen met jouw kindje een nieuwe beker. Jouw kind zal trots zijn dat het nu al uit een “echte” beker mag drinken.
3. Neem een gewoon bekertje met een dunne rand, want een dikke rand is moeilijker om goed uit te kunnen drinken en doe de beker niet te vol.
4. Help jouw kind met het vasthouden van het bekertje. Jouw kind is gewend om naar het flesje of de tuitbeker te happen en zal dit in het begin ook met de beker doen. Hierdoor gaat het uiteraard mis. Je kan dit aanleren door de onderkaak van jouw kind te ondersteunen met jouw eigen hand, zodat hij meer controle krijgt over de bewegingen die nodig zijn om te drinken. Dit vraagt geduld, oefening en herhaling, maar het gaat uiteindelijk lukken!
5. Begin met oefenen in bad. Dan kan jouw kind lekker knoeien en gaat het spelenderwijs. Zorg er natuurlijk wel voor dat het geen badschuim drinkt.
6. Het is handig om met een wat dikkere vloeistof te beginnen, zoals yoghurt. Wanneer dit goed gaat kun je geleidelijk steeds wat dunnere vloeistof nemen.
7. Kies een rustig moment, blijf erbij en heb geduld.
8. Dring nooit aan, het is belangrijk dat jullie dit avontuur samen met veel plezier aangaan.

Top 10 voeding voor gezond haar

Haar -key-692199_1280Gepubliceerd 7 juli 2015
Het is vakantie, althans hier in het noorden, en tot nu toe zijn wij vooral heel veel aan het zwemmen. Heerlijk natuurlijk, maar niet zo goed voor het haar. Dat zit vaak enorm in de knoop en droogt uit door water en zon. Een kwestie van goede haarverzorgingsproducten gebruiken dus. Maar wist je dat gezond haar niet alleen afhangt van de verzorgingsproducten die je gebruikt? Ook met bepaalde voeding, zoals zalmfilet, kun je de conditie van je haar verbeteren. Lees hier wat voedingsproducten kunnen doen voor je haar.

1. Zalmfilet
Zalm behoort tot de vette vissen en bevat omega-3 vetzuren, vitamine B12 en ijzer. Hier profiteert ook je haar van. Het zorgt voor een gezonde hoofdhuid.

2. Groene groenten
Spinazie, broccoli en snijbiet zijn een prima bron van vitamine A en C. Deze vitamines heeft je lichaam nodig om talg te produceren. Talg is een natuurlijke conditioner voor je haar. Groene groenten bevatten ook ijzer en calcium.

3. Bonen
Kidneybonen en linzen zouden eigenlijk een belangrijk deel van je haarverzorgingsdieet moeten uitmaken. Ze bevatten onder andere proteïne voor de haargroei. En zijn rijk aan ijzer, zink en biotine. Biotine verbetert de haarconditie en helpt tegen kaalheid en grijs haar.

4. Noten
Een van de beste bronnen van selenium is de paranoot. Selenium houdt de hoofdhuid gezond. Walnoten bevatten alfa-linoleenzuur, die helpen het haar in topconditie te houden. Ze zijn ook een goede bron van zink, net als cashewnoten, pecannoten en amandelen. Een tekort aan zink kan leiden tot haaruitval.

5. Gevogelte
Kip en kalkoen zijn rijk aan proteïne en ijzer en helpen tegen broos haar.

6. Eieren
Eieren bevatten proteïne, biotine en vitamine B12. Dit zijn belangrijke beautyvoedingsstoffen.

7. Volkorenproducten
Voor een gezonde dosis zink, ijzer en vitamine B moet je zorgen dat je voldoende volkorenproducten eet. Bruinbrood, volkorenpasta en zilvervliesrijst zijn hier voorbeelden van.

8. Oesters
Oesters zijn vooral bekend om hun potentieverhogende capaciteiten. Maar ze zijn ook goed voor gezond haar. Dit komt door het mineraal zink, een krachtige antioxidant.

9. Zuivelproducten
Zuivelproducten bevatten calcium en dit mineraal stimuleert de haargroei. In melk en yoghurt zitten ook wei en caseïne (een bepaald eiwit), twee belangrijke bronnen van proteïne. Haar dat snel afbreekt heeft een tekort aan proteïne.

10. Wortelen
Vitamine A draagt bij aan een gezonde hoofdhuid. Dit is essentieel voor glanzend haar. Voor voldoende vitamine A kun je onder andere kiezen voor wortelen.

Gezond en fit de vakantie door

ijsje eten people-436962_1280Gepubliceerd 3 juli 2015
In regio Noord begint vanmiddag de zomervakantie. Ook wij gaan er lekker van genieten. Bij vakantie hoort natuurlijk lekker luieren, leuke dingen doen, maar ook gezellig uit eten gaan, ijsjes eten en genieten van een extra wijntje of biertje. En zie dan maar eens gezond te blijven eten en je fit te blijven voelen tijdens de vakantie. Vooral als je naar een ander land gaat en niet altijd kunt kiezen wat je thuis het liefste zou eten loop je het risico te vervallen in ongezonde eetgewoontes, want de steak met patat en de ijsjes liggen nu eenmaal zo makkelijk voor het grijpen! En zo komen de meeste mensen al gauw een paar kilo aan. Om dit te voorkomen willen we je graag nog een paar tips meegeven hoe je gezond en fit de vakantie doorkomt.

Gezond eten voor onderweg

Wanneer je lekker een dagje op pad gaat of als je naar een verre vakantiebestemming reist is het handig om zelf wat eten mee te nemen. Zo ben je niet afhankelijk van de ongezonde, suikerrijke en vette snacks die je bij benzinestations, wegrestaurants, treinstations en op de luchthavens vrijwel alleen maar kunt verkrijgen. Bovendien zijn deze snacks ook nog eens peperduur.
Naast de krentenbollen en bruine bollen met kaas kun je ook eens aan het volgende denken:
– zelfgemaakte wraps: bijvoorbeeld een spelt wrap met kip, zalm en/of groenten
– allerlei salades: volkoren pasta salade, salade met bonen en kip
– fruit
– gedroogd fruit, zoals dadels, mango, appelringen en abrikozen
– ongezouten noten, bijvoorbeeld walnoten, amandelen
– voorgesneden rauwkost, zoals wortels en komkommer, maar ook cherrytomaatjes en radijsjes doen het goed
– een paar plakken bananenbrood
– sesamkoekje

Vasthouden aan ‘normaal’ patroon

Eenmaal op bestemming wil je de dagelijkse sleur misschien een beetje loslaten. Toch is het verstandig om je aan een regelmatig eetpatroon vast te houden, dat bestaat uit een goed ontbijt, lunch, diner en verantwoorde tussendoortjes.
Door een goede basis te leggen met de drie hoofdmaaltijden voorkom je dat je tussendoor een onbedwingbare trek krijgt en je tegoed doet aan allerlei snacks en ijsjes om je honger te stillen. Wanneer je lekker thuis bent gebleven is dit natuurlijk geen enkel probleem en ook niet als je op een vakantiebestemming in een vakantiehuisje of appartement zit. Zolang je een eigen keuken ter beschikking hebt kun je deze maaltijden prima zelf verzorgen. Maar wat als je in een hotel zit en alle maaltijden buiten de deur moet zoeken?

