IJs, zo blijft lekker ook gezond!

De zomer vieren met ijsjes, daar is niks mis mee. Maar weet wat je eet. Kijk uit voor suikers en vetten. Sommige ijssoorten bevatten meer (of minder) calorieën dan je denkt.

Dat er ijsjes zijn met net zoveel calorieën als een pakje boter, is onzin. Laat eens een ijsje (een beetje) ontdooien en proef: mierzoet! De lage temperatuur van ijs vlakt de zoete smaak af. Er is dus extra veel suiker toegevoegd om toch een zoete smaak te krijgen.

Suiker

In alle ijsjes zit suiker. In waterijs en sorbetijs op basis van fruit (te herkennen aan de stevige, niet-glimmende structuur) het minst. Deze beide soorten bevatten geen room of melk, geen vet en daarom relatief gezien weinig calorieën. Een onschuldig Raketje, een perenijsje of een bolletje sorbetijs bevat ongeveer 50 kilocalorieën. Daar kun je je geen buil aan vallen.

Room
Maar de meer luxe ijssoorten krijgen hun likkebaardende romigheid niet alleen van water, fruit en suiker. Daar zit echt room in. Soms zijn dat plantaardige vetten in plaats van room. En soms chocolade. Die ingrediënten drijven de caloriedichtheid behoorlijk op.

Vet

Toch moet je niet de horrorverhalen geloven, dat sommige ijsjes net zoveel calorieën bevatten als een pakje boter. Een Magnum-ijsje bevat 250 kilocalorieën en 14 gram vet, qua calorieën te vergelijken met een gevulde koek of twee handjes borrelnoten (en dus niet met een pakje roomboter van ruim 1800 kilocalorieën).

Roomijs bevat in verhouding wel vrij veel van het ongezonde verzadigde vet. En softijs dan? Dat zit qua calorieën en vet tussen waterijs en roomijs in.

ijsschemavoorweb2Hier vind je een overzicht van de calorieën in ijs.

 

 

Bronnen: Gezondheidsnet.nl, Plus Magazine, mei 2013

Fruit: iedere kleur zijn eigen gezonde nut!

Zomerfruit is er in alle kleuren vanfruitfruitff-gif de regenboog. Die natuurlijke kleurstoffen maken fruit niet alleen onweerstaanbaar, maar ook heel erg gezond. Groen fruit, zoals kiwi’s en groene appels zitten vol gezonde stoffen waar je bloedvaten wel bij varen.

Kiwi

Om dichtslibben van de bloedvaten tegen te gaan en het bloed dun te houden, wordt door artsen regelmatig aspirine geadviseerd. Onderzoekers van de universiteit van Oslo hebben echter een veel lekkerder en natuurlijker alternatief ontdekt met hetzelfde bloedverdunnende effect: twee à drie kiwi’s per dag eten. Welke stof uit kiwi verantwoordelijk is voor het bloedverdunnende effect, is de onderzoekers nog niet duidelijk.

Groene appel

In appels, zoals de felgroene Granny Smith, zit veel quercitine, een zeer sterke antioxidant. Antioxidanten zijn gunstig, want ze kunnen onze cellen beschermen tegen vrije radicalen (=instabiele atomen en moleculen die cellen beschadigen). Gedacht wordt dat antioxidanten daardoor kanker en hart- en vaatziekten kunnen uitstellen. Eén appel heeft dezelfde antioxidantwerking als 1500 mg vitamine C. Hier moet je maar liefst 25 sinaasappels voor eten. Quercitine lijkt bovendien goed voor onze bloedvaten. Hoe hoger de inname van deze antioxidant, hoe lager het cholesterolgehalte en hoe kleiner de kans op hart- en vaatziekten, zo blijkt uit Fins en Japans onderzoek.

Oranje voor de ogen

Heb je je wel eens afgevraagd waarom nectarines, abrikozen en perziken zo oranje zijn? Dat komt door bèta-caroteen, dezelfde stof die wortels, sinaasappels en mandarijnen oranje kleurt. Bèta-caroteen is één van de circa 600 carotenoïden die in groente en fruit voorkomen. In deze supersappige steenvruchten zit ook veel van twee andere carotenoïden: luteïne en zeaxanthine. Oranje zomerfruit is goed voor jouw ogen.

Nectarines

Nectarines bevatten veel luteïne en zeaxanthine. Bij het eten van een nectarine gaat een deel van deze stoffen naar je ogen. Ze vormen daar een soort inwendige zonnebril en beschermen het netvlies tegen de schadelijke werking van zonlicht. Zo helpen ze het verouderen van het netvlies voorkomen. Er zijn zelfs aanwijzingen dat ze beschermen tegen ouderdomsblindheid ofwel macula-degeneratie; een oogziekte waardoor het centrum van het netvlies (de macula) afsterft. Eén op de tien 80-plussers heeft deze ongeneeslijke aandoening. Hoeveel nectarines je moet eten om beschermd te zijn tegen de ziekte, is jammer genoeg (nog) niet bekend.

