Gevallen van scheurbuik geconstateerd

vit-cGepubliceerd 5 december 2016
Een tijdje geleden meldde ik ook al nieuws uit Australië, een jongetje van 13 was bijna blind door gebrek aan vitamine A. Dit keer heeft een Australische arts scheurbuik moeten vaststellen bij meerdere patiënten. En dat is best bijzonder. Scheurbuik kwam vooral vroeger voor en dan met name bij zeevaarders, die een langdurig tekort aan vitamine C hadden, waardoor zwellingen en bloedingen ontstonden. Scheurbuik in de 21e eeuw is een opmerkelijke aandoening, zeker als die voorkomt in een ontwikkeld land als Australië. Onbehandelde scheurbuik is op lange termijn dodelijk, maar de behandeling is eenvoudig: vitamine C innemen.

Symptomen

Eén van zijn patiënten kreeg last van bloedend tandvlees, zweren, pijnlijke spieren en loszittende tanden. De oorzaken waren te weinig fruit en kapot gekookte groenten, waardoor haar vitamine C-inname laag was.
De behandelend specialist ontdekte vervolgens nog meer scheurbuikpatiënten in zijn kliniek. Het bleek te gaan om diabetespatiënten die bang waren dat door het eten van vers fruit hun glucoseniveau te hoog zou worden.

Wat is vitamine C precies?

Vitamine C of ascorbinezuur heeft een functie als antioxidant in het lichaam en is nodig voor de vorming van bindweefsel, de opname van ijzer en het in stand houden van de weerstand.
Bij een tekort kan verminderde weerstand, vertraagde wondgenezing en uiteindelijk scheurbuik ontstaan. Een teveel aan vitamine C kan leiden tot darmklachten of diarree.

Hoe krijg je voldoende C binnen?

Ook uit dit bericht blijkt maar weer eens hoeveel invloed voeding op jouw gezondheid heeft. Variatie is hier eigenlijk het toverwoord. Wanneer je voldoende varieert met voeding dan krijg je de benodigde voedingsstoffen binnen.

Vitamine C zit in fruit, groente en aardappelen, met name in koolsoorten, citrusfruit, kiwi’s, bessen en aardbeien.
Het is oplosbaar in water. Groente met deze vitamine kan daarom het best in weinig water en niet te lang worden gekookt en de stukken moeten niet te klein worden gesneden. Ook is vitamine C gevoelig voor verhitting en zonlicht. Blootstelling aan de lucht van gesneden, gepureerde of uitgeperste producten moet zoveel mogelijk vermeden worden. In een zuur, zoals in sinaasappel(sap), blijft vitamine C relatief goed intact.

Gezondheidseffecten

Te weinig vitamine C
Bij een langdurig ernstig tekort kan verminderde weerstand, vertraagde wondgenezing en uiteindelijk scheurbuik ontstaan. De verschijnselen zijn tandvleesbloedingen, onderhuidse en inwendige bloedingen.

Te veel vitamine C
Een teveel aan vitamine C kan schadelijk zijn, hoewel het overschot wordt uitgeplast. Meer dan 2 gram vitamine C per dag kan leiden tot darmklachten of diarree en een verhoogde uitscheiding van oxaalzuur met de urine.

Snoep goed van Sinterklaassnoepgoed

15010490_sGepubliceerd 24 november 2016
Sinterklaas betekent voor veel Nederlanders volop genieten van al dat lekkers waarmee dit feest omringd is, zoals pepernoten, taaitaai, chocoladeletters, schuimpjes, gevulde speculaas en stukjes banketletter. Natuurlijk moet dit eens per jaar kunnen, maar wel met mate. En let goed op, want het ene snoepgoed is het andere niet. Hier geven we je tips hoe je met al deze verleidingen kunt omgaan en een overzicht van het sinterklaassnoepgoed, zodat je het verschil weet en betere keuzes kan maken.

Overzicht snoepgoed

In het overzicht hieronder kun je zien, dat marsepein, gevulde speculaas, banketletter en chocola veel meer calorieën bevatten dan het andere strooigoed. Met name de chocoladeletters (melk en puur) tikken behoorlijk aan als het op calorie-inname aankomt: een letter van 100 gram levert maar liefst 550 calorieën. En ook chocolade kruidnoten bevatten zo’n 500 kcal per 100 gram.
Houd de porties dus klein.

