Mineralen. Waar zitten ze in en waarom zijn ze belangrijk?

zoutJe lichaam heeft dagelijks een flinke portie vitamines nodig. Maar ook een tekort aan mineralen leidt tot allerlei vervelende kwaaltjes en ziekten. Welke mineralen zijn belangrijk en waar zitten ze in? Een overzicht.

Calcium

Als je sterke en gezonde botten wilt houden, is calcium (kalk) absoluut onmisbaar. Om er genoeg van binnen te krijgen, moet je bijvoorbeeld dagelijks 2-3 glazen melk (of melkproducten), 1 boterham belegd met kaas en voldoende groente eten. Vitamine D zorgt er vervolgens voor dat je de calcium goed opneemt en kunt gebruiken voor de botopbouw.

Calcium beschermt niet alleen tegen botontkalking. Het zorgt er ook voor dat je spieren goed functioneren en dat de overdracht van zenuwimpulsen goed verloopt. Als je een tekort hebt aan calcium, kun je dat merken aan spierkrampen, gespannen zenuwen en een slecht humeur.

Chloride

Zout, dat bestaat uit natrium en chloride, is de belangrijkste bron voor chloride. Chloride komt dus, net als natrium, voor in bijna alle voedingsmiddelen en dranken.
Chloride houdt samen met natrium en kalium je vochtbalans op peil. Het zit ook in maagzuur en helpt zo mee met de spijsvertering. Chloride haal je vooral uit keukenzout.

Door een overmatig gebruik van keukenzout kan het lichaam vocht vasthouden (oedeem) waardoor een hoge bloeddruk kan ontstaan. Omdat het in bijna alle voeding voorkomt, komt een tekort aan chloride eigenlijk niet voor. Zelfs bij een zoutarm dieet krijg je voldoende chloride binnen.

Chroom

Chroom, ook bekend als chromium, verbetert de werking van het hormoon insuline en is nodig voor het handhaven van het bloedsuikergehalte. Door chroom krijg je ook minder trek in zoetigheid.
Daarnaast speelt het ook een rol bij de vetstofwisseling.
Graanproducten met een hoog gehalte aan zemelen bevatten veel chroom. Het is niet duidelijk of chroom uit deze producten ook goed opgenomen kan worden. Verder komt chroom vooral voor in biergist, volkorenbrood, groente, rietsuikermelasse, vlees en lever. Vlees, gevogelte, en vis bevatten per portie tussen de 1- 2 microgram chroom. Het gehalte aan chroom in groente en fruit is zeer wisselend.
Vitamine C zorgt ervoor dat je dit mineraal extra goed absorbeert.

Er zijn geen nadelige effecten bekend van een te hoge inname van chroom.
En eigenlijk kun je alleen bij zeer ernstige ondervoeding een tekort krijgen aan chroom.

Fosfor

Fosfor houdt je skelet stevig en helpt bij de energievoorziening van je lichaam. Verder is fosfor nodig voor de koolhydraat-, vet- en eiwitstofwisseling.
Fosfor komt bijna in alle voedingsmiddelen voor. Voedingsmiddelen als melk, vis, vlees en brood bevatten relatief veel fosfor. Ook wordt fosfor in de vorm van fosfaatzout als bindmiddel toegevoegd aan voedingsmiddelen

Je eet er eerder te veel van dan te weinig. Een overmatige inname aan fosfor veroorzaakt een verhoogde botstofwisseling, wat bij ouderen de kans op botontkalking kan verhogen. Verder kan een te hoge inname aan fosfor de absorptie van ijzer, koper en zink belemmeren. Omdat fosfor in bijna alle voedingsmiddelen voldoende aanwezig is, is een tekort aan fosfor bijna niet mogelijk.

Jodium

Jodium heb je nodig voor een goed werkende schildklier. Je schildklier – die zich bij je luchtpijp bevindt – maakt het hormoon thyroxine aan. Die stof regelt de stofwisseling. Maar dat kan alleen als je voldoende jodium in je lichaam hebt.

Bij een tekort aan jodium kan krop (struma) ontstaan. Hierbij zwelt de schildklier op. Bij kinderen heeft dit een achterstand in de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling tot gevolg. Bij volwassenen vertragen de reacties, houden de weefsels vocht vast en vermindert het denkvermogen. Jodium zit vooral in zoutwatervis, zeewier en met jodium verrijkt keukenzout.

Bij een normaal functionerende schildklier kan het lichaam een teveel aan jodium goed verdragen. Wanneer de schildklier onvoldoende functioneert, kan een teveel aan jodium zorgen voor een schildkliervergroting. Bij sommige individuen heeft de hoge jodiumbelasting een over stimulering van de schildklier tot gevolg waarbij een teveel aan schildklierhormonen wordt geproduceerd. Hierdoor kunnen klachten ontstaan als slapeloosheid, nervositeit, toename van eetlust en gewichtsverlies.

Kalium

Kalium zorgt samen met natrium voor je vochthuishouding, het goed functioneren van je spieren en een normale bloeddruk. Het zit in bijna alle voedingsmiddelen.