Abrikozen

Abrikozen bevatten van al het fruit veruit het meeste van de natuurlijke oranje kleurstof bèta-caroteen: ruim 25 keer meer dan de gemiddelde vrucht. Ons lichaam is in staat om dat bèta-caroteen om te zetten in vitamine A, en maakt daaruit weer een stof die heel belangrijk is voor het zien van licht en donker. Bèta-caroteen helpt dus om nachtblindheid te voorkomen. En als de zomer voorbij is en er geen abrikoos meer is te vinden? Neem dan gerust gedroogde abrikozen. Bèta-caroteen doorstaat het drogen met glans. Dit in tegenstelling tot vitamines, want die zul je in gedroogd fruit amper tegenkomen. Gedroogde abrikozen bevatten ook veel ijzer, wat goed is voor je bloed.

Vuurrood voor van alles

Voor vogels zijn rode vruchten als aardbeien en frambozen onweerstaanbaar en ze hebben groot gelijk. Rood fruit is namelijk een weldaad voor jouw lichaam. Er zit niet alleen vitamine C in, maar ook zogenoemd ellagitannine en lycopeen, wat het vruchtvlees van een tomaat of watermeloen zo mooi rood kleurt.

Watermeloen

De rode kleurstof lycopeen wordt altijd in een adem genoemd met tomaten, maar in watermeloen zit een kwart meer en dat is veruit het meeste van alle vruchten! Vooral mannen kunnen daar hun voordeel mee doen, want lycopeen zou wel eens cruciaal kunnen zijn bij de bescherming tegen prostaatkanker. Het is ook nog eens ideaal bij warm weer, want één flinke portie watermeloen bevat evenveel vocht als een glas frisdrank, maar helpt veel beter tegen de dorst omdat er minder suiker in zit.

Aardbei

Lycopeen zul je niet in aardbeien vinden, maar wel meer vitamine C dan er in sinaasappels zit. Om precies te zijn: in 100 gram sinaasappel zit 49 mg en in 100 gram aardbeien 60 mg vitamine C. Vitamine C is belangrijk om de weerstand op peil te houden en voor de genezing van wonden. Minder bekend is dat vitamine C de huid stevig houdt. Het is namelijk nodig voor de vorming van collageen, het bindweefsel dat de huid stevigheid geeft. Bij het klimmen der jaren wordt er steeds minder collageen aangemaakt, zodat de huid slapper wordt en gaat hangen. Ook het zonlicht is een beruchte sloper van bindweefsel. Gelukkig zijn er juist zomers volop aardbeien te koop.

Framboos

Frambozen zijn ongekend gezond, zo stellen onderzoekers van de Wageningen Universiteit. Er zit een stof in die verder eigenlijk alleen maar in geneeskrachtige kruiden voorkomt: ellagitannine. Aan deze stof worden kankerremmende effecten toegeschreven, al is dat alleen nog maar in het laboratorium aangetoond.

Paars voor een jeugdig lichaam en geest

Bosbessen, bramen, zwarte bessen en pruimen, ze bulken stuk voor stuk van de natuurlijke blauwpaarse kleurstoffen, ook wel anthocyanen genoemd. Aan deze stoffen worden wonderbaarlijke effecten toegedicht. Eet paars fruit vooral rijp, want tijdens het rijpen neemt het gehalte aan anthocyanen alleen maar toe.

Bosbessen

Bosbessen danken hun diepe kleur aan de flinke hoeveelheid anthocyanen. Gedacht wordt dat deze stoffen een gunstige invloed hebben op onze hersenen en het geheugen. Bij dieronderzoek blijkt dat anthocyanen in de hersenen terechtkomen, precies in het gebied van het geheugen en leervermogen. En hoe hoger het gehalte daar, des te slimmer de diertjes waren én bleven bij het ouder worden.

Pruimen

Je zou het misschien niet achter deze paarse vrucht zoeken, maar wetenschappelijk onderzoek toont aan dat pruimen een heel sterke antioxidantwerking hebben. Misschien wel de sterkste van alle vruchten. Gunstig dus die pruimen, want antioxidanten beschermen ons lichaam tegen ziektes. Geen verse pruimen meer te koop? Gedroogde pruimen en pruimenjam zijn ook nog goede bronnen van antioxidanten.

Geel voor de bloeddruk

Geel is goed voor je bloeddruk, want geel fruit bevat het mineraal kalium. De kaliumkoningen zijn gele honingmeloen en bananen.