Tips voor eten buiten de deur

Ontbijt:
Wanneer je gebruik kunt maken van een ontbijtbuffet is het verstandig om niet elke dag naar die lekkere croissantjes en zoete broodjes te grijpen. Kies liever voor bruin brood en beleg deze met mager vleeswaren. Vaak is er ook yoghurt of kwark verkrijgbaar waar je heerlijk vers fruit door kunt doen. Heb je meteen ook al wat fruit gegeten! En ook een gekookt eitje is een goed begin van de dag.

Lunch:
Nadat je er al een hele ochtend op hebt zitten en je vermoeid in een restaurant belandt voor de lunch ben je snel geneigd om een uitgebreide warme snack te nemen, zoals een broodje kroket of hamburger. Kies toch liever voor een broodmaaltijd. Bijvoorbeeld een bruine bol met carpaccio, ham, kaas, zalm  of tonijn. De warme snacks bevatten namelijk veel meer calorieën en vet.

Diner:
Eet je niet vol met het witbrood dat je vooraf meestal aangeboden krijgt. In witbrood zitten geen voedingsstoffen die je nodig hebt, wél veel calorieën.
De meeste maaltijden in restaurants bestaan uit een groot stuk vlees met heel veel friet en weinig groenten. Als je een week lang buiten de deur moet eten, tikken deze calorierijke maaltijden natuurlijk behoorlijk aan. Het is dan helemaal niet raar om aan de ober te vragen om een kleiner stuk vlees en extra groenten. En in plaats van elke dag friet kun je ook om een gepofte aardappel vragen of zelfs gekookte aardappelen. Wanneer je van vis houdt, is het raadzaam ook eens een lekkere verse vis te bestellen. Ook kun je vragen om de sausjes apart te serveren. Dan kun je deze zelf doseren of zelfs helemaal achterwege laten. Wanneer je kunt kiezen tussen een maaltijd met witte saus of rode saus, kies dan voor de rode saus. Witte sauzen zijn veel romiger en bevatten veel meer vet.

Toetjes: elke dag ijs, taart of pudding als toetje is een extra caloriebommetje. Als nagerecht kun je beter voor een fruitsalade kiezen. Of een lekker kopje koffie of thee, het liefste zonder suiker natuurlijk.

Drankjes:
Drink de hele dag door voldoende water. Zeker als je in een warm land bent. Echter, drink in het buitenland nooit zomaar water uit de kraan, want hier zitten vaak stoffen in waar ons lichaam niet aan gewend is, en soms zitten er zelfs pesticiden, zware metalen en andere schadelijke stoffen in. Check eerst of het kraanwater drinkbaar is. Koop anders flesjes mineraalwater, en let erop dat de dop verzegeld is.
Vermijd zoveel mogelijk de frisdranken. Zij bevatten teveel suiker en calorieën.
En wees ook een beetje alert op de hoeveelheden alcohol. Het is heel gezellig een wijntje en biertje in de zon of bij de BBQ, maar alcohol bevat ook veel calorieën. Drink langzamer en tussendoor water. Zo kun je heel lang met een glas alcohol doen en doe je toch gezellig mee.

Bewegen

Zorg tijdens de vakantie ook voor voldoende beweging. Pak lekker de fiets, ga samen een mooie wandeling maken of lekker met de kinderen zwemmen. Maar ook een stad bekijken kan voor beweging zorgen, je loopt vaak heel wat af in zo’n stad. Laat in elk geval de auto zoveel mogelijk staan.

Genieten

De laatste tip is, dat je ervoor moet zorgen dat je lekker geniet van de vakantie, want daar is die voor bedoeld natuurlijk. Dit hoeft niet te betekenen dat je alle remmen losgooit. Dat mag natuurlijk wel (uiteraard, want alles mag,) maar misschien concludeer je voor jezelf dat je je er niet bepaald beter door gaat voelen. Veel mensen komen met een opgeblazen gevoel, of een paar kilo zwaarder, of met darmklachten of met een slechte huid thuis. En dat is natuurlijk zonde, want na een vakantie zou je je energiek en opgeladen moeten voelen.

Trophé wenst je een hele fijne vakantie. Heb je zelf ook nog een paar tips, dan horen we deze graag!

Tropisch weer? Drink voldoende water

Gepubliceerd 2 juli 2015

boy-drinking-from-bottle-738210_1280Als het warm zomerweer is, zoals deze week, zweet je meer dan anders. Het is daarom belangrijk meer water te drinken om uitdroging te voorkomen. Volwassenen, zeker senioren, zouden ongeveer 2 liter water moeten drinken. Thee en koffie mogen ook. Let er op dat ook jouw kinderen voldoende vocht binnenkrijgen. Wil je weten of dit ook voor baby’s geldt? En hoe je nu weet wat voldoende is en hoe je uitdroging herkent? Lees hier enkele tips.

Tips om uitdroging te voorkomen

1. Elk uur een glaasje water
Een volwassene heeft per dag ongeveer 1,5 tot 2 liter vocht uit dranken nodig. Met warm weer is het goed om ten minste 2 liter water te drinken. Niet iedereen krijgt als vanzelf dorst als je minder dan de aanbevolen hoeveelheid drinkt. Neem daarom ieder uur een glaasje water, ook als je nog geen dorst hebt.

2. Zorg dat je water bij je hebt
Water is de beste keus: goedkoop, het bevat 0 calorieën en het komt gewoon uit de kraan. Vul thuis een flesje water en neem het mee als je op pad gaat. Zo heb je altijd water bij je onderweg, ook als je in een file komt te staan of de bus en trein zijn erg vertraagd.

3. Suikerrijke frisdranken en alcohol
Het is niet slim om je dorst te lessen met suikerrijke dranken, zoals cola, sinas of sap. Daar zitten veel calorieën in. Kies liever voor thee, koffie of light-frisdranken. Koffie drijft geen vocht af, maar alcohol wel. Drink je op een warme dag een drankje met alcohol, dan kun je het beste naast ieder glas alcohol een glas water drinken.

4. Extra zout onnodig
Het is niet nodig om bij warm weer extra zout te eten. Wie erg veel en lang zweet, verliest meer zout. Maar als je verder gewoon eet, wordt dat verlies vanzelf weer aangevuld.