De nieren houden de hoeveelheid kalium in het lichaam constant. Te veel kalium opnemen via de voeding is vrijwel onmogelijk. Mensen met nierproblemen moeten echter oppassen met kalium, zij mogen hier niet te veel van eten.
Kalium zit o.a. in verse groenten, fruit, volkorenproducten, peulvruchten, noten en zaden. Aardappelen, gedroogd fruit en vruchtensap zijn extra rijk aan kalium. Wanneer aardappelen en groenten met veel water worden gekookt gaat kalium verloren.

Omdat kalium in veel voedingsmiddelen voorkomt, is het onwaarschijnlijk dat er een tekort ontstaat door onvoldoende inname via de voeding. Een tekort kan ontstaan als gevolg van een verhoogd verlies aan kalium door langdurig aanhoudende diarree of braken. Ook kan een tekort aan kalium ontstaan door het gebruik van laxeermiddelen of diuretica.

Koper

Koper heb je nodig om ijzer om te zetten in hemoglobine. Op die manier is koper mede verantwoordelijk voor het zuurstoftransport binnen je lichaam. Verder speelt het een rol bij de pigmentatie van je huid en haar, de vorming van je botten en bindweefsel en de werking van je spieren. Koper is ook van belang voor een goede weerstand en draagt bij aan de energievoorziening van ons lichaam.
Koper komt vooral voor in orgaanvlees, zeevis, schaal- en schelpdieren, noten en graanproducten. Verder zijn groente en fruit en cacaoproducten bronnen van koper.

Een teveel aan koper wordt meestal veroorzaakt door verontreiniging van voedingsmiddelen en/of dranken. Symptomen die hierbij ontstaan zijn een overmaat aan speeksel, pijn in de buik, misselijkheid, braken en diarree.
Een kopertekort is bij de meeste mensen zeldzaam. Het risico op een tekort is groter bij pasgeboren kinderen, te vroeg geboren kinderen en kinderen die ondervoed zijn geweest.
Symptomen die vaak voorkomen bij een tekort aan koper zijn bloedarmoede, vermindering van het afweersysteem en botafwijkingen, zoals osteoporose.

Magnesium

Magnesium is nodig voor de energiestofwisseling in het lichaam, de overdracht van zenuwprikkels en het goed functioneren van de spieren. Verder geeft magnesium stevigheid aan het skelet en is het nodig voor de opbouw van spieren. Het draagt ook bij aan de energievoorziening van ons lichaam.

Magnesium komt in bijna alle voeding voor, dus wat dat betreft hoef je je weinig zorgen te maken over een eventueel tekort. Toch kan het wel voorkomen en leidt een langdurig tekort aan magnesium tot irritatie van de zenuwen in de spieren, hartritmestoornissen, maagkrampen en vermoeidheid.
Bij een teveel aan magnesium ontstaat lichte diarree.

Mangaan

Mangaan is nodig voor de vorming van botweefsel. Verder is mangaan betrokken bij de stofwisseling van aminozuren, cholesterol en koolhydraten. Daarnaast draagt het bij aan bescherming van lichaamscellen bij oxidatieve stress en aan de energievoorziening voor ons lichaam.
Mangaan komt voor in granen, rijst, noten, bladgroenten, fruit, vlees, vis en thee. Een teveel aan mangaan veroorzaakt beschadigingen aan het zenuwstelsel. Een overmaat aan mangaan via de voeding komt echter zelden voor. Er is niets bekend over de eventuele gevolgen bij de mens van te weinig mangaan in de voeding. In proefdieren zijn afwijkingen in de hersenen en het skelet vastgesteld.

Molybdeen

Molybdeen maakt deel uit van verschillende enzymen. Deze enzymen zijn onder andere betrokken bij de afbraak en opbouw van eiwitten in ons lichaam.
Molybdeen komt vooral voor in peulvruchten, granen en noten. Andere goede bronnen van molybdeen zijn orgaanvlees, melk en eieren. Het gehalte aan molybdeen in plantaardige voedingsmiddelen is afhankelijk van de hoeveelheid molybdeen in de bodem waarop de voedingsmiddelen groeien.

Negatieve effecten van een teveel of een tekort aan molybdeen bij de mens zijn tot op heden niet gevonden.

Natrium

Natrium is een belangrijk bestanddeel van keukenzout. Het houdt de hoeveelheid vocht in je lichaam mee op peil. Daarnaast regelt het de samentrekking van je spieren en de geleiding van zenuwprikkels. Natrium werkt daarvoor nauw samen met een ander mineraal: kalium.
Natrium is in bijna alle voedingsmiddelen en dranken aanwezig. In sommige voedingsmiddelen en dranken komt natrium van nature voor. Natrium is een belangrijk onderdeel van keukenzout (natriumchloride). Dat wordt tijdens het productieproces, het bereiden van de maaltijd of aan tafel aan de voeding toegevoegd.

Je kunt te veel natrium binnenkrijgen als je te veel zout eet. Door een teveel aan natrium worden de nieren en het hart extra belast waardoor een hoge bloeddruk kan ontstaan. Een teveel aan natrium verhoogt dus de kans op hart- en vaatziekten.
Om een te hoge bloeddruk te voorkomen, adviseert de Gezondheidsraad om per dag niet meer dan 2,4 g natrium of 6 g keukenzout te eten.
Een tekort aan natrium zal in Nederland niet snel voorkomen, omdat natrium in vrijwel alle voedingsmiddelen aanwezig is. Wanneer een tekort wel voorkomt wordt dit meestal veroorzaakt door verlies van natrium via zweet bij langdurige inspanning. Hierdoor ontstaan verschijnselen van uitdroging. Dit kan voorkomen bij bergbeklimmers en topsporters.