  • een schuimpje: 13 calorieën, dagkeuze
  • 10 kruidnoten: 48 calorieën, dagkeuze
  • speculaasje: 48 calorieën, dagkeuze
  • 5 chocolade kruidnoten: 51 calorieën, dagkeuze
  • stukje taaitaai: 71 calorieën, dagkeuze
  • marsepein (25 gram): 105 calorieën, weekkeuze
  • banketletter (25 gram): 113 calorieën, weekkeuze
  • gevulde speculaas (25 gram): 120 calorieën, weekkeuze
  • klein reepje pure chocolade(25 gram): 133 calorieën, weekkeuze

Het overzichtje geeft je een indicatie van wat je eventueel dagelijks zou kunnen snoepen en wat je beter maar één keer per week kan nemen.

Hoeveel mag jij snoepen en hoeveel jouw kind?

Elke dag is er ruimte om extra calorieën te nemen. Onder extra’s wordt onder andere snoep, koek, taart, chips, snacks en sauzen verstaan, eigenlijk alles wat je lichaam niet nodig heeft om goed te functioneren.
Hoeveel je ervan kunt eten, hangt af van je leeftijd en geslacht. Volwassen mannen mogen maximaal 400 calorieën extra tussendoor nemen en vrouwen 300 calorieën.
Voor kinderen is dit minder, omdat ze ook een lagere energiebehoefte hebben. Voor hen geldt de volgende regel:
jongens en meisjes tussen 1-3 jaar: 100 calorieën
jongens en meisjes tussen 4-8 jaar: 200 calorieën
jongens tussen 9-13 jaar: 300 calorieën
meisjes tussen 9-13 jaar: 200 calorieën
jongens tussen 14-18 jaar: 400 calorieën
meisjes tussen 14-18 jaar: 300 calorieën

Wat kan je het beste nemen? Het belangrijkste is om alles met mate te eten. Een handje pepernoten per dag kan echt geen kwaad, maar wel als je een hele bak met pepernoten eet. Dit geldt natuurlijk voor alle snoepgoed en niet alleen voor jou, maar ook voor kinderen. In één schuimpje zit maar 13 calorieën, maar tien schuimpjes zijn alweer 130 calorieën!
Nu denk je misschien “ach het is maar één keer per jaar Sinterklaas, laten we niet zo moeilijk doen en lekker genieten”. Toch is het wel verstandig maat te houden. Probeer maar eens bij te houden wat jij en je kind dagelijks aan extra’s binnenkrijgen, ook buiten de feestdagen om. Waarschijnlijk is dat bijna dagelijks te veel.
Behalve dat suikers slecht zijn voor de tanden, kan een langdurige inname van te veel suikers leiden tot gewichtstoename.

Waarom kun je het vaak niet bij één laten?

De meeste mensen kunnen het niet bij één pepernoot laten en zelfs niet bij één handje vol. Als je eenmaal toegeeft aan het eerste handje pepernoten ga je steeds meer zoetigheid eten. Je triggert iets in je hersenen waardoor je een suikerbehoefte activeert en zo ga je steeds meer en meer eten.

3 pepernoten is een suikerklontje

Het eten van 3 pepernoten heeft hetzelfde effect op je lichaam als een suikerklontje. Pepernoten en ander strooigoed zitten boordevol suikers en hebben verder totaal geen voedingswaarde. Ook de glutenvrije pepernoten die ineens in de biologische winkels liggen alsof ze gezond zouden zijn, bevatten geen voedingswaarde! Voor pepernoten geldt dat ze uitsluitend lege calorieën zijn waar je dik van wordt en moe en futloos! Dit komt, doordat je bloedsuikerspiegel gaat pieken en daarna dalen. Tijdens zo’n dal voel je de energie uit je lichaam wegstromen en heb je weer zin in snoep.
Taaitaai en echte ouderwetse pepernoten (die grote hoekige) zijn luchtig en bevatten relatief weinig calorieën. Voor schuimpjes geldt hetzelfde.

Hoe voorkom je dat je ongemerkt kilo’s aankomt?