Extra letten op 70-plussers

Bij ouderen werken de nieren minder goed. Zij moeten daarom dagelijks ongeveer 1,7 liter per dag drinken en bij warm weer meer dan 2 liter. Let extra goed op ouderen die minder zelfredzaam zijn. Ook ouderen die kampen met urine-incontinentieproblemen, obstipatie of andere ziekten, zijn kwetsbaar.

Extra aandacht voor baby’s

Baby’s die alleen borstvoeding krijgen, hoeven geen extra water uit een fles te krijgen. Dat kan zelfs nadelig zijn, omdat het kind dan misschien minder melk bij de moeder drinkt. Bij warm weer wordt moedermelk vanzelf wateriger. Leg je kindje gewoon wat vaker aan.

Geef je je kindje flesvoeding? Dan kun je tussendoor wel een paar lepeltjes water geven bij warm weer. Vraag advies bij Trophé of het consultatiebureau als je kind diarree heeft of als je je zorgen maakt of het genoeg drinkt. Vanaf 6 maanden gaat je kindje steeds meer andere dingen eten en drinken. Je kunt tussendoor water geven of bijvoorbeeld wat lauwe vruchtenthee zonder suiker.

Hoeveel is twee liter?

Om te weten hoeveel twee liter is, kun je naar de supermarkt gaan en een frisdrankfles van twee liter (let op: de meeste flessen bevatten anderhalve liter) kopen. Inderdaad, dit is een flinke hoeveelheid. Je kunt de fles (of een maatbeker) gebruiken om te zien hoeveel glazen je ermee kunt vullen.

In een gemiddeld glas gaat 0,2 liter, in een theeglas vaak iets minder. Dat betekent dat je per dag tien tot vijftien glazen (!) moet drinken. Houd een oogje op de klok of gebruik een kookwekker en drink, zoals eerder aangegeven, ieder uur een glas.

Waar is extra vocht precies nodig?

Door voldoende te drinken voorkom je oververhitting en uitdroging. Je houdt de transpiratie op gang wat belangrijk is om af te koelen. Je voelt je fitter als je genoeg drinkt. Je kunt de warmte beter aan!
Bovendien verklein je de kans op nierschade en hartfalen.

Hoe herken je uitdroging?

Drinkt iemand toch te weinig, zorg dan dat je de uitdrogingssymptomen herkent. Wie uitdroogt krijgt eerst een droge mond, neus en keel. Het wordt moeilijker om te zweten en te plassen en je urine wordt donker van kleur. Daarna wordt iemand vaak bleek en de ogen hol. Dit kan gepaard gaan met een licht gevoel in het hoofd krijgen en zelfs flauwvallen. Een schilferige huid wijst ook op vochttekort.

Zonbescherming: weet wat je eet

watermelon-389912_1280Gepubliceerd: 30 juni 2015
Wat een fantastisch weer hebben we deze week! Eindelijk volop zon. Maar dat betekent ook, dat we moeten oppassen dat we niet verbranden. Ondanks dat je een zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor gebruikt kan je huid toch schade oplopen als je niet dik of vaak genoeg smeert bijvoorbeeld. Gelukkig kun je je huid op een natuurlijke manier een handje helpen. Bepaalde voedingsproducten beschermen namelijk heel goed tegen verbranding en rimpels. Wist je dat je fruitschaal en koelkast vol liggen met producten die helpen bij zonbescherming? Bescherm je huid door slim te eten!

Tomaten

Dé groente in de strijd tegen uv-stralen zijn tomaten. Ze zitten boordevol lycopeen. Dit stofje helpt het lichaam om vrije radicalen, die vrijkomen door ultraviolette straling, op te ruimen. Zo kan de huid zich beter herstellen na schade door de zon. Vooral bewerkte of verhitte tomaten bevatten veel lycopeen. Drink als je een terrasje pikt dus eens een tomatensapje en eet wat vaker gazpacho.

Bessen

Lekker, goed voor de lijn en vol flavonoïden: bosbessen of blauwe bessen. Flavonoïden zijn sterke antioxidanten die roodheid van de huid verminderen en ook preventief beschermen tegen schade door de zon. Een fijne verrassing: deze antioxidanten zitten ook in donkere chocolade. Maar ja, dit bevat natuurlijk ook veel suiker en vet…dus laten we het maar bij de bessen houden.

Amandelen

Amandelen zijn echte vitamine E bommetjes. Mensen die genoeg vitamine E binnenkrijgen, hebben minder snel last van verbranding door de zon. Twintig amandelen per dag zijn voldoende om het beschermende effect te bereiken. Overigens is ook pindakaas rijk aan vitamine E.

Watermeloen

In watermeloen zit behalve lycopeen ook bètacaroteen. Bètacaroteen (provitamine A) is een antioxidant: het beschermt de cellen in het lichaam tegen vrije radicalen en helpt de huid ook om cellen die beschadigd zijn door de zon te herstellen. Bètacaroteen wordt in het lichaam omgezet in vitamine A, dat zorgt voor een gezonde opbouw van de huid en ook nog goed is voor je haar en je ogen. Houd je niet van watermeloen? Wortelen en mango’s zijn ook rijk aan caroteen.

Groene thee

Ook groene thee is een wondermiddel tegen de zon. In de thee zitten krachtige antioxidanten, die een ontstekingsremmende werking hebben. Twee tot zes koppen per dag kunnen helpen het ontstaan van huidkanker tegen te gaan. Drink de thee wel zo heet mogelijk; hoe kouder, hoe minder antioxidanten erin zitten.

Sinaasappelen

Sinaasappelschillen zijn misschien niet het eerste waar je aan denkt als het om eten gaat. Maar ze helpen prima je huid te beschermen: in de schil zit namelijk d-limoneen. Uit onderzoek blijkt dat mensen die elke week een theelepel sinaasappelschil of sinaasappelrasp eten 30 procent minder kans hebben op huidkanker. Sinaasappelrasp is erg lekker over een salade of in sauzen bij vlees of vis. Je kunt de rasp ook in een cake verwerken voor een heerlijk frisse smaak.

Vis

Vis is een must. Tonijn is rijk aan selenium. Dit mineraal (ook wel seleen genoemd) is een antioxidant en beschermt rode bloedlichaampjes en cellen tegen beschadiging. Bovendien stimuleert selenium de aanmaak van elastine in de huid, waardoor de huid strak en glad blijft. Bestel op een terrasje dus gerust een lekkere tonijnsandwich! Behalve tonijn zorgen ook makreel en haring ervoor dat je langer in de zon kunt blijven zonder te verbranden. Je bouwt er een natuurlijke bescherming mee op, die gelijk staat aan factor 2 of 3.

En nu maar lekker van het mooie weer genieten en wél altijd blijven smeren dus!