Selenium

Selenium beschermt je lichaam tegen de invloed van schadelijke stoffen. Zo neutraliseert het zware metalen, die je via verontreiniging binnenkrijgt. Selenium verkleint de kans op hart- en vaatziekten en bepaalde vormen van kanker.
Seleen is ook van belang voor een goede weerstand, voor de ontwikkeling van de zaadcellen en voor gezond haar.
Er zijn bovendien aanwijzingen dat het beschermt tegen het ontstaan van prostaatkanker.
Seleen is in bijna alle voedingsmiddelen aanwezig. Het gehalte aan seleen in plantaardige producten hangt af van de hoeveelheid seleen in de bodem. Granen zijn over het algemeen rijker aan seleen dan groenten. Ook orgaanvlees (zoals lever en nier), vis en schelpdieren bevatten veel seleen.

Bij een teveel aan seleen worden de haren en nagels broos. Er kan verlies van nagels en haren optreden. Het is echter bijna niet mogelijk om via de voeding teveel seleen binnen te krijgen.
Bij een tekort aan seleen kan er een verstoring van de werking van de hartspier optreden.

IJzer

IJzer is een bouwsteen van hemoglobine, een onderdeel van de rode bloedcellen. Rode bloedcellen vervoeren zuurstof van de longen naar andere delen van je lichaam. Bij een ijzertekort (bloedarmoede) wordt dat transport moeilijker. Je krijgt dan last van duizeligheid en concentratieproblemen.

Je kunt ook een teveel aan ijzer hebben: dat heet ijzerstapelingsziekte. Het leidt tot chronische vermoeidheid en beschadiging van je organen. Tijdens je menstruatie of zwangerschap heb je meer ijzer nodig dan normaal.

Je haalt ijzer onder andere uit vlees, aardappels, brood en groente. IJzer is een mineraal dat in 2 vormen voorkomt in eten: als heemijzer en als non-heemijzer. Heemijzer zit alleen in dierlijke producten en is beter beschikbaar voor het lichaam dan non-heemijzer uit plantaardige producten. De vorm ijzer die in plantaardige voedingsmiddelen voorkomt, is minder goed op te nemen in het lichaam. Vitamine C heeft hier een positieve invloed op. Een glas sinaasappelsap bij het ontbijt zorgt dat de ijzer uit het brood wel goed wordt opgenomen.

Zink
Zink is nodig bij de opbouw van eiwitten en daarmee voor de groei en vernieuwing van weefsel. Zink zorgt ook voor gezonde botten, haar en huid, en een goed geheugen. Daarnaast speelt het een rol bij de opbouw en afbraak van koolhydraten. Zink is onderdeel van het hormoon insuline en het zorgt ervoor dat het afweersysteem goed werkt. Het draagt daarnaast bij aan de vruchtbaarheid.
Zink komt vooral voor in vlees, vis, haring, bruinbrood, peulvruchten en rijst.

Een acuut teveel aan zink is zeldzaam bij mensen.
Door een tekort aan zink kunnen zuigelingen een groeiachterstand oplopen en ernstig ondervoed raken. Andere gevolgen van een zinktekort kunnen zijn: groeivertraging, verminderde smaak en reuk, huidafwijkingen en nachtblindheid.

Bron: Trophé, Gezondheidsnet, Vitamine informatiebureau

Zeg dit maar niet tegen je kind

boy and cooked vegetablesAls ouder herken je dit vast. Jij hebt een gezonde maaltijd gemaakt en je kind zit mokkend aan tafel zijn eten heen en weer te schuiven. Jij haalt alles uit de kast om hem toch wat te laten eten.
Ondanks alle goede bedoelingen zeggen ouders soms dingen waarvan de kinderen zeker niet beter gaan eten. Integendeel! Pas daarom op met negatieve boodschappen.

Probeer deze tien dingen over eten niet tegen je kinderen te zeggen:

1. “Kijk eens hoe goed jouw zusje/broertje/neefje/vriendje eet. Waarom doe jij dat niet?”
De boodschap die je kind krijgt: Hij of zij is een betere eter dan ik.
Zeg liever: “Het komt goed, schat. Het kost tijd om aan dit smaakje te wennen, dus blijf het gewoon proberen.”
Uitleg: Maak je kind niet minder dan een ander en geef het vertrouwen dat hij of zij het eten uiteindelijk ook zal waarderen.

2. “Vroeger lustte je dit wel? Je bent ook zo kieskeurig.”
Boodschap: O jee, misschien blijf ik altijd wel een moeilijke eter.
Beter: Besteed helemaal geen aandacht aan deze kieskeurigheid. Maak eten een fijne ervaring.
Uitleg: Bestempel je kind niet als moeilijke eter. Kieskeurigheid hoort bij het ontwikkelen van goede eetgewoonten. Wanneer je eenmaal als kieskeurig te boek staat, kom je er moeilijk van af.