Honingmeloen

Een egale gele schil en zacht geel vruchtvlees, dat kenmerkt de honingmeloen, ook wel suikermeloen genoemd. Het is een uitstekende bron van kalium: een honingmeloen bevat bijna twee keer zoveel kalium als het gemiddelde fruit. Kalium verlaagt de bloeddruk, zo blijkt uit wetenschappelijk onderzoek.

Banaan

Bananen bevatten niet alleen veel kalium, maar ook veel vitamine B6. Sterker nog, het is van alle soorten fruit en groenten de rijkste bron van deze vitamine. Vitamine B6 is veelzijdig en werkt samen met kalium. Beide stoffen spelen een belangrijke rol bij ons tastgevoel. Dit vijfde zintuig wordt gevormd door zenuwuiteinden die eindigen in de huid. Ze vangen prikkels van buitenaf op, zoals de warmte van de zon of een zachte aanraking. Zowel kalium als vitamine B6 zijn nodig om die prikkels via de zenuwen door te geven aan de hersenen. Kalium en vitamine B6 zitten overigens in veel voedingsmiddelen, dus een tekort zul je er niet snel van oplopen.

Iedere dag vijf kleuren

Het National Cancer Institute in de Verenigde Staten adviseert om flink te variëren met de kleuren. Want elke kleur fruit bevat weer andere unieke super- gezonde stoffen met de meest exotische namen. In de Verenigde Staten loopt daarom al jaren de voorlichtingscampagne ‘5 a day, the color way’. Hierin worden Amerikanen opgeroepen om zoveel mogelijk kleuren fruit en groenten te eten.

Hoe kleurrijker, hoe meer gezonde stoffen, zo is de gedachte. En wij kunnen nog wat van de Amerikanen leren, want hier komen we niet verder dan gemiddeld twee tot drie kleuren fruit en groenten per dag. En één op de drie mensen haalt dat zelfs niet eens. De meest geconsumeerde kleuren zijn groen, oranje, geel en rood. Paars eten we amper.

Bron: Gezondheidsnet.nl, mei 2013

Nationaal Programma Preventie

De komende maanden willen minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en staatssecretaris Van Rijn met het kabinet en in samenwerking met maatschappelijke partners een Nationaal Programma Preventie (NPP) uitwerken. Dit om de volksgezondheid te beschermen en waar mogelijk te verbeteren op een duurzame manier.

‘Preventie kan en moet een meer prominente plek krijgen binnen de zorg. En we gaan verder werk maken van de reductie van chronische ziekten en de risicofactoren daarvoor, zoals diabetes, depressie, overgewicht, roken, alcohol en onvoldoende bewegen’, schrijven Schippers en Van Rijn in een brief  aan de Tweede Kamer.Winst behalen

De bewindslieden wijzen erop dat mensen steeds ouder worden, maar wel met steeds meer chronische ziekten. Ze zijn van mening dat er op bepaalde gebieden nog winst te behalen valt. In de brief geven zij de accenten van het programma aan die zij vanaf nu met hun collega’s in het Kabinet en met hun maatschappelijke partners verder gaan uitwerken en uitvoeren.

Voorlichting via school

iStock_000019857378SmallSchippers en Van Rijn willen onder andere samenhangende preventieprogramma’s ontwerpen in de domeinen zorg, school, werk en wijk. Hierbij denken zij bijvoorbeeld aan voorlichting aan schoolkinderen en hun ouders over gezonde voeding (op school, op het consultatiebureau). Dit kan gecombineerd worden met een gezond aanbod in de schoolkantine en de supermarkt, een veilig en stimulerend sportklimaat en fietspaden die het bewegen stimuleren.

Minder zout, vet en suiker in de supermarkt

Ook zijn Schippers en Van Rijn (al langer) in gesprek met de industrie over de hoeveelheid zout en vetten in de voeding en gaan ze met producenten spreken over de hoeveelheid suiker.

Gezonde voeding voor werknemers

Verder hebben gezonde voeding op de werkvloer en voedselveiligheid in het algemeen een plaats in het NPP.

Bron: VoedingNu, 15 april 2013

Lekker uit eten en toch gezond eten!

Lekker uit eten gaan kan ook als je op je gezondheid en je gewicht moet letten. Hoe?Trophé geeft je enkele tips:

Zoek een restaurant uit waar je gezonde keuzes kunt maken. In een fastfood keten zit je dus niet goed! Hier is niets gezonds te vinden. Ga naar een restaurant waar je á la carte kunt eten, hier kun je zelf en in overleg met de ober een goede keuze maken.

naamloos (14)Eet tevoren nog even een gezond tussendoortje, zoals fruit of een volkoren biscuit of cracker, zodat je niet met een enorme trek in het restaurant aankomt. Wanneer je veel trek hebt ben je geneigd juist de meest vetrijke maaltijden te bestellen en je direct tegoed te doen aan stokbrood vooraf. Laat liever het brood vooraf staan of eet alleen volkoren brood. Beter is het om een heldere bouillonsoep of salade te bestellen om de ergste honger te stillen en bestel daarna pas het hoofdgerecht, je zult dan een gezondere keuze maken.