Cholesterol

hart, cholesterol 17971004_sGepubliceerd 25 juni 2015
Cholesterol is een woord dat bijna iedereen wel kent en dat direct geassocieerd wordt met hart-en vaatziekten. Niet geheel onterecht, maar wat velen niet weten is dat er verschillende soorten cholesterol zijn en dat cholesterol ook zeer nuttig is. Sterker nog…cholesterol is zelfs een onmisbare bouwstof voor je lichaam. Om je wat meer inzicht te geven in wat cholesterol nou precies is, wijden we er vandaag dit uitgebreide artikel aan, waarin je o.a. antwoord krijgt op de vragen: Welke soorten cholesterol zijn er en welke zijn goed en slecht voor je? Welke gevaren loop je bij te hoog cholesterolgehalte? En wat kun je het beste doen en eten om een te hoog cholesterol te voorkomen of weer te verlagen?

Wat is cholesterol?

Cholesterol is witte, vetachtige stof die van nature in het lichaam voorkomt en in de lever wordt aangemaakt. De lever gebruikt daarvoor als bouwstof de verzadigde vetten in onze voeding. Hoe meer verzadigd vet iemand eet, hoe meer cholesterol zijn lichaam kan aanmaken. De verwerking van cholesterol in het lichaam hangt af van de individuele gevoeligheid hiervoor. Bij de ene persoon zal het cholesterolgehalte in het bloed duidelijk toenemen, bij een ander zal de toename van cholesterol nauwelijks merkbaar zijn.
Ongeveer 2/3 wordt geproduceerd door de lever, de rest haal je uit voeding. Het zit voornamelijk in dierlijke producten zoals vlees, melkproducten, kaas en boter.

Functies van cholesterol

Cholesterol speelt een enorm belangrijke rol in het dagelijks functioneren van je lichaam. Het is daarom niet voor niets dat onze lever zelf cholesterol maakt. Het is nodig voor de productie van hormonen en de opbouw van lichaamscellen en het speelt een belangrijke rol in de stofwisseling. En zonder cholesterol kunnen we geen vitamine D aanmaken en geen gal. Het lichaam kan dus niet zonder cholesterol.

Soorten cholesterol

Cholesterol is een vetachtige stof die niet oplost in water of bloed. Eiwit lost wel op. Om cholesterol te transporteren, is cholesterol daarom verpakt in een soort eiwitbolletjes: de lipoproteïnen.
Er zijn 3 soorten lipoproteïnen:

– HDL: Hoge Dichtheid Lipoproteïnen
HDL wordt het ‘goede cholesterol’ genoemd. HDL transporteert het teveel aan cholesterol in LDL naar de lever en vanaf daar wordt het afgevoerd.
– LDL: Lage Dichtheid Lipoproteïne
LDL wordt het ‘slechte’ cholesterol genoemd. Veel cholesterol in de LDL-deeltjes is namelijk de oorzaak van het risico op hart- en vaatziekten. LDL nestelt zich namelijk gemakkelijk in de wanden van slagaders waardoor de slagaders kunnen vernauwen of verstopt kunnen raken. Dit proces heet slagaderverkalking. Hoe meer de slagaders vernauwd zijn, hoe groter het risico op een hart- of vaatziekte.
– VLDL: Zeer Lage Dichtheid Lipoprotëinen (triglyceriden)
VLDL transporteert vetten (triglyceriden) van de lever naar de weefsels. VLDL zet onderweg vetten af en gaat over in een LDL-deeltje.
De verhouding tussen LDL, HDL, en VLDL (triglyceriden) is van groot belang voor je gezondheid en de kans op hart- en vaatziekten.

De gevaren van een te hoog cholesterolgehalte

Veel mensen hebben te veel cholesterol in hun bloed. De lever maakt er dan te veel van aan, waardoor het bloed als het ware steeds vetter wordt. Dat is niet gezond, want de LDL-cholesterol kan blijven kleven aan de binnenwand van de bloedvaten. Dit wordt ook wel plaque genoemd. Door plaque wordt het bloedvat nauwer, waardoor het bloed minder goed kan doorstromen. Soms raakt een bloedvat zelfs helemaal afgesloten. Je bloed kan dan niet meer zo goed doorstromen. Er kunnen bloedpropjes ontstaan die je vaten afsluiten. Organen zoals bijvoorbeeld je hart of hersenen krijgen dan tekort aan zuurstof. En dat kan weer leiden tot een TIA, een beroerte of een hartinfarct.
Plaques ontstaan sneller als de vaatwand al beschadigd is, bijvoorbeeld door roken, hoge bloeddruk of diabetes. In het begin merk je niets van een verhoogd cholesterolgehalte in het bloed. Pas als er echt flinke vernauwingen zijn ontstaan, kunnen er hartklachten of problemen met de doorbloeding ontstaan. Het is dus belangrijk om te zorgen voor weinig LDL-cholesterol in het bloed.

Cholesterol meten

Een verhoogde cholesterolwaarde kun je niet zien of voelen. Wel kun je het meten. Als een arts een te hoog cholesterolgehalte vermoedt, zal hij bloed laten prikken. De meting wordt herhaald als de risicoschatting rond de behandelgrens uitkomt, omdat het cholesterolgehalte nogal kan schommelen. Uiteindelijk wordt gekeken naar het totale cholesterolgehalte én naar verhouding tussen het goede HDL- en het slechte LDL-cholesterol. Een gezonde volwassene moet een totaal cholesterolgehalte hebben van onder de 5 mmol per liter. Het LDL-gehalte dient onder de 2,5 mmol/liter te liggen en het HDL-gehalte moet minstens 1 mmol/liter zijn (maar het liefst hoger). Tot slot wordt de cholesterolratio bepaald: dat is het totaal cholesterol gedeeld door het HDL-cholesterol. Hoe lager de ratio, hoe beter.

Oorzaken hoog cholesterolgehalte

Een hoog cholesterolgehalte kan verschillende oorzaken hebben, zoals:
– eten van veel verzadigd vet
– overgewicht
– diabetes
– een traagwerkende schildklier
– bepaalde medicijnen
– erfelijke aanleg
– leeftijd
– te weinig beweging

Wat te doen bij een te hoog cholesterolgehalte?

Een gezonde leefstijl is de eerste stap en houdt het volgende in:
Gezond eten, voldoende bewegen, niet roken en matig alcohol gebruik. Op die manier kan het cholesterolgehalte met ongeveer 10 procent dalen.