3. “Ik zeg het nog één keer: Nee, je krijgt geen ijs.”
Boodschap: “Ik zal nooit meer een ijsje krijgen.”
Beter: “We eten nu geen ijs, omdat we over een half uur gaan lunchen. Morgen (of ander moment) krijg je ijs als toetje.”
Uitleg: Nee is makkelijker te accepteren, wanneer kinderen weten dat ze het wel weer eens krijgen.

4. “Je moet echt nog iets meer eten. Nog een paar hapjes en dan mag je van tafel.”
Boodschap: “Een leeg bord of de indruk van pa of ma (externe signalen) vertellen mij wanneer ik genoeg heb, niet mijn eigen verzadigingsgevoel.”
Beter: “Zorg dat je genoeg eet, je krijgt pas weer iets bij het ontbijt/de lunch/ het avondeten.”
Uitleg: Wanneer kinderen zelf bepalen hoeveel ze eten, leren ze (met vallen en opstaan) beter met trek en honger om te gaan en naar hun verzadigingsgevoel te luisteren. Hiermee voorkom je dat ze meer eten dan ze nodig hebben en uiteindelijk overgewicht krijgen.

5. “Pas wanneer je je groenten hebt gegeten, mag je een toetje.”
Boodschap: “De groenten zijn niet zo lekker, het toetje wel.”
Beter: Gebruik voedsel niet als straf en beloning. Zorg voor smakelijk bereide groenten en maak van gezond eten een vaste gewoonte. Het toetje hoort gewoon bij de maaltijd.
Uitleg: Volgens onderzoek blijken kinderen voedsel als beloning te verkiezen boven het eten dat ‘moet’.

6. Na meer te hebben gegeten dan normaal: “Wat kan jij goed eten.”
Boodschap: “Mama en papa zijn trots op mij wanneer ik meer eet.”
Beter: “Als je goed luistert naar je maag, eet jij zo goed.”
Uitleg: Wanneer je kinderen complimenteert, omdat ze meer eten, leren ze dat hoeveelheid belangrijker is dan afgaan op je eetlust.

7. “Eet dit nou, want het is goed voor je.”
Boodschap: “Dit is niet lekker.”
Beter: “Dit is zo lekker. Dit smaakt net als …., wat je ook zo graag lust.”
Uitleg: Ook kinderen kiezen bij voorkeur voor lekker en willen weten wat ze van nieuwe dingen mogen verwachten.

8. “Als jij lief bent krijg je een koekje” of “Als jij hier niet direct mee stopt, krijg je vanavond geen ijsje.”
Boodschap: “Als ik doe wat ze willen, krijg ik iets lekkers als beloning.”
Beter: Wees ruim van te voren duidelijk over je verwachtingen en de eventuele consequenties en gebruik eten niet als straf of beloning.
Uitleg: Uit onderzoek blijkt dat straffen en belonen met eten kan leiden tot eetstoornissen.

9. “Die koeken eten we niet te vaak, omdat ze slecht voor je zijn.”
Boodschap: “Alles wat lekker is, is slecht, dus slecht = lekker.”
Beter: “Die koeken eten we bij een bijzondere gelegenheid. In het weekend als je broertje jarig is krijg je er één.”
Uitleg: Bestempel eten niet als ‘goed’ of ‘slecht’. Leg de nadruk op een evenwichtig eetpatroon waarin allerlei producten meer of minder aan bod komen.

10. “Lust jij dit niet? Zal ik iets anders voor je maken?”
Boodschap: “Ik hoef nooit iets nieuws te proberen, want ik krijg altijd mijn lievelingseten.”
Beter: “Dit is wat we vandaag eten. Soms krijg jij je favoriete eten, soms krijgt een ander zijn favoriete eten.”
Uitleg: Samen eten leert kinderen dat eten een gezinsgebeuren is en het helpt bij het ontwikkelen van een bredere smaak. Kinderen hebben soms wel 10 keer nodig om aan een smaak te wennen. Blijf ze het aanbieden en maak niks anders voor hen klaar.

Het is misschien even moeilijk om je uitspraken die je gewend bent te veranderen in bovenstaande uitspraken, maar je zult zien dat je resultaat boekt! Succes!

Wil je meer tips en adviezen over hoe je je kind aan het eten krijgt, zonder scènes aan tafel? Maak eens een afspraak met de voedingsconsulent van Trophé. In een half uur ben je al heel wat wijzer…

Bron: Trophé, Tommies

Het verschil tussen muesli en cruesli

milk_and_muesli_by_kupenska-d317zz1Met wat yoghurt en fruit erbij, maak je van muesli of cruesli snel een lekker vullend ontbijtje. Is het ook een slank begin van de dag? En wat is eigenlijk het verschil tussen muesli en cruesli?

Muesli is een uitvinding van Maximilian Bircher-Benner. Deze Zwitserse arts ontwikkelde het rond het jaar 1900 als voeding voor zijn patiënten. Hij experimenteerde met vegetarische, rauwe en zo min mogelijk bewerkte voeding, omdat hij ervan overtuigd was dat dat gezonder is dan vlees, conserven en witte suiker.

Appelpapje

Bircher-Benner maakte een papje van geraspte appels, geweekte havervlokken, citroensap, melk en noten en serveerde dit in zijn sanatorium als lichte avondmaaltijd. Het fruit was het belangrijkste ingrediënt. Hij noemde het Apfeldiätspeise. Zijn gezonde hapje werd bekend als Bircher-muesli, een combinatie van zijn naam en het woord muesli, wat in het Zwitserduits zoiets als moes of brei betekent.