Informeer naar de bereidingswijze

Informeer bij de bediening hoe het gerecht dat je gekozen hebt bereid wordt. Vraag naar wat voor soort vet er wordt gebruikt, of het ook zonder vet of eventueel met een andere, gezondere variant bereid worden? Een gezondere variant is een plantaardige olie, dat onverzadigde vetten bevat, zoals bijvoorbeeld olijfolie of lijnzaadolie.

Informeer ook naar het bijgerecht. Vaak bestaat dit uit frites of gebakken aardappelen, die erg vet zijn. Je kunt dan beter even vragen of het mogelijk is om gekookte aardappelen te krijgen. En bestaat het bijgerecht uit rijst, vraag dan om  zilvervliesrijst in plaats van witte rijst. Zilvervliesrijst is rijk aan voedingsvezels. Deze zorgen voor een verzadigd gevoel in de maag en hebben een gunstige invloed op de vetstofwisseling.

Kies voor magere producten

Als je een vleesgerecht kiest, neem dan een magere variant, zoals kip en kalkoen zonder vel. Let er wel op dat ze op de juiste manier zijn klaargemaakt: gestoomd, gekookt, gegrild, geblancheerd of gepocheerd. Gefrituurde of gebakken maaltijden zijn vetter, ook gerechten bereid met paneermeel of krokante laagjes zitten vol met verzadigde vetten. Laat deze dus liever staan!
Verder zijn vis, garnalen en schaaldieren goede keuzes.

Wil je een vegetarisch gerecht? Kies dan iets met bonen of linzen. Neem geen gerechten met bladerdeeg, room en vette kazen, deze zitten vol met verzadigde vetten en overbodige calorieën. Beter is om iets met tomatensaus te nemen.

Veel groenten en fruit

Kies voor gerechten met veel groenten en fruit. Het beste is dat je bord voor het grootste gedeelte uit groenten bestaat.

Heb je ook nog zin in een nagerecht? Kies dan voor iets met vers fruit en neem geen vette pudding, ijs, taart en chocola.

Sausjes en dressings

Vraag of sausjes bij de gerechten en dressings bij de salades apart in een schaaltje geserveerd kunnen worden. Dan kun je zelf bepalen óf en hoeveel je hiervan wilt eten. Kan de saus of dressing niet apart geserveerd worden laat deze dan liever weg of kies voor een ander gerecht. Sauzen en veel dressings zijn nu eenmaal dikmakers. Sauzen op basis van tomaat zijn een betere keuze dan die met room of boter. Pindasaus en curry’s op basis van kokosroom zijn op zich niet ongezond maar bevatten wel erg veel vet, en zijn dus energierijk. Eet deze dus niet teveel.

Eet langzaam en niet teveel

Wanneer je langzaam eet, zul je merken dat je sneller verzadigd raakt. Leg geregeld even je bestek neer, neem een slokje van je drinken, praat even en ga dan weer rustig door met eten. In een restaurant krijg je vaak veel te veel geserveerd. Probeer met jezelf af te spreken dat je stopt met eten wanneer je eigenlijk nog net niet vol zit en je bord nog niet leeg is. Je zult zien dat je na een tijdje wachten toch vol genoeg zit.

Alcohol

Drink liever geen alcohol als je uit eten gaat en op je gezondheid en/of gewicht moet letten. Alcohol bestaat uit veel suikers, waardoor je extra calorieën binnenkrijgt. Je lichaam kan alcohol en voedsel niet tegelijkertijd verteren. Je lichaam (de lever) zal daarom eerst de alcohol verwerken en afbreken en dit vertraagt de afbraak van vet uit voedsel. Vet wordt dan bijna één op één opgeslagen in de weefsels en niet verbrand voor energie. Bovendien neemt je lichaam tijdens het afbreken van de alcohol door de lever, weinig tot geen voedingsstoffen op.

 

Hoe kom je aan 200 gram groenten?

Rauw, gewokt of gekookt.

Om voldoende vitamine en mineralen binnen te krijgen, is het belangrijk om dagelijks twee ons groenten en twee stuks fruit te eten. Maar als je 200 gram rauwe spinazie in de wok of pan gooit, houd je maar heel weinig over. Dus dan kom je niet aan je twee ons. Hoe pak je dat aan?
Twee ons groenten bij tomaten, komkommer en sla is gemakkelijk: die groenten eet je eigenlijk altijd rauw dus 200 gram is 200 gram. Maar hoe zit dat met andijvie en spinazie? Van een zak vol groente blijft dan in de pan namelijk maar heel weinig over. Volgens het Voedingscentrum moet je altijd uitgaan van 200 gram bereide groenten.