Gezond eten
Cholesterol wordt gemaakt in de lever. Hiervoor gebruikt de lever verzadigd vet als grondstof. Als je zorgt voor minder grondstof, kan de lever ook minder cholesterol aanmaken. Zorg dus dat je niet te veel producten met verzadigd vet eet. Verzadigd vet zit onder andere in volle melkproducten, volvette kaas, roomboter, vet vlees, worst, koekjes, gebak en snacks.
Een gezond eetpatroon ziet er als volgt uit: eet dagelijks 200 gram groenten, 2 stuks fruit en een ruime portie volkorenproducten. Kies verder voor producten die weinig verzadigd vet bevatten, zoals mager vlees, halfvolle en magere zuivel. Eet twee keer per week vis, waarvan een keer vette vis. En gebruik gerust producten met onverzadigde vetten, zoals margarine of halvarine uit een kuipje, vloeibare margarine, plantaardige olie, sommige noten en olijven. Over het algemeen geldt trouwens dat bij een hoger gehalte aan onverzadigde vetzuren, het product zachter of vloeibaarder is.

Voldoende bewegen
Wanneer beweeg je voldoende? Een half uur per dag is een mooi begin.

Effect van roken
Roken verlaagt het goede HDL-cholesterol en verstoort zo de cholesterolratio. Stoppen met roken is dan ook de eerste stap in het verlagen van het cholesterol.

Effect van alcohol
Alcohol is een ander verhaal. Matig alcoholgebruik verhoogt de bloedwaarde voor het beschermende HDL-cholesterol. Meer dan twee glazen per dag kan echter het triglyceridengehalte in het bloed verhogen, wat een ongunstig effect heeft op het cholesterolgehalte. Voor mannen geldt maximaal twee standaard glazen per dag en voor vrouwen maximaal één. Zorg voor minimaal twee alcoholvrije dagen in de week.

Plantensterolen verlagen cholesterolgehalte

Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat plantensterolen het cholesterolgehalte actief helpen verlagen. Uit onderzoek blijkt dat de consumptie van 1,5 tot 2 gram plantensterolen per dag het cholesterolgehalte met 7 tot 10 procent kan laten afnemen. Let op: Meer dan 3 gram plantensterolen per dag wordt niet aanbevolen! Het cholesterolgehalte daalt er niet verder door. Deze stoffen komen van nature voor in plantaardige producten, zoals peulvruchten, granen en noten. Bovendien worden ze toegevoegd aan bepaalde voedingsmiddelen zoals sommige margarines. Ook zijn er voedingssupplementen met plantensterolen op de markt.

Plantensterolen lijken qua structuur erg op cholesterol. Alleen worden cholesteroldeeltjes makkelijk opgenomen door de darmwand en plantensterolen niet. Plantensterolen blokkeren als het ware de opname van cholesterol uit de darmen. Daardoor komt er minder cholesterol in het bloed en wordt er meer cholesterol uitgescheiden via de ontlasting. Zo daalt het cholesterolgehalte in het bloed.

Richtlijnen voor plantensterolen
De hoeveelheid plantensterol die normaal gesproken in je voeding zit, is niet genoeg om echt heel veel effect te hebben op je cholesterol. Vegetariërs en andere mensen die veel plantaardige producten eten, krijgen bijvoorbeeld gemiddeld 0,5 tot 1 gram plantensterol binnen.

Volgens internationale richtlijnen is ongeveer 2 gram plantensterol per dag een goede dosis om het cholesterol te verlagen. Deze hoeveelheid plantensterol krijg je binnen als je 50 porties broccoli (± 360 mg/kg plantensterol in broccoli), 150 appels (± 180 mg/kg plantensterol in appel) of 425 tomaten (± 75 mg/kg plantensterol in tomaten) eet. Er zijn echter ook speciale smeermargarines en drankjes die plantensterolen bevatten en je kunnen helpen je cholesterol te verlagen.

Smeren?
Producten met plantensterolen zijn alleen bedoeld voor mensen met een (licht) verhoogd cholesterolgehalte (boven de 5 mmol/l), gebruik het dus niet preventief! Kijk altijd goed op de verpakking van het product, om te bepalen hoeveel je nodig hebt. Het gebruik hoort altijd onderdeel uit te maken van een gezond eet- en beweegpatroon.

Zwangere vrouwen, vrouwen die borstvoeding geven en kinderen onder de 5 jaar worden afgeraden om de verrijkte voedingsmiddelen te nuttigen. Ben je diabetespatiënt of gebruik je geneesmiddelen om je cholesterol te verlagen? Dan is het beter om voor gebruik even met je arts te overleggen.

Als voorzorgsmaatregel is een bovengrens vastgesteld van meer dan 3 gram plantensterolen/plantenstanolen per dag, omdat uit onderzoek blijkt dat een hoge dosis aan plantensterolen een significante daling van het gehalte carotenoïden in het bloed kan geven.

De risico’s van inname van minder dan 3 gram plantensterolen per dag zijn voldoende onderzocht door de Europese voedselveiligheid autoriteit (EFSA) en de Gezondheidsraad. Over de gezondheidsrisico’s van langdurige dagelijkse inname van meer dan 3 gram plantensterolen per dag zijn minder gegevens bekend. Het is dus belangrijk om de geadviseerde (dagelijkse) hoeveelheden aan te houden.

Genetische aanleg en overgewicht

Een te hoge cholesterolwaarde komt meestal niet alleen door verkeerd eten. Vaak is er sprake van een combinatie van factoren. Als het in de familie zit, kan het al op jonge leeftijd aanwezig zijn en spreken we van genetische aanleg. Ook de leeftijd speelt een rol: hoe ouder, hoe meer kans op een te hoog cholesterolgehalte. Voor vrouwen geldt, dat zij een wat minder hoog risico hebben dan mannen, omdat ze beschermd worden door het vrouwelijk hormoon oestrogeen. Maar na de overgang werkt die bescherming niet meer. Als je overgewicht hebt of te weinig beweegt, kan je cholesterolgehalte ook stijgen.

Eet volgens je leeftijd

oma eet vespers-550718_1280Gepubliceerd 19 juni 2015
Wist je dat leeftijd een belangrijke rol blijft spelen in het samenstellen van een gebalanceerd eetpatroon? Net als bij de overgang van baby naar peuter, heeft ons lichaam ook in latere levensfasen behoefte aan andere voedingsstoffen om optimaal te functioneren. Ontdek hier welke voedingsproducten het beste bij welke leeftijd passen.

Twintigers

Het is geen fabel dat gezond eten bij veel twintigers niet meteen bovenaan het lijstje met prioriteiten staat. Junkfood en studenten gaan vaak hand in hand. Maar deze leeftijdsfase is belangrijk om een gezond fundament te leggen voor de komende decennia. Zo blijft de botdichtheid evolueren tot je bijna 30 bent. Om het risico op kwalen als osteoporose te verkleinen, kun je als twintiger het beste voldoende calcium, vitamine K en D nemen. Je vindt ze onder meer in zuivelproducten, groene bladgroenten, zalm en eigeel.