Voor je het weet ben je aan het eind van het jaar ongemerkt kilo’s aangekomen door al dat onbewuste snoepen.
Lees hier hoe je dit kunt voorkomen:

  • Eet bewust. Dit doe je door met je zelf af te spreken, dat je op bepaalde momenten een beetje mag snoepen en dat je op alle andere momenten ervan afblijft. Bijvoorbeeld: je mag van jezelf alleen op zaterdag en natuurlijk op pakjesavond zelf, een handje pepernoten. Eet ze dan langzaam op en geniet ervan. Al die andere momenten waarop je in de verleiding komt, denk je aan deze afspraak met jezelf en houd je je hieraan.
    Bedenk dan ook, dat snoepen misschien wel lekker is, maar dat je er ook dik, moe en futloos van wordt. Zo voorkom je, dat je ongemerkt hier en daar aan het snaaien bent en meer snoept dan dat je doorhebt.
  • Pepernoten en snoep op de toonbank weersta je gemakkelijker wanneer je bedenkt, dat hier allerlei mensen, die voor jou waren, met hun vieze handen in hebben gegraaid. Stel je voor, eerst hebben ze het winkelwagentje geduwd, toen netjes met hun hand voor de mond gehoest, geld aan de kassière gegeven en toen in dat bakje pepernoten gegraaid. Ai…heb je er nog steeds zin in of het wordt het nu al wat gemakkelijker om weerstand te bieden aan dit snoepgoed?
  • Wat ook helpt is ervoor te zorgen, dat je de hele dag goed en gezond eet. Wanneer je lichaam de juiste voedingsstoffen krijgt voel je je verzadigd en blijft je bloedsuikerspiegel in balans, waardoor je niet zo’n behoefte aan iets zoets hebt. Dit doe je door 3 voedzame maaltijden op een dag te eten en gezonde tussendoortjes te nemen. Als je zo eet en drinkt zal je je fit en helder voelen en vol energie. Dan wil je dat gevoel niet meer kwijt voor een paar pepernoten of snoepgoed. Probeer het eens een paar dagen uit en je zal merken dat het werkt.
  • Al dat Sinterklaassnoepgoed bevat nogal wat verzadigde vetten, het zou mooi zijn als je die weet te compenseren met je maaltijd. Vlees bevat vaak veel verzadigd vet. Je zou dus gedurende deze feestelijke periode wat vaker vegetarisch kunnen eten. Geen idee hoe dat moet? Zoek gezonde recepten op receptensites, zoals deze van het Voedingscentrum.
  • Op Sinterklaasavond wordt er vaak wel wat meer gesnoept. Veel mensen zijn geneigd om dan de maaltijd maar over te slaan om al dit snoepen te compenseren. Doe dit niet, sla de avondmaaltijd zeker niet over, maar tafel niet te zwaar. Wanneer je de maaltijd overslaat zal je ‘s avonds juist trek krijgen en veel meer gaan snoepen en snacken dan wanneer je jouw maag goed gevuld had met gezond en voedzaam eten.

Kraanwaterdag

water-drinken-3Gepubliceerd op 22 november 2016
Morgen, woensdag 23 november, is het weer Kraanwaterdag! Nu denk je vast “Wat is Kraanwaterdag nou weer?”.
Op deze dag wordt aandacht gevraagd voor het drinken van kraanwater op school. De bedoeling is, dat er op deelnemende scholen in elk geval één dag per week kraanwater wordt gedronken. Wereldwijd onderzoek toont namelijk aan dat kraanwater drinken gezond is: het is goed voor je hart, brein, stofwisseling, alertheid en het voorkomt hoofdpijn. Kinderen die vaak water drinken letten veel beter op in de klas. En door water (in plaats van zoete drankjes) te drinken, blijven ze ook fitter. De Kraanwaterdag voor basisscholen is onderdeel van de bewustwordingscampagne ‘Kraanwater Graag’ van drinkwaterbedrijf Vitens, en wordt gesteund door Jongeren Op Gezond Gewicht en het Voedingscentrum. Een mooi initiatief, maar wat Trophé betreft zou het nog mooier zijn wanneer er élke dag van de week water op scholen wordt gedronken, in plaats van één dag per week.