Slinken
Als je groente kookt, verlies je vocht, grammen en wat voedingstoffen, maar tegelijkertijd wordt het geconcentreerder en kun je daardoor juist makkelijk veel voedingsstoffen binnenkrijgen. Daarom heb je voor 200 gram gekookte andijvie 350 gram rauwe groente nodig. Hetzelfde geldt voor spinazie.
Toch heb je als je andijvie rauw door de stamppot mengt of een spinaziesalade maakt, niet méér dan 200 gram nodig. Het belangrijkste is dat je gevarieerd eet. Kies voor allerlei soorten groenten en zowel rauw als bereid. Dan blijft 200 gram gemiddeld genomen voldoende.

Wil je weten hoeveel rauwe groente je nodig hebt om aan je dagelijkse 200 gram te komen van de bereide variant? Kijk dan in onderstaande tabel.

Groente

Hoeveelheid rauw voor 200 gram bereide groente

Andijvie 330-350 gram
Asperges 250-300 gram
Aubergine 250 gram
Bieten* 200 gram
Bleekselderij 300-350 gram
Bloemkool 250-300 gram
Boerenkool 400-450 gram
Bospeen 200-250 gram
Broccoli 250-300 gram
Champignons 400 gram
Chinese kool 350 gram
Courgette 250 gram
Doperwten (vers)** 500 gram
Haricot Verts 225 gram
Paprika 2 stuks
Peultjes 225-250 gram
Pompoen 300 gram
Prei 400-500 gram
Rabarber 400 gram
Rode kool 250 gram
Snijbonen 200-250 gram
Sperziebonen 200-250 gram
Spinazie 350-400 gram
Spitskool 250-300 gram
Spruitjes 250 gram
Sugar Snaps 225-250 gram
Tuinbonen (vers) ** 1 kilogram
Venkel 250 gram
Winterpeen 200-250 gram
Witlof 250-300 gram
Witte kool 200-250 gram
Zuurkool 200-250 gram

* Bietjes koop je meestal al voorgekookt. Tijdens het bereiden gaat dan niets meer verloren.
** Vers gekochte tuinbonen en (dop)erwten moet je nog doppen. Als je ze uit de diepvries, blik of pot bereidt, geldt 200 gram is 200 gram.

Bronnen: Gezondheidsnet, Voedingscentrum

Neem een kijkje in de kas bij jou in de buurt

In het weekend van 6 en 7 april kun je op verschillende plekken in Nederland kassen bezoeken. Een goed moment om te bekijken hoe groente en fruit in de kas worden geteeld.

imagesCAYHZ3ERJe komt er bijvoorbeeld achter hoe aardbeien en komkommers worden verbouwd. Zo zie je hoe ze worden geoogst, gesorteerd en verpakt. In de kasbouw wordt daarnaast steeds duurzamer omgegaan met energie. Via de restwarmte van andere bedrijven in de buurt worden sommige kassen verwarmd.

Natuurlijke vijand als bestrijdingsmiddel

In kassen worden middelen gebruikt om de oogsten te beschermen. Eerder nam het Voedingscentrum een kijkje in de kas van een tomatenteler. Hij liet zien dat hij sluipwespen inzet tegen bladluizen, die schadelijk kunnen zijn voor de tomaten.
Meer informatie over bestrijdingsmiddelen

Kom in de kas

Tijdens het weekend van 6 en 7 april openen ruim 200 glastuinders hun deuren. Het eerste weekend van april laten zij zien waar ze trots op zijn: de kunst van het telen van natuurproducten.
Kijk voor locaties en meer informatie op de website ‘Kom in de kas’

Bron: Voedingscentrum, 5 april 2013

‘Te veel acrylamide in chips’

Een kwart van de naturel chips blijkt te veel acrylamide te bevatten. Dat meldt de Consumentenbond vandaag.

De Consumentenbond onderzocht twaalf merken naturel chips op de aanwezigheid van de stof. Drie bleken relatief veel acrylamide te bevatten. De stof is mogelijk kankerverwekkend. De bond raadt consumenten dan ook aan om niet al te veel voeding waar veel acrylamide in zit te eten. Dit tot er meer duidelijk is over de risico’s ervan.

naamloos (7)De chipsmerken waar veel acrylamide in werd aangetroffen, zijn Kettle, Tra’fo en Hoeksche Chips. Sinds 2002 is bekend dat acrylamide in voeding zit, maar het is nog niet duidelijk of dit schadelijk is voor mensen en bij welke hoeveelheden.