Dertigers

Een carrière, (eventueel) een gezin én een sociaal leven, het wordt al snel hectisch en veeleisend. Tijd om gezonde voedingskeuzes te maken is er dan ook zeker niet altijd. Maak het jezelf gemakkelijker door een paar vaste waarden toe te voegen aan je winkelwagentje: zilvervlies rijst , diepvriesgroentjes, eieren, voorgekookte garnalen en volkoren pasta. Zeker voor vrouwen met een kinderwens is foliumzuur ontzettend belangrijk. Vergeet dan geen spinazie, broccoli en (boeren)kool te verwerken in je eetpatroon.

Veertigers

Wanneer je in de veertig bent vertraagt je metabolisme. Dit werkt dan weer overgewicht in de hand en ook het risico op hartproblemen, suikerziekte en artrose. Probeer daarom snelle koolhydraten te vervangen door kleinere porties van de volkoren alternatieven en eet ook voldoende vezelrijke groenten en fruit. Ze geven je langer een vol gevoel, waardoor je beter aan ongezonde tussendoortjes kan weerstaan. Vrouwen die pre-menopauzale symptomen ondervinden door de dalende oestrogeenproductie kunnen het beste voldoende phyto-oestrogenen nemen door onder meer soja, bonen, lijnzaad en volle granen te eten.

Vijftigers

Wanneer we de vijftig passeren, liggen artrose en pijnlijke gewrichten op de loer. Je verliest niet alleen gewrichtsvloeistof, maar ook je kraakbeen slijt sneller en je ligamenten verkorten en verliezen hun flexibiliteit. Om dit te verzachten kan je kiezen voor voeding die ontstekingsreacties inperkt, zoals vette vis (zalm, makreel, ansjovis, tonijn, haring en sardientjes) en kruiden als kaneel, kurkuma en gember. Vegetariërs kunnen ook altijd grijpen naar GOPO-supplementen, een natuurlijk ontstekingswerend middeltje dat gewonnen wordt uit rozenbottel.

Zestig(plussers)

Op latere leeftijd wordt ons lichaam steeds minder efficiënt in het opnemen van heel wat vitamines en mineralen. Ook het langdurig innemen van medicatie kan hier negatief op inwerken. Tegelijkertijd is de kans groot dat je hongergevoel afneemt, waardoor het des te belangrijker wordt om gezonde voedingskeuzes te nemen, zodat je maximaal kan profiteren van de kleinere porties. Vul de vaste maaltijden ook aan met voedzame tussendoortjes (fruit, groenten, volkoren toast).

Bovenstaande is slechts een korte samenvatting van wat per leeftijdsgroep wordt geadviseerd. Uiteraard gaat de informatie over voeding per leeftijdscategorie veel verder. Mocht je meer willen weten dan kun je natuurlijk altijd contact met ons opnemen.

Alles over de verschillende soorten gehakt

gehakt rauw 33509026_s gratisGepubliceerd 17 juni 2015
De supermarkten en slagerijen liggen vol met verschillende soorten gehakt, maar wat zijn nu de verschillen en wanneer heb je welke soort nodig? Om duidelijkheid in het gehaktlandschap te creëren vertellen we je over de bekendste (en meest gekochte) soorten.

Het is vrij voor de hand liggend, maar gehakt is vlees dat in stukken is gehakt of door de gehaktmolen is gehaald. Hierdoor krijgt het een fijne structuur, gaart het makkelijker en kun je het gebruiken voor tal van gerechten.
Vroeger werd voornamelijk restafval gebruikt voor de productie van gehakt, maar tegenwoordig zien we steeds vaker dat ook de betere (en meer smaakvolle) delen van dieren worden gebruikt.

Verschillende soorten

In Nederland kennen we een aantal verschillende soorten, waarvan half-om-half en rundergehakt de meest bekende zijn. Daarnaast is er onder andere nog gehakt van kippen-, varkens- en lamsvlees, mager rundergehakt en soms zien we ook kalkoengehakt voorbij komen.
Waar de meeste soorten voor zich spreken, is er bij half-om-half gehakt sprake van – de naam doet het al vermoeden – een mengsel. Hierbij gaat het om zowel rund- als varkensvlees, waarbij het verschil in verhouding maximaal 10 procent mag zijn.

Het vetgehalte

Naast dat de samenstelling aan vleessoorten kan verschillen, is ook het vetgehalte een belangrijk punt. Zo moet gehakt altijd een zekere mate van (natuurlijk) vet bevatten, om zo het vlees smeuïg en smaakvol te houden.
In Nederland zijn deze hoeveelheden vastgelegd, zo mag gehakt (ongeacht het soort vlees) maximaal 25% vet bevatten, en mager gehakt maximaal 15%. En tartaar dan? Ook hiervan is vastgelegd dat het maximaal 10% vet mag bevatten.

Wanneer gebruik je wat?

Over de hele wereld wordt wel gehakt gebruikt, in sommige landen en streken meer dan op andere plekken, maar ook veel andere soorten. Zo zien we in de Marokkaanse, Turkse en Griekse keuken veel meer lamsgehakt, en zijn ze in Italië fan van varkensgehakt.
Wanneer je welke soort het beste kunt gebruiken is uiteraard afhankelijk van het gerecht en het gewenste resultaat. Zo hebben gevogelte en rund over het algemeen een meer neutrale smaak, wat weer geschikt is als je wilt dat het vlees andere smaken opneemt. In tegenstelling tot bijvoorbeeld lamsvlees, wat weer een veel sterkere smaak heeft en bijna een gerecht an sich is.
Varkensvlees zou volgens sommige ‘kenners’ weer meer smaak hebben dan rundvlees, en vinden het daarom geschikt om te gebruiken in pastasauzen.
Zelf gebruiken wij thuis in de pastasauzen de magere runder variant, deze bevat veel minder vet en kun je heerlijk met wat kruiden op smaak brengen.

Hoe (on)gezond is Sushi?

sushi 11872641_s gratisGepubliceerd 11 juni 2015

Afgelopen zondag hadden we het op een verjaardagfeestje over hoe lekker sushi is en waar je hier in de omgeving van Groningen de beste sushi-restaurants kunt vinden. Een aantal mensen was er ook nog eens heilig van overtuigd dat sushi ook erg gezond is. Het bestaat vooral uit vis en bovendien behoren de Japanners tot de meest gezonde bevolkingsgroep ter wereld. Maar helaas voor alle sushi-fans: de Westerse variant is minder gezond dan wordt gedacht.

Waarom is Sushi ongezond?

In Japan eten ze het toch allemaal? Verre van! In Japan is sushi geen maaltijd die dagelijks gegeten wordt maar vaak alleen tijdens speciale gelegenheden of als je jezelf eens lekker wilt verwennen tijdens de lunch. In Japan weten ze dan ook allang dat sushi geen perfecte ‘healthy food’ is.