Kraanwater past bij een gezonde levensstijl

Kraanwater is gezond en duurzaam. Het drinken van water draagt bij aan een gezonde levensstijl. Ons lichaam heeft water nodig, omdat het allerlei processen voor ons regelt: onze lichaamswarmte, het vervoer van voedingsstoffen naar onze cellen en de afvoer van afvalstoffen. Niet voor niets bestaat ons lichaam voor 65% uit water. Omdat we elke dag ook water verliezen, bijvoorbeeld doordat we zweten, is het belangrijk dit water in ons lichaam aan te vullen. En dat kun je het beste doen door genoeg water te drinken. Het bevat belangrijke mineralen, zoals calcium en helemaal geen calorieën! Het is minstens 400 keer minder belastend voor het milieu dan verpakte dranken. Eén suikerhoudend drankje minder per dag leidt al tot een gezondere leefstijl bij schoolkinderen. Water drinken is dan ook gezonder dan het drinken van zoete drankjes.

Patroon doorbreken met een Kraanwaterdag

Kinderen krijgen vaak pakjes met zoete dranken mee naar school, zo blijkt uit onderzoek dat onder 1000 ouders en 100 leerkrachten via Facebook is gehouden. Uit hetzelfde onderzoek blijkt ook, dat ouders denken dat hun kinderen op school vaak kraanwater drinken, maar dat dit volgens de leraren juist minder het geval is.
Kinderen lusten in principe gewoon water, maar het wordt lastiger als klasgenootjes wél limonade of sap mee krijgen. Met de invoering van een Kraanwaterdag wordt dit patroon minimaal een dag per week doorbroken en wordt kraanwater gemeengoed op school.

In zoete dranken, zoals frisdrank en vruchtensap, zit suiker. Dat geeft je energie, maar een teveel ervan zorgt voor het ontstaan van overwicht. Nederlandse kinderen tussen de 7 en 18 jaar krijgen per dag gemiddeld 130 kilocalorieën binnen uit zoete dranken. Dat kun je vergelijken met 6,5 suikerklontjes. Bij jongeren tussen de 10 en 12 ligt het aantal kilocalorieën dat zij binnen krijgen uit zoete dranken zelfs op 400, wat overeen komt met 25 suikerklontjes. Je kunt je voorstellen dat het vervangen van zoete dranken door drinkwater bijdraagt aan een gezonder gewicht.

Hoeveel water moeten kinderen per dag drinken?

Kinderen tussen 1 en 10 jaar hebben elke dag 1,2 liter vocht nodig. Dat komt neer op 6 volle glazen. Tussen de 10 en 17 jaar hebben kinderen 1,7 liter per dag nodig. Dit staat gelijk aan 9 glazen. Het is belangrijk naast de gebruikelijke zuivel zoveel mogelijk vocht aan te bieden dat geen suiker bevat, zoals drinkwater en thee zonder suiker.

Hoe ervaart je kindje nieuwe smaken?

33616562 - mother spoon-feeding her child boy at kitchenGepubliceerd 16 november 2016
Vorige week kon je lezen waarom, wanneer en hoe je je kind leert wennen aan vaste voeding. Dit kan gepaard gaan met blije gezichtjes, maar ook tekenen van afgrijzen of zelfs uitspugen. Sommige hapjes zal je kind niet meteen lekker vinden. En dat is ook logisch, want al die nieuwe smaken zijn wel even wennen. Het is niet alleen de smaak, maar ook de structuur en de manier van kauwen en slikken waar het aan moet wennen. Gewoon blijven proberen, want geduld loont. Wanneer je kind nu al veel smaken leert waarderen, dan is de kans groot dat hij ook later gevarieerd zal eten. En dat is goed voor zijn gezondheid! Maar wat ervaart je baby bij de eerste hapjes? Lees het hier en ondervind het zelf door onderstaande proefjes te doen.

Wat ervaart je baby bij de eerste hapjes?

Smaak en structuur
Wanneer je kind voor het eerst vaste voeding krijgt gebeurt er van alles. Bedenk dat borstvoeding en flesvoeding vooral zoet en romig is. Vaste voeding is opeens ook zuur of bitter. En wat te denken van al die gekke structuren in de mond? Ruw, hard, glad, droog, glibberig, fris, prikkelend, kleverig, noem maar op. Overigens zitten er wel verschillen in de smaak van borstvoeding, afhankelijk van wat de moeder heeft gegeten die dag. Kinderen die borstvoeding krijgen zijn daarom al wel een beetje gewend aan verschillende smaken, en wennen meestal iets makkelijker aan nieuwe hapjes.