De industrie probeert het acrylamidegehalte in levensmiddelen terug te dringen, maar uit onderzoek blijkt dat dat nog niet altijd lukt. Acrylamide ontstaat vooral in zetmeelrijke producten die meer dan 120°C worden verhit.
Bij chips en ook bij friet kan de acrylamide vorming aan de aardappelen liggen, maar ook aan het productieproces. Fabrikanten met te veel acrylamide in hun producten krijgen een waarschuwing van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en worden geacht hun productieproces aan te passen.

Ontbijtkoek

De Consumentenbond onderzocht ook zestien merken ontbijtkoek op de hoeveelheid acrylamide. Het ging daarbij om ontbijtkoek van huismerken en A-merken uit de supermarkt: ‘gewone’ ontbijtkoek, verse ontbijtkoek, volkoren ontbijtkoek en ontbijtkoek met minder suiker. De hoeveelheid acrylamide in ontbijtkoek blijkt sterk gedaald ten opzichte van het vorige onderzoek van de Consumentenbond in 2009.

Bron: Consumentenbond, 5 april 2013

Zijn eieren gezond of niet?

Eieren zijn gezond. Van eieren word je niet dik. Een gemiddeld gekookt ei bevat maar 75 kcal. Eieren bevatten antioxidanten, die ouderdom gebonden oogziektes kunnen tegengaan.

Bron van eiwitten
Eieren zijn rijk aan alle essentiële aminozuren. Bovendien zijn ze een bron van biologische, hoogwaardige eiwitten. Tot slot bevatten eieren nuttige stoffen als ijzer, choline, foliumzuur en de vitamines B2, B12, E en D.

Versheid
Om erachter te komen of een ei nog vers genoeg is om te eten, hoef je deze alleen maar in koud water te leggen. Hoe meer de bolle kant omhoog komt drijven, hoe ouder het ei is. Dat komt door de luchtkamer van het ei. Deze wordt groter, naarmate het ei ouder wordt. Na zes weken is de luchtkamer zo groot, dat het ei in zijn geheel kan blijven drijven. Dan wordt het echt tijd om het ei weg te gooien. Als je een vers ei openbreekt, zie je een ronde, stevige dooier en doorzichtig eiwit dat weinig uitloopt. Uiteraard wordt de versheid van een ei ook gecontroleerd voordat het in de winkel terechtkomt.

Cholesterolgehalte
Het idee dat veel eieren eten slecht is voor je cholesterolgehalte, is niet helemaal waar. Zolang je niet meer dan 300 mg cholesterol per dag binnen krijgt en weinig andere producten eet met verzadigde vetten, zit je goed. Bij een ei is het wit vrij van cholesterol, de eidooier bevat 200 mg. Je kunt dus zonder problemen twee tot drie eieren per week eten. Wil je iedere dag een eitje, dan moet je ervoor zorgen dat je zo min mogelijk andere producten eet waar veel cholesterol in zit. Dat zijn bijvoorbeeld vette vleeswaren en kazen, boter en margarines die hard worden in de koelkast, zoete snacks en tussendoortjes.

Salmonella
Salmonella is een darmbacterie die via besmet voedsel elk jaar ongeveer 50.000 mensen ziek maakt. Het grootste risico om ziek te worden, loop je als je eieren niet goed verhit of rauw ergens doorheen mengt. De bacterie leeft in de darmen van pluimvee en varkens en verspreidt zich via ontlasting. Mensen kunnen ook drager zijn en door slechte hygiëne levensmiddelen besmetten. Sommige soorten salmonella kunnen een voedselinfectie veroorzaken. Bij een voedselinfectie krijg je bacteriën binnen. Deze gaan zich dan vermenigvuldigen in je darmen en daar word je ziek van.

Vogelgriep
Het is vrijwel onmogelijk dat je door het eten van eieren besmet raakt met het vogelgriepvirus. Je kunt de ziekte alleen oplopen na intensief contact met zieke en dode vogels die besmet zijn. Is een ei toch besmet met de vogelgriep, dan overleeft het virus verhitting in de steel- of koekenpan niet.

Pasen images (2)
Eet je met Pasen wat meer eieren dan normaal? Dat is geen probleem. Op het cholesterolgehalte in je bloed heeft dit nauwelijks effect. Een eitje dat is beschilderd met eierverf of viltstiften, kun je zorgeloos opeten. Kook eieren wel hard, tenminste negen minuten. Zo voorkom je een salmonellabesmetting.

Bron: Gezondheidsnet

Geloof in fabels over voeding staat afvallen in de weg

Mensen die beginnen met afvallen, maar weinig of geen gewicht verliezen of al snel weer aankomen, zouden hierin wel eens onsuccesvol kunnen zijn omdat ze nog steeds geloven in fabels over afvallen. Dat vindt het Voedingscentrum, op basis van een onderzoek dat de organisatie liet uitvoeren naar de relaties tussen fabels en gewicht onder een brede groep Nederlanders.