Bij ons werd muesli populair in de jaren ’60, toen steeds meer mensen geïnteresseerd raakten in gezonde voeding. Onze muesli lijkt alleen nauwelijks meer op die van dokter Bircher-Benner. Tegenwoordig zitten er naast haver allerlei andere granen in, bijvoorbeeld tarwe, gerst, rogge en spelt. Daarnaast worden er soms noten, gedroogd fruit, kokosrasp, chocola en andere smaakmakers aan toegevoegd.

Cruesli

Cruesli is een variant op muesli. Het is eigenlijk geen productnaam, maar de merknaam die ontbijtgranenmerk Quaker gaf aan zijn krokante muesli. Deze term is inmiddels zo ingeburgerd, dat we alle knapperige mueslibrokjes cruesli noemen, of ze nu van Quaker zijn of niet. Het wordt gemaakt door muesli met olie of boter en suiker, honing of een suikervervanger te bakken. De koeken die dan ontstaan, worden in kleine stukjes gebroken.

​Vezels

Muesli en cruesli bevatten net als brood veel vezels: een schaaltje muesli gemiddeld 3,6 gram, een schaaltje krokante muesli 2,7 gram. Ter vergelijking, in één snee volkorenbrood zit zo’n 2,3 gram voedingsvezels. Goed voor je stoelgang en ze zorgen er ook voor dat je lekker lang vol zit.

Bovendien zitten er in muesli koolhydraten, eiwitten, vezels, B-vitamines en mineralen. Doe je er wat vers fruit doorheen, dan heb je bij het ontbijt al één van de twee aanbevolen stuks fruit binnen.

​Suiker en vet

Het nadeel is dat fabrikanten vaak extra suiker in de muesli doen. Bij het maken van cruesli is vet en suiker nodig om het zo lekker knapperig te maken, dus cruesli bevat nog meer suiker en verzadigd vet dan muesli.

De precieze hoeveelheden suiker en verzadigd vet verschillen per merk en soort. Het is dus slim om goed op de verpakking te kijken wat er precies in zit, zeker als je op je lijn let. Je kunt ook je eigen gezonde muesli maken van havermout en andere granen, zaden, ongeroosterde noten en gedroogd fruit.

Bron: Gezondheidsnet

Ik eet helemaal niet veel en toch kom ik aan

overweight-and-diet-1349596-mHet nieuwe jaar is voor velen weer aanleiding om aan de lijn te gaan doen. Voor sommigen is dit zelfs al de zoveelste poging. Zij zijn eigenlijk geneigd er maar helemaal niet meer aan te beginnen.
Een veel gehoorde, verontwaardigde, opmerking is “Ik eet helemaal niet zo veel en toch kom ik aan” óf “Ik eet al minder dan dat ik eerst deed en toch val ik nog steeds niet af. Hoe kan dat nou toch?”

Waarschijnlijk komt dit, doordat je dan met name producten eet die veel vet en/of suiker bevatten en dus zeer calorierijk zijn. Wellicht eet je ook heel onregelmatig, sla je bijvoorbeeld het ontbijt over en begin je pas eind ochtend iets te eten om aan het einde van de middag en ’s avonds te grijpen naar alles wat maar eetbaar is om je heen en je dus de verkeerde, calorierijke, producten kiest. Al met al eet je misschien niet veel, maar wél de verkeerde producten waardoor je toch over je caloriebehoefte heen komt.

Hoe kan ik succesvol afvallen, zonder dat dit me moeite kost?

Door bewust te worden van wat je eet en met regelmaat te eten: 3 hoofmaaltijden per dag en 3 verantwoorde tussendoortjes. Door slechts kleine eetgewoontes aan te passen kun je al succesvol en blijvend afvallen.

Succesvol afvallen zonder dat de kilo’s er daarna direct weer bijkomen is niet zo moeilijk als dat je denkt. Het enige dat je hoeft te doen is een aantal gewoontes in je eetpatroon te veranderen.

Onbewust krijgen veel mensen dagelijks meer calorieën binnen, dan dat ze verbruiken. En die extra calorieën worden opgeslagen als lichaamsvet. Vaak krijg je die extra calorieën binnen met de tussendoortjes die je neemt, denk bijvoorbeeld aan de frisdranken en vruchtensapjes die je gedurende de dag neemt of die lekkere koek of candy reep die je er misschien wel bij neemt. Vergeet ook niet de suiker en melk in thee en koffie, met name cappuccino en café au lait. De kant en klare broodjes die je voor onderweg koopt bij de benzinepomp of op het station. De worst, kaas, chips en snoepjes die je snel voor de maaltijd nog even naar binnen snaait om je ergste honger alvast te stillen. En niet te vergeten je dagelijkse biertje of wijntje .
Wanneer je je bewust bent van wat je dagelijks te veel eet, kun je hier gemakkelijk verandering in aanbrengen.

Gevolgen en ontstaan van overgewicht

Overgewicht kan leiden tot diabetes type 2, hart- en vaatziekten, osteoporose, gewrichtsaandoeningen en zelfs tot kanker! Daarnaast kan overgewicht tot een negatief zelfbeeld en zelfs depressies leiden. Veel mensen en kinderen met overgewicht worden gepest of gediscrimineerd. Alle reden dus om voor een gezond lichaamsgewicht te zorgen.