Meer smaakpapillen
Verder hebben baby’s meer smaakpapillen dan volwassenen. Smaakpapillen zijn zenuwuiteinden op de tong die aan de hersens vertellen wat we proeven. Je kind is dus gevoeliger voor smaak. Omdat je baby vooral zoet gewend is en deze gevoeligheid heeft, is het aan te raden om te beginnen met zachte smaken. Lees daarover meer bij oefenhapjes.

10 tot 15 keer laten proeven
Met eerste hapjes ontdekt je baby een geheel nieuwe wereld. Daar kan hij veel plezier in hebben, maar het kan ook een beetje spannend zijn. Wees daarom begripvol en geduldig. Dwang bij het aanleren van nieuwe smaken werkt helemaal verkeerd. Met veel herhaling went je kind vanzelf aan een nieuwe smaak. Soms zal je kind wel 10 tot 15 keer moeten proeven voordat hij aan een smaak gewend is, ook al probeert het maar één hapje, dat is al voldoende. Dat hoeft trouwens niet te betekenen dat hij alles superlekker vindt. Kinderen ontwikkelen namelijk ook persoonlijke smaakvoorkeuren, net zoals wij zelf misschien ook niet alles even lekker vinden.

Ik ben 2 en zeg nee, begin dus eerder!

De eerste 2 jaar van je kind zijn het belangrijkst voor de smaakontwikkeling. Alleen al, omdat de meeste nul- tot tweejarigen graag nieuwe dingen proeven en zonder morren andere smaken accepteren, terwijl peuters daar uit koppigheid niet altijd zin in hebben. Het is dus slim om kinderen zo vroeg mogelijk aan veel smaken te laten wennen. Wanneer je kind zo’n 2 jaar is ervaart het, dat het een eigen wil heeft en hier maakt het graag gebruik van door tegen veel dingen ‘nee’ te zeggen, de peuterpubertijd noemen we dit. En wat vandaag ‘nee’ is, kan morgen gewoon weer ‘ja’ zijn. Een periode waar je als ouder het beste handelt door consequent te blijven.
Maar nu weer verder over leren eten: een goede eter is een kind dat gezellig is aan tafel, van alles wat eet en nieuwe smaken probeert. Of het bord helemaal leeg is, is niet belangrijk. Straf je kind daarom niet als hij iets niet wilt eten. Volgende keer beter!

Tips om het leren proeven makkelijk te maken

  • Start met zachte smaken en geef één smaak per keer. Geschikt fruit om mee te beginnen is banaan, perzik, peer en meloen. Populaire groenten zijn bloemkool, doperwtjes, boontjes, broccoli, worteltjes of pompoen. Gaat het goed? Maak dan ook fruithapjes en groentehapjes met andere soorten.
  • Zien eten doet eten, vooral als ze ouders hetzelfde zien eten. Geef dus het goede voorbeeld.
  • Iets wat je kind niet lekker vindt, gaat er makkelijk in als je het combineert met iets dat ze wel lekker vinden.
  • Kleed het eten leuk aan als het er niet in wilt. Een leuk lepeltje, een liedje, een mooi bordje, eten in een leuk vormpje: wees creatief.
  • Als je kind iets niet lust, maak het dan eens op een andere manier klaar. Maskeer het niet met bijvoorbeeld appelmoes of yoghurt, want dan zal het niet aan de nieuwe smaak wennen omdat hij deze niet proeft door de appelmoes of yoghurt.
  • Laat je kind eens zelf het eten in zijn mond stoppen. Dit kan met een lepeltje of zijn handje, maar je kunt ook ongepureerd eten geven. Zo leert je kind zelf te eten. Let erop dat je kindje zich niet verslikt. En wanneer je deze manier vaker gebruikt, moet je bij kindjes ouder dan 6 maanden erop letten dat ze niet alleen sabbelen, maar ook echt het eten binnenkrijgen.

Ervaar het zelf!

Om een idee te hebben van hoe je kind nieuwe smaken ervaart kun je onderstaande proefjes doen. Zo snap je hem beter en kan je hem ook beter helpen bij het leren proeven.