‘Veel mensen geloven in fabels rondom afvallen’, stelt het Voedingscentrum. ‘Dit kan een oorzaak zijn waarom afvallen niet of moeilijk lukt.’  Zo gelooft ruim 58  procent van de Nederlanders dat grapefruitsap of citroensap helpt bij het afbreken van vet. In de noordelijke provincies zelfs iets meer: 69 procent. Maar er is geen enkel bewijs dat het drinken van dit sap helpt om af te vallen.

Zware botten
Een andere fabel betreft: ‘Iemand kan te zwaar zijn omdat hij of zij zware botten heeft’. Ruim een derde van de Nederlanders (35 procent) gelooft onterecht in het bestaan van ‘zware botten’.  Relatief meer 65-plussers, mannen en laag opgeleiden geloven hierin. Overgewicht betekent dat je meer weegt dan goed is voor je gezondheid. Dit extra gewicht is bij de meeste mensen vooral extra lichaamsvet. Het gewicht van botten verschilt niet veel tussen mensen, maar is wel afhankelijk van lengte. Hier wordt echter rekening mee gehouden bij de berekening van de Body Mass Index (BMI).

Avondverbranding
Een andere fabel betreft: ‘Na 8 uur ’s avonds verbrand je geen calorieën meer’. 60 procent van de Nederlanders denkt dat je na 20.00 uur geen calorieën meer verbrandt. Bij de hoogopgeleiden gelooft bijna de helft in deze fabel. Het maakt niet uit op welk moment van de dag je eet of drinkt’, stelt het Voedingscentrum. ‘Wat belangrijk is, is het totale aantal calorieën dat je per dag binnenkrijgt. Wat je meer eet dan je verbrandt sla je op als vet. ‘

Over het onderzoek Ruim 1000 Nederlanders van 18 jaar en ouder deden mee aan het onderzoek uitgevoerd door onderzoeksbureau GfK. Het betreft een representatieve steekproef, waaraan vrouwen en mannen van verschillende leeftijden, opleidingsniveaus en regio’s meededen.

Bron: VoedingNU, 2013

Vitamine D

Vitamine D is nodig om calcium uit de voeding in het lichaam op te nemen en speelt daarom een belangrijke rol bij de groei en het behoud van stevige botten en tanden. De belangrijkste vorm is cholecalciferol (vitamine D3).

Zonlicht is de belangrijkste bron van vitamine D. Het lichaam kan in de huid vitamine D zelf aanmaken, onder invloed van de ultraviolette straling uit zonlicht.

Vitamine D zit ook in eten: vooral in vette vis, en met wat lagere gehaltes in vlees en eieren. Vitamine D wordt toegevoegd aan halvarine, margarine en bak- en braadproducten. Ook aan kunstmatige zuigelingenvoeding en opvolgmelk wordt vitamine D toegevoegd. Daarnaast zijn er (zuivel)producten voor kinderen te koop met extra vitamine D.

Voor jonge kinderen, ouderen, mensen met een getinte huidskleur, mensen die weinig buiten komen en zwangere vrouwen geldt het advies om een supplement te gebruiken. Zo krijgen ze zeker voldoende vitamine D binnen. Een tekort aan vitamine D kan botontkalking of spierzwakte, en bij kinderen rachitis (Engelse ziekte) veroorzaken.

Omschrijving
Vitamine D is een van de weinige vitamines die het lichaam zelf kan maken. Onder invloed van zonlicht wordt in de huid vitamine D gevormd. Daarnaast levert de voeding vitamine D. Vitamine D komt voor in 2 vormen: cholecalciferol (vitamine D3) en ergocalciferol (vitamine D2).

Vitamine D3 wordt in de huid gevormd en komt van nature in een aantal voedingsmiddelen voor. Ook wordt het vaak gebruikt in supplementen of toegevoegd aan voedingsmiddelen.
Vitamine D2 wordt geïsoleerd uit bestraalde vetten en werd in het verleden veel toegepast bij verrijking van voedingsmiddelen. Nu is vitamine D2 grotendeels vervangen door (synthetisch) vitamine D3. Beide vormen zijn actief, maar vitamine D3 heeft een sterkere werking dan D2.

Het lichaam heeft vitamine D nodig voor stevige botten en tanden. Het zorgt ervoor dat calcium en fosfor uit eten goed worden opgenomen en worden vastgelegd in de botten en tanden tijdens de groei. Daarna is vitamine D nodig om botontkalking zoveel mogelijk te beperken, en daarmee het risico van osteoporose op latere leeftijd te verminderen. Vitamine D speelt ook een belangrijke rol bij de celgroei en celdeling, zoals in het immuun(afweer)systeem.