Overgewicht ontstaat, doordat je structureel meer calorieën neemt dan dat je lichaam verbrandt.
Hoe zit dan dan precies? Afhankelijk van je dagelijkse lichaamsbeweging heeft een man ca. 2500 calorieën nodig en een vrouw ca 2000.
Ach een paar calorieën meer per dag maakt toch niet zoveel uit, zou je denken? Wel dus! Wanneer je dagelijks slechts 200 calorieën te veel zou nemen, krijg je in een week tijd dus 1400 calorieën teveel binnen. Per maand is dit dan ca 6000. Voor een vrouw zou dit betekenen dat ze voor 3 dagen teveel heeft gegeten per maand. En dat is alweer 36 dagen per jaar! De extra calorieën leiden tot extra kilo’s. Je neemt in gewicht toe. Om weer wat kilo’s af te vallen moet je deze calorieën gaan verbranden. Dit doe je door meer of intensiever te gaan bewegen.

Moet ik nu dagelijks calorieën tellen?

Wanneer je erachter bent hoeveel calorieën je per dag teveel krijgt en waar die calorieën met name in zitten, dan kun je al op een gemakkelijke manier kleine aanpassingen aanbrengen in je eetpatroon.
En nee, je hoeft je helemaal niet dagelijks bezig te houden met calorieën tellen.
Wanneer je je bewust bent van de voedingsmiddelen die je dagelijks teveel eet, kun je deze weglaten of vervangen door gezondere en minder calorierijke producten.

Eetpatroon aanpassen

Wil je het helemaal goed doen dan moet je je niet alleen concentreren op die 200 calorieën die je misschien teveel per dag binnenkrijgt, maar zou je je gehele eetpatroon eens onder de loep moeten nemen. Zijn de producten die je eet eigenlijk wel gezond? Dragen ze bij aan de voedingsstoffen die je lichaam nodig heeft? Want niet alleen overgewicht, ook ongezond eten leidt tot bovenstaande ziekten als diabetes 2, hart- en vaatziekten en kanker.

Kijk eens goed naar je hoofdmaaltijden. Eet je vaak calorierijke maaltijden, zoals hamburgers, patat, pizza’s, Chinees en andere afhaalmaaltijden? Dan valt er op dat gebied ook veel te winnen. Vervang deze maaltijden liever door meer fruit, groente, vis en/of mager vlees.
Het is namelijk belangrijk dat je gezond eet en niet alleen minder calorieën.

Hulp nodig?

De voedingsconsulent van Trophé kan je helpen bij het aanpassen van je eetgewoonten.
Samen bekijken we je huidige eetpatroon en wat hierin valt aan te passen. De consulent geeft je tips en adviezen over welke producten je beter kunt laten staan of kunt vervangen door andere producten die beter zijn voor je gewicht én gezondheid!

Daarnaast motiveert zij je en helpt je door de moeilijke momenten heen waarop je even geneigd bent weer in je oude patroon terug te vallen.

Vergoeding

En waarschijnlijk krijg je deze begeleiding van Trophé ook nog helemaal of gedeeltelijk vergoed door je zorgverzekeraar!

Zo voorkom je extra kilo’s tijdens de feestdagen

vector-christmas-tree-1431738-mTijdens de feestdagen eten we vaak meer dan normaal: een uitgebreid ontbijt, feestelijke brunches, kerstdiners en tussendoor kerstkransjes, warme chocolademelk, glühwein en oliebollen. En niet te vergeten al die kerst- en nieuwjaar borrels met collega’s en vrienden.

Zo voorkom je extra kilo’s tijdens de feestdagen

3 maaltijden per dag, ook tijdens de feestdagen
Doordat je tijdens de feestdagen meer eet (snoept) dan normaal, ben je snel geneigd om ter compensatie maar een maaltijd over te slaan. Doe dit liever niet en hou vast aan het normale ritme van ontbijt, lunch en avond maaltijd. Door tijdens deze maaltijden voedzame producten te kiezen krijg je op deze dagen de benodigde voedingsstoffen binnen en raak je goed verzadigd. Met een goed gevulde maag zal je minder gaan snoepen en snacken.Tussendoor water
Let een beetje op met de hoeveelheden alcohol. Alcohol bevat veel calorieën. Drink langzaam, zodat je niet steeds een nieuw glas alcohol aangeboden krijgt en neem tussendoor ook eens een paar glazen water.

Kies magere producten en sausjes
Als je op je gewicht wilt letten kun je het beste magere producten kiezen in plaats van de normale variant. Neem bijvoorbeeld 30+ kaas in plaats van 48+, magere melk en kwark, mager rood vlees, etc.
En neem een heldere soep in plaats van gebonden soep, want in de laatste zitten veel meer calorieën.
Bedenk bij sausjes dat rode sauzen meestal minder calorieën bevatten dan witte sauzen waar vaak veel room in zit.

Toetjes
Als toetje kies je het beste wat fruit of een kop koffie of thee. Maar kun je die heerlijke zoete toetjes niet weerstaan, neem dan een beetje of deel je portie met iemand.