Proefje 1: zuur na zoet
Je baby is de zoete smaak van melk gewend. De friszure smaak van bijvoorbeeld appel is dan écht heel anders. Laat staan een citroen. In dit proefje merk je dat iets zuurder smaakt nadat je iets zoets hebt gehad. Omdat je kindje meer smaakpapillen heeft, zal zijn smaakbeleving van zuur daar dichter bij in de buurt komen. En dat terwijl hij vooral zoet gewend is! Het is verder handig om in je hoofd te houden dat wanneer je kindje bijvoorbeeld eerst een hapje banaan krijgt (zoet) en snel erachteraan wat sinaasappel (zuur), het zure dus harder aankomt.

Om een beetje te beleven wat je baby beleeft kun je het volgende doen:
Zet een schaaltje yoghurt klaar en thee met suiker.
Proef eerst een lepel yoghurt en onthoud goed hoe zuur dit smaakt.
Neem nu een slokje van de zoete thee.
Neem nu weer een lepel yoghurt. Proef je dat het zuurder is?
En neem nu opnieuw een slokje zoete thee. Smaakt die net zo zoet als daarvoor? Of lijkt het zoeter?

Proefje 2: structuurverschillen
In dit proefje onderzoek je hoeveel variatie er is in structuren. En je baby moet daar allemaal aan wennen: een hele klus. Verder is het duidelijk dat één product anders kan smaken als je het anders klaarmaakt. Dat kan komen doordat de structuur anders is, maar ook omdat de smaak anders wordt als je iets kookt. Probeer daarom eens om een product anders klaar te maken als je kind iets niet lust.

Structuur en hoe je een hapje klaarmaakt heeft invloed op de smaakbeleving. In dit proefje sta je daar even bij stil:
Leg een stukje wortel, (ongekookte) broccoli, paprika en tomaat op een bordje.
Neem het stukje wortel in je hand en proef een beetje. Het is glad en smaakt zoet. Omdat het zoet is vinden veel kinderen een worteltje lekker. Worteltjes kun je rauw eten (fijn geraspt) en voelt dan knapperig en koud in de mond. Gekookt zijn ze zacht en warm in de mond.
Over naar de broccoli. Je ziet en voelt dat broccoli een heel andere structuur heeft. En de smaak is alleen gekookt lekker. Er is een verschil tussen broccoli kort koken (knapperig) en lang koken (zacht/week, bitter).
Komkommer is weer heel waterig, zonder veel smaak.
En hoe zou je het tomaatje omschrijven? Snijd het tomaatje open. De binnenkant is zacht en de buitenkant iets harder. Als je het kookt en pureert is het een beetje glibberig.
Paprika is net als tomaat rood, maar hoe zou je paprika verder kunnen beschrijven? Is het sappig, droog, knapperig, zacht, glad? Weet je wat er met paprika gebeurt als je het kookt?

Na het doen van bovenstaande proefjes besef je weer even hoe wij inmiddels al aan smaken en structuren gewend zijn en hoe heftig deze veranderingen nog voor je kind zijn. Heb geduld en blijf het gewoon proberen, dan went je kind uiteindelijk wel. Veel succes!

Oefenhapjes voor je baby

baby-eet-25325928_s-gratisGepubliceerd 10 november 2016
Je baby krijgt borstvoeding of flesvoeding. Misschien ging dit in het begin nog helemaal niet zo goed en net nu dit allemaal prima verloopt, is het alweer tijd om te beginnen met het oefenen van vaste voeding. Help, hoe doe je dit nou weer? Wij geven je hier informatie en tips die je verder helpen.

Wanneer begin je met oefenhapjes?

Wanneer je kind tussen de 4 en 6 maanden oud is begin je met oefenhapjes. Begin er niet eerder mee. De oefenhapjes komen nog niet in de plaats van borstvoeding of flesvoeding, maar worden er naast aangeboden. Vanaf 6 maanden heeft je kind ook echt oefenhapjes nodig naast de borst- en flesvoeding. En vanaf dat je kind ongeveer 8 maanden is ga je geleidelijk over van borstvoeding of flesvoeding naar vaste voeding.
Hoe weet je nu of je kind er met 4 maanden al aan toe is of pas met 6 maanden? Wanneer je kindje steeds smakkende geluidjes maakt en jou het eten zo’n beetje uit jouw mond kijkt, dan kan het tijd zijn om er mee te beginnen. Maar begin er sowieso vanaf 6 maanden mee.