Veel calorieën

Volgens de Amerikaanse diëtiste Rachel Beller krijg je met een gemiddelde sushi lunch veel meer calorieën en koolhydraten binnen dan zou je denken. Vooral de niet traditionele sushi, zoals een California roll zijn grote boosdoeners. Dit komt grotendeels door de mayonaise die in de California roll wordt gebruikt waardoor één zo’n roll niet alleen al snel zo’n 350 calorieën bevat maar ook nog eens het equivalent is van 2-4 boterhammen als het aankomt op het aantal koolhydraten. Niet echt gezond dus als je er drie van naar binnen werkt.
De gemiddelde lunch bestaat uit 3 rollen, waardoor het aantal calorieën snel oploopt tot de 1.000. Het idee van een caloriearme, gezonde lunch is dus niet zo realistisch.

Kun je nagaan wat wij allemaal binnenkrijgen in de ‘All you can eat’-restaurants wanneer we sushi als diner nuttigen!
Een gemiddelde avondmaaltijd bevat ongeveer tussen de 600 en 1000 calorieën. Dit is genoeg om je maag te vullen en je te verzadigen tot je ontbijt. Een kleine portie sushi bevat ongeveer 500 calorieën, maar is te weinig om je een voldaan gevoel te geven. Hierdoor ga je al gauw veel meer eten; met name bij een ‘All you can eat’-restaurant. Uiteindelijk ga je als volwassen man al gauw voorbij de 2000 calorieën in één maaltijd. Ineens is die ‘gezonde’ sushi plotseling een gezondheidskiller.

Maar al die vis! Dat is toch wel gezond?

Op zich is vis zelf erg gezond en volgens experts is een portie van ongeveer 140 gram (afhankelijk van het type vis) dan ook zeker niet verkeerd. Maar een gemiddeld stukje nigiri sushi bevat maar 5 a 10 gram vis. Hierdoor zou je alleen al 28 stuks moeten eten om aan je dagelijkse portie vis te komen. Wil je het gezonde van de vis? Kies dan voor sashimi. Maar ook dan moet je oppassen want bepaalde soorten olie en vetten die je in vis vindt kunnen vervuilende stoffen bevatten (zoals kwik). In kleine hoeveelheden is dit niet erg (wordt weer afgebroken) maar eet je erg veel in korte tijd dan kan het schadelijk zijn. Daarom wordt het ook aangeraden om als volwassene niet meer dan 4 porties per week te eten (zwangere vrouwen 2 keer).

En hoe zit het dan met de rijst en sojasaus?

Ook de rijst is niet heel gezond. De rijst zelf heeft (na alle bewerking) vrij weinig voedingswaarde meer en wordt ook nog eens gekookt in water waar vaak suiker of gezoete rijstazijn bij gaat. Hierdoor kan één hapje sushi al behoorlijk wat suiker bevatten en zitten er in de rijst zelf ook al heel wat koolhydraten. Daarnaast zit er vaak ook veel zout in de rijst, maar ook in de vis en sojasaus verwerkt. Eén eetlepel sojasaus bevat bijvoorbeeld al tussen 900 en 1000 milligram natrium, dit is al bijna de helft van je dagelijkse dosis. Vaak gaan er meerdere eetlepels doorheen, waardoor je zoutinname torenhoog wordt en je veel meer zout binnenkrijgt dan eigenlijk gewenst is.

Mag je dan nog wel sushi eten?

Ja natuurlijk! Sushi is hartstikke lekker en zo nu en dan je eens helemaal uitleven kan ook echt geen kwaad. Het is alleen wel goed om te beseffen dat je van sushi, net als alle andere dingen, het beste kunt genieten wanneer je het met mate eet. Want ondanks de wat negatievere dingen die hierboven zijn genoemd zitten er wel degelijk een hoop goede dingen aan sushi vast; zo is nori (zeewier) erg goed voor je en zou wasabi zelfs goed zijn om tandbederf tegen te gaan!

Welke sushi kan je het beste eten?

Je eet natuurlijk wat je het allerlekkerste vindt, maar wil je het zo gezond mogelijk doen dan volgen hier enkele tips:

Begin met soep of groente
Begin met een miso soep voordat je sushi gaat eten. Het vult de maag aanzienlijk en bevat vaak minder dan 70 calorieën. Ook edamame is een verantwoorde manier om je maag een beetje voor te vullen. Deze peulvrucht zit vol met eiwitten en vezels en bevat wederom weinig calorieën. Ook tussendoor zijn deze twee gerechten evenals bijvoorbeeld zeewiersalade (wakame) een goede manier om je sushi af te wisselen. Uiteraard zit in edamame en miso ook weer flink wat zout, dus neem niet teveel.

Sashimi boven maki
Een hele sushi rol bevat heel wat witte rijst, die bij elkaar voor een hoop ongezonde suikers en calorieën zorgt. Wanneer je echter voor de sashimi kiest, eet je enkel de gezonde vis en bespaar je jezelf een hoop onnodige extra’s.

Pas op met Tempura
Voor sommige mensen is: ‘Kraakt het goed, dan smaakt goed’ een herkenbare leuze. Tempura garnalen of andere gefrituurde hapjes, zijn namelijk waanzinnig lekker. Helaas gaan de voordelen van wat je eet verloren, wanneer het bedekt is in een laagje krokante tempura. Deze gefrituurde gerechten bevatten een hoop vet, om over de calorieën nog maar niet te beginnen. Wees daarom voorzichtig met dit soort hapjes en ga liever voor ongefrituurde vis en groenten. Vaak is de regel voor sushi: ‘Hoe eenvoudiger, hoe beter’.

Wat je dus beter kunt laten staan:
- Alles wat maar te maken heeft met mayonaise/cream cheese etc.
– Bluefin tuna (vanwege het hoge percentage kwik én overbevissing van de bluefin)
– Tobiku sushi (vanwege het hoge cholesterol en verzadigd vet percentage)
– Soja Saus (vanwege het hoge zout gehalte)
– Tempura sushi (vanwege het frituren)

En wat dan betere keuzes zijn:
- Maki rolls, vooral die met komkommer (weinig cholesterol en vetten)
– Shrimp (garnaal) sushi
– Zalm sushi (nog aardig hoog in cholesterol maar laag in o.a. zout)
– Yellowtail tonijn sushi

Bruine rijst
Bruine rijst is in steeds meer Japanse eetgelegenheden een optie aan het worden. Deze rijstvariant is namelijk een stuk gezonder dan de normale sushirijst. Bruine rijst bevat voedingsstoffen als: ijzer, vitamine B1, Vitamine B3 en magnesium. Daarnaast staat bruine rijst lager op de glycemische index, wat inhoudt dat het minder effect heeft op je bloedsuikers, waardoor het in de praktijk meer verzadigend is dan witte rijst.