Kleine porties
Neem een wat kleiner bord, dan schep je ook minder op. En eet langzaam, door goed te kauwen en af en toe je bestek even neer te leggen. Neem daarbij ook kleine hapjes. Alleen al door met een kleine lepel te eten voel je je sneller vol. Je hersenen krijgen namelijk meer smaakprikkels te verwerken.

Dat geldt ook voor wat je drinkt. Kies eens voor een kleiner glas. In frisdrank en vruchtensappen zitten ongemerkt veel calorieën. Daarbij werkt het ‘verzadigingssignaal’ bij frisdrank en sapjes veel slechter dan bij vast voedsel?

Stop op tijd met eten
Het beste kun je stoppen met eten op het moment dat je eigenlijk nog wel een beetje denkt te lusten. Wanneer je op dat moment stopt, zal je zien dat je toch genoeg had. Het verzadigingsgevoel treedt namelijk na ca. 20 minuten pas op. Dus houdt het bij 1 bord en schep niet voor een 2e keer op.

Voldoende bewegen
Zorg ervoor dat je minstens een half uur per dag in beweging bent. Ga lekker wandelen of fietsen of bedenk een andere leuke activiteit om met je vrienden of familie te doen. Maar blijf niet de hele dag op de bank zitten.

Genieten
Met bovenstaande tips kun je de extra kilo’s al grotendeels voorkomen.
Nu kun je dus vooral lekker gaan genieten.

Trophé wenst je hele fijne feestdagen!

Vergoedingen-overzicht

header-tarievenBegeleiding door een voedingsconsulent wordt door veel zorgverzekeraars (deels) vergoed.

Wil je in 2014 wat hulp om af te vallen? Bekijk dan goed of je huidige zorgverzekeraar het vergoedt. Tot 31 december kan je nog overstappen.
Hier een overzicht van zorgverzekeraars die begeleiding door een voedingsconsulent of gewichtsconsulent (deels) vergoeden.

 

Maak kans op een gratis gewichts-begeleidingstraject bij Trophé

DSC00766Heb jij ook het voornemen om in 2014 af te vallen en meer op je gezondheid te gaan letten? Like dan onze Facebookpagina https://www.facebook.com/Trophe050 en maak kans op een van de 3 gratis gewichts-begeleidingstrajecten bestaande uit 7 consulten bij Trophé. De 3 winnaars worden begin januari door ons op de hoogte gebracht.

Voor wie?

De gratis trajecten zijn zowel voor kinderen als volwassenen geschikt en bestaan uit 7 consulten. Tijdens dit traject leren wij je een gezond eetpatroon aan waarmee je op een blijvend streefgewicht komt.

Je hoeft geen moeilijk dieet te volgen en hebt ook geen last meer van jojo-effecten. Gewoon lekker gezond eten, waar af en toe een taartje, ijsje of chocolaatje heus nog is toegestaan.

Wil je zelf afvallen of is je kind te zwaar? Aarzel niet langer en Like snel onze Facebookpagina https://www.facebook.com/Trophe050 . Wie weet ben jij 1 van de 3 gelukkige winnaars!

 

Vleeswaren bewaren. Zo doe je dat!

home-made-sandwich-1432123-mBij veel producten hoef je niet zo nauwkeurig vast te houden aan de houdbaarheidsdatum. Zo kun je vruchtensap dat over de datum is vaak nog veilig drinken, omdat het verhit is geweest. Maar met vleeswaren is het een ander verhaal.

 

 

 

Schadelijke bacteriën verspreiden zich snel op vleeswaren. Om ziekte en problemen te voorkomen, is het dan ook van groot belang om vleeswaren op de juiste manier te bewaren.

Maar hoe kun je vleeswaren nu het best bewaren? Vleeswaren zijn heel bederfelijk. De ene nog wat meer dan de ander. Zo kun je gedroogde vleeswaren, zoals bijvoorbeeld salami langer bewaren dan gekookte of gegaarde ham. In alle gevallen telt: als vleeswaren over de datum zijn, kun je ze niet meer eten. Leg vleeswaren na gebruik ook altijd snel terug in de koelkast en laat het niet op tafel staan tijdens bijvoorbeeld de lunch.

Temperatuur koelkast erg belangrijk.

Het belangrijkste is dat de temperatuur van je koelkast goed is. Uit onderzoek van het Voedingscentrum blijkt, dat een kwart van de koelkasten in Nederlandse huishoudens te warm is afgesteld. Deze koelkasten zijn zeven graden of warmer. De ideale temperatuur om bederven van vlees te voorkomen is vier graden. En het beste kun je ze bewaren direct boven de groentela, de koudste plek van de koelkast.

TGT- en THT-datum

Op vleeswaren kan een tgt-datum of een tht-datum staan.
Tgt staat voor ‘te gebruiken tot’. Deze afkorting kom je vooral tegen op zeer bederfelijke producten die je in de koelkast moet bewaren. De tgt-datum is de uiterste datum waarop je het product mag eten. Gooi vleeswaren na de tgt-datum altijd weg, ook al ziet het er nog goed uit en smaakt het misschien nog prima. De tgt-datum is de uiterste consumptiedatum.