Vitamine D wordt in de darm het best opgenomen als er ook wat vet (olie) aanwezig is. In het lichaam wordt vitamine D omgezet in de actieve vorm: 25-hydroxyvitamine D en 1,25-dihydroxyvitamine D. Deze laatste vorm heeft een hormonale werking. Het lichaam kan vitamine D opslaan in vetweefsel en organen, zoals de lever.

Vitamine D zit in vette vis, zoals haring, zalm en makreel. Ook leveren vlees en eieren wat vitamine D, maar een stuk minder.
In Nederland wordt ook vitamine D toegevoegd aan halvarine, margarine en bak- en braadproducten (maar niet aan olie). In roomboter zit van nature vitamine D, maar veel minder dan wat er wordt toegevoegd aan margarines en halvarines. Ook aan kunstmatige zuigelingenvoeding wordt volgens de geldende EU-richtlijn vitamine D toegevoegd (1-2,5 microgram/100 kcal).

Vanaf 2007 mag in Nederland ook aan andere voedingsmiddelen vitamine D worden toegevoegd, waarbij een maximaal verrijkingsniveau geldt van 4,5 microgram/100 kcal om een te hoge inname te vermijden. Er zijn vooral verrijkte zuivelproducten voor jonge kinderen op de markt gekomen, zoals kwark- en yoghurtproducten, peutermelk, etc.
Vitamine D in halvarine, margarine en bak- en braadvetten is bestand tegen hoge temperaturen, maar is wel gevoelig voor afbraak onder invloed van zonlicht.

Vitamine D per portie                                                                
– 1 stukje zalmmoot (gegaard in magnetron, 120 gram)  bevat 10,4 mcg (microgram)
– 1 stukje makreel voor 1 snee brood (gerookt, 40 gram) bevat 3,2 mcg
– ongezouten boter (voor 1 snee brood, 5 gram) bevat 0,06 mcg
– 1 stukje bereid rundertartaar (70 gram) bevat 0,6 mcg
– margarine/halvarine (voor 1 snee brood, 5 gram) bevat 0,4 mcg
– 1 stukje bereid varkensfiletlap (70 gram) bevat 0,3 mcg
– 1 gekookt ei (50 gram) bevat 0,8 mcg

Extra vitamine D

vitamine-d-eten-peuterVoor de meeste mensen levert zonlicht samen met de voeding voldoende vitamine D. Maar sommige groepen hebben meer vitamine D nodig dan ze uit zonlicht en voeding kunnen halen.

Voedingssupplementen

Vitamine is te koop als druppels, pillen, capsules of in een multivitamine supplement.
Het gaat dan meestal om cholecalciferol oftewel vitamine D3, maar er zijn ook supplementen met (het minder actieve) ergocalciferol, vitamine D2.

Suppletie-adviezen Vitamine D in microgram

– Kinderen 0 t/m 3 jaar : 10 mcg
– Vrouwen 4 t/m 49 jaar met een donkere (getinte) huidskleur en/ of niet genoeg buitenkomen: 10 mcg
– Vrouwen 50 t/m 69 jaar: 10 mcg
– Vrouwen 70 jaar en ouder: 20 mcg
– Zwangere vrouwen: 10 mcg
– Mannen 4 t/m 69 jaar met een donkere (getinte) huidskleur en/ of niet genoeg buitenkomen: 10 mcg
– Mannen 70 jaar en ouder: 20 mcg

Gezondheidseffecten

Een tekort aan vitamine D kan bij kinderen rachitis (Engelse ziekte) veroorzaken. Deze ziekte heeft te maken met afwijkingen aan het skelet. Bij volwassenen en ouderen kan een vitamine D-tekort op den duur botontkalking of osteoporose en/of spierzwakte optreden.

Een te hoge vitamine D inname kan alleen voorkomen als gevolg van langdurig teveel supplementen gebruiken. Bij langdurig gebruik van hoge doseringen boven de aanvaardbare bovengrens kunnen kalkafzettingen in het lichaam ontstaan. Met een normale voeding en het opvolgen van het suppletieadvies speelt dit niet. Ook langdurige blootstelling aan zonlicht geeft geen risico op een teveel aan vitamine D; de huid regelt dan namelijk de aanmaak. In de praktijk komt een overdosis zelden voor.

De aanvaardbare bovengrens van de vitamine D-inname voor volwassenen en kinderen van 11 t/m 17 jaar is 100 microgram per dag. Voor kinderen van 1 t/m 10 jaar is de grens 50 microgram per dag en voor kinderen tot 1 jaar is de bovengrens 25 microgram (EFSA, 2012).

Bron: Voedingscentrum