Wasabi
Echte wasabi zit boordevol met antioxidanten zoals Isothiocyanaat; een prikkelend ingrediënt welke ook voorkomt in bijvoorbeeld broccoli en mosterd. Deze antioxidant bevat veel gezondheidsvoordelen zoals de bestrijding van kanker. Daarnaast is het wasabi ook een erg smakelijk goedje, om je sushi van nét iets extra’s te voorzien. Maar let op, het is erg pittig!

Skip soms een ronde
Het kan soms even duren voordat je maag aan je hersenen heeft doorgegeven dat je vol zit. Wanneer je daarom eens een ronde overslaat en bijvoorbeeld rustig iets drinkt, heeft je lichaam iets meer tijd om de informatie door te geven. Hierdoor zou het goed kunnen dat je ineens vol zit, terwijl je anders misschien nog twee rondes was doorgegaan.

Gebruik stokjes
Het gebruik van stokjes kan – met name voor mensen die er niet zo handig mee zijn – gunstig zijn voor je dieet. Het zorgt ervoor dat je iets langzamer eet. Waardoor je lichaam, zoals eerdergenoemd, meer tijd heeft om signalen door te geven.

Ga voor de afwisseling
Het nuttigen van sushi’s met groente is een lekkere en gezonde manier om tijdens een maaltijd de schade te beperken en jezelf op smaakvolle wijze te vullen. Verse komkommer, avocado en andere groensoorten uit de zee, zijn erg smaakvol, bevatten weinig calorieën en relatief veel gezonde voedingsstoffen. Grote kans dat je een voorkeur hebt naar andere gerechten, maar een beetje afwisseling kan ook geen kwaad.

Kortom, het eten van sushi is absoluut niet ongezond. Je moet echter wel weten wat je eet en wat je beter aan je voorbij kunt laten gaan.

Bron: Manners

Tips voor een gezonde en slanke barbecue

BBQ fish-103294_1280Gepubliceerd 5 juni 2015

Eindelijk is het vandaag een prachtige zonnige dag! En op zo’n warme dag als deze zal bij veel mensen de barbecue weer tevoorschijn komen. Wat is er gezelliger dan buiten allerlei hapjes eten? Maar wat als je een beetje aan je lijn wilt denken of gewoon helemaal geen zin hebt in vette hamburgers en worst op de BBQ? Gelukkig zijn gegrilde groenten en vlees ook heel geschikt als je op je lijn wilt letten. Met de onderstaande tips stel je heel gemakkelijk een slanke barbecue samen.

1. Stil je trek

Het duurt wel even voordat een barbecue opgestookt en op de juiste temperatuur is. Ondertussen krijg je steeds meer trek en snaai je het ene na het andere broodje met kruidenboter. Klinkt dat bekend in de oren? Neem dan voordat je gaat barbecueën alvast een tussendoortje dat de ergste trek stilt, bijvoorbeeld wat yoghurt of fruit. Dan is het makkelijker om je in te houden tot het vlees klaar is.

2. Neem iets mee

Ben je uitgenodigd voor een barbecue en bang dat er voor jou weinig lekkers te vinden zal zijn? Neem zelf fruit en salades mee. Zo ben je niet alleen attent, maar ook verzekerd van een gezonde optie.

3. Mager vlees

Op een barbecue wordt vlees net zo bereid als op een grill, dus daar is niets mis mee. Wat je op de barbecue legt is wel van belang. Kies bij voorkeur voor magere vleessoorten of gevogelte, zoals varkensfricandeau, varkenshaas, biefstuk, entrecote, runderlapjes, kipfilet, kalkoenfilet. Marineer het vlees van tevoren, zodat het ook lekker is zonder vet sausje erbij. Snijd vetrandjes weg en verdeel grote lappen vlees in kleine stukken, zodat je een bescheiden portie kunt nemen. Bewerkte vleeswaren zoals gehaktballetjes, hamburgers, braadworsten en hotdogs bevatten onnodig veel vet. Je kunt wel zelf hamburgers maken van mager rundergehakt.

4. Kies vis

Ook vis kan prima op de barbecue. Je kunt een vis in zijn geheel grillen of er een pakketje van maken. Combineer een stukje vis met kruiden en groenten en leg het op een stuk aluminiumfolie. Vouw de folie dicht tot het een pakketje wordt en leg dit op de barbecue. Kies weer voor magere soorten, bijvoorbeeld tonijn, schol, tong, tilapia, inktvis, pangasius of garnalen.

5. Veel groente

Gegrilde groenten zijn lekker en bevatten weinig calorieën. Door stukken paprika, champignon, ui, tomaat aan een takje rozemarijn te rijgen, maak je een kleurrijke groentespies. Je kunt ook denken aan fruitspiesjes met aardbeien, stukken appel en peer. Of vul een pakketje van aluminiumfolie met je favoriete groenten en kruiden. Mais, courgette en aubergine kun je ook los op de barbecue leggen. Vet het rooster goed in, zodat ze niet blijven plakken.

6. Salades

Kant-en-klare (huzaren)salade bevat meestal aardig wat mayonaise, maar salades die je zelf bereidt, kun je zo caloriearm maken als je wilt. Ook worteltjes, stukken paprika, kerstomaatjes, bleekselderij en bloemkoolroosjes met een dipsaus op yoghurtbasis knabbelen lekker weg.

7. Eén bord

Als je aan het afvallen bent, schep je natuurlijk geen drie keer op tijdens de avondmaaltijd. Waarom zou je dat bij een barbecue ineens wel doen? Vul één keer je bord met verschillende groenten, een paar stukjes vlees of vis, wat aardappeltjes of brood en een salade en laat het daar dan bij. Neem geen ijs als toetje maar wat vers fruit.

8. Slanke sausjes

Over het algemeen zijn rode sauzen minder vet dan witte. Kies dus voor ketchup, curry of barbecuesaus. Je kunt ook zelf sauzen en dips maken op basis van yoghurt, zoals tzatziki en knoflooksaus. Wil je toch wat mayonaise, kies dan voor een lichte variant.

9. Drink water

Tijdens een barbecue ben je veel langer aan het eten dan je normaal doet. Ongemerkt drink je ook de hele avond en gaat er de nodige alcohol doorheen. Beperk je tot één glas wijn en stap daarna over op water, dan bespaar je jezelf die extra calorieën weer.

10. Overslaan

Veel extraatjes die bij een barbecue op tafel staan zijn juist dikmakers. Denk bijvoorbeeld aan sauzen en slaatjes met room en mayonaise, kruidenboter, frietjes en gebakken aardappelen. Een wijntje erbij en een ijsje na. Juist door deze extraatjes over te slaan, kun je barbecueën zonder schuldgevoel.