De tht-datum staat voor ‘ten minste houdbaar tot’. Deze vind je op minder bederfelijke producten die je lang niet allemaal in de koelkast hoeft te bewaren. De tht-datum is de datum tot welke de fabrikant een goede kwaliteit van het betreffende product kan garanderen. Bewaar vleeswaren niet tot na de tht-datum. Je kunt het misschien nog wel eten zonder veel risico te lopen, maar de kans bestaat dat de smaak, de geur en de kleur van het product verandert. 

Onderzoek van de consumentenbond heeft uitgewezen dat mensen met de houdbaarheidsdatum van vleeswaren voorzichtig om moeten springen. Volgens de bond liggen er serieuze gezondheidsrisico’s op de loer. Hun onderzoek liet zien dat sommige vleeswaren de tht-datum nauwelijks haalden. 

De productiewijze van vleeswaren zegt veel over de houdbaarheid. Je kunt ze eigenlijk onderverdelen in drie groepen: rauwe vleeswaren, gekookte en gegaarde vleeswaren en de laatste groep gezouten, gedroogde en gefermenteerde vleeswaren. Rauwe vleeswaren, zoals bijvoorbeeld carpaccio en filet américain, kun je na openen niet langer dan twee dagen bewaren. Gekookte en gegaarde vleeswaren, zoals bijvoorbeeld boterhamworst en kipfilet blijven goed tot vier dagen na openen. Gezouten, gedroogde en gefermenteerde vleeswaren, zoals salami en rookvlees, blijven houdbaar tot zeven dagen na openen.

Bronnen: Gezondheidsnet, Voedingscentrum, Consumentenbond

 

Pakjesavond: een heerlijk avondje

pepernoten

Pakjesavond gaat vaak samen met een hoop lekkers.  Dat moet natuurlijk ook gewoon kunnen, maar snoep wel met mate en kijk ook eens naar het verschil tussen al dat lekkers. Het ene snoepgoed kun je veel beter nemen dan het andere.
Onderaan hebben we een overzicht van een aantal lekkernijen geplaatst, zodat je precies kunt zien hoeveel calorieën deze bevatten.

Tip
Het is handig om 1 of 2 verschillende lekkernijen te presenteren. Wanneer je schaaltjes vol op tafel hebt staan, zul je ongemerkt meer snoepen, dan wanneer je per persoon iets bij het drinken geeft.

Het verschil
Taaitaai en de echte ouderwetse pepernoten zijn luchtig, bevatten relatief weinig calorieën en bovendien geen verzadigd vet.
Gevulde speculaas, banketstaaf en (chocolade)kruidnoten bevatten relatief veel vet, waarvan een groot deel verzadigd vet. Chocoladeletters (melk en puur) staan aan kop: elke 100 gram bestaat uit een vijfde verzadigd vet. Chocoladekruidnoten pakken de tweede plaats. Ze bevatten zo’n 15% verzadigd vet per 100 gram. Houd de porties dus klein. Serveer ook het snoepgoed in kleine bakjes, dan merk je vanzelf dat er minder van gegeten wordt.

 

Product Kcal Totaal vet Verzadigd vet
stukjetaaitaai 62 0 0
handje pepernoten 31 0 0
een schuimpje 19 0 0
handje kruidnoten 48 2 1
tien chocoladekruidnoten 101 5 3
speculaasje 48 2 1
stukje marsepein 108 4 0
blokje gevulde speculaas 144 8 2
stukje banketletter 113 6 2
klein reepje pure chocolade 135 8 5

Bron: Trophé, Voedingscentrum

Een wereld vol verleidingen

Ongemerkt krijgt je kind heel veel ongezonde producten op een dag te eten. De omgeving speelt hier een grote rol bij. Ga maar eens na wat het allemaal krijgt aan traktaties op school of op de crèche, bij vriendjes thuis, bij opa en oma en van “vreemden” als je even op pad gaat met je kind. Een snoepje van de orgelman, een snoepje bij de drogist, een snoepje hier en een snoepje daar. Een stukje worst bij de slager en stukje kaas in de supermarkt.

En bedenk eens wat je kind allemaal ziet en ruikt en dus wil hebben!  Allerlei lekkers waar jij als ouder misschien wel net iets te vaak aan toegeeft: een ijsje, omdat het zo warm is en zoete drankjes voor de dorst.
Vind je het dan gek, dat je kind ‘s avonds geen gezonde maaltijd meer lust?

Hier een filmpje van het Voedingscentrum dat op grappige wijze laat zien aan hoeveel verleidingen je kind wordt blootgesteld en hoe vaak we als ouders hier aan toegeven.

Hoe ga je met deze verleidingen om?

Trophé adviseert je graag over hoe je omgaat met een wereld vol verleidingen en hoe je je kind dit ook kunt leren. Tips die voor jou én je kind bevredigend zijn.
Natuurlijk is het handig dat andere mensen waar jouw kind veel komt ook wat van dergelijke adviezen meekrijgen. Denk bijvoorbeeld eens aan de opa’s en oma’s, die maar al te graag hun kleinkinderen verwennen, aan de oppas en de ouders van vriendjes en vriendinnetjes.
Kom daarom samen eens langs bij Trophé voor tips en adviezen. Maar een gezellige bijeenkomst bij jou thuis is ook mogelijk! Neem gerust even contact met ons op over welke mogelijkheden er allemaal zijn.

Bron: filmpje van Voedingscentrum