Waarom oefenhapjes geven?

Wanneer je je kind oefenhapjes geeft went het aan andere smaken dan die van warme melk. Verder is het een goede oefening voor de mondspieren, doordat je kind nu van een lepeltje leert te eten. En door tussen de 4 en 6 maanden te beginnen met oefenhapjes kun je de kans op een voedselovergevoeligheid kleiner maken.

Wat geef je als oefenhapje?

Je kunt vrijwel alle gezonde producten geven, die je zelf ook eet. Geef bijvoorbeeld een lepeltje geprakte groente of geprakt fruit. Of wat kleine stukjes brood zonder korst (vanaf 7 maanden mét korst), een beetje geprakte aardappel of rijst. Ook een lepeltje fijngemalen vlees of vis is mogelijk. Geef in het begin het liefst eten met een zachte smaak, dan is het verschil met de zoete smaak van borst- of flesvoeding niet zo groot. Geschikt fruit om mee te beginnen is banaan, perzik, peer en meloen. De beste groenten om mee te beginnen zijn bloemkool, doperwtjes, boontjes, broccoli, worteltjes of pompoen. Gaat dit goed? Dan kun je ook fruithapjes en groentehapjes van andere soorten maken.

Wat je beter niet kunt geven

Op deze leeftijd is het overbodig om zoetigheid te geven, zoals een koekje vermengd door het hapje. Baby’s zijn namelijk al aan zoet gewend, want moedermelk en flesvoeding zijn ook zoet. Door weer zoet aan een nieuwe smaak toe te voegen, zal je kindje niet wennen aan de nieuwe losse smaken.
Daarnaast is er een aantal producten dat je beter niet kunt geven, zoals rauw vlees en producten van rauw vlees, zoals filet américain, ossenworst, carpaccio of niet-doorbakken tartaar. Hierin kunnen ziekmakende bacteriën zitten. Jonge kinderen zijn daar extra gevoelig voor. Geef ook liever geen rauwe schaal- en schelpdieren, rauwe of voorverpakte gerookte vis, zoals sushi en gerookte zalm. En pas ook op met rauwe eieren en producten met rauwe eieren, zoals zelfgemaakte mayonaise of tiramisu. Uit de supermarkt zijn deze producten wel veilig.
Geef je kind tot de leeftijd van 1 jaar ook geen honing. Honing kan besmet zijn met een bacterie waar kinderen tot 1 jaar erg ziek van kunnen worden!

Eerst één smaak, daarna pas combinaties

Laat je kind eerst wennen aan losse smaken en geef in het begin meerdere dagen achter elkaar dezelfde smaak. Zo leert hij die beter herkennen en waarderen. Als je kind gewend is aan de losse smaken kun je voor de afwisseling smaken gaan combineren. Lekker is dan bijvoorbeeld appel met perzik, aardbei met banaan, kiwi met peer, wortel met pompoen, ontvelde tomaat met courgette en bloemkool met broccoli.

Hoe maak je de oefenhapjes klaar?

De oefenhapjes kun je prakken met een vork. Een blender of staafmixer is dus niet persé nodig. In het begin prak je het hapje heel fijn. Wanneer je het te droog vindt, kun je er wat water of een klontje margarine bijdoen. Als je kind dit allemaal gemakkelijk eet, prak je het iets minder fijn. Wanneer je kind ook dit vlot naar binnen krijgt, kun je het eten gewoon in kleine stukjes snijden.

Vanaf 7 maanden is het goed om brood met korstjes te geven. Zo leert je kindje namelijk kauwen, zelfs als het dan nog geen tanden en kiezen heeft. Je kind zal dan gaan sabbelen met z’n kaken en dat is goed voor de ontwikkeling van zijn mondspieren.

Met wat voor brood, pap, pasta en rijst begin je?

Geef in het begin stukjes lichtbruin brood (je hoeft dus niet met wit brood te beginnen), witte pasta, witte rijst en pap van rijstebloem. Zo kunnen de darmen van je kind rustig wennen aan vezels in de voeding. Gaat dat goed, stap dan geleidelijk over op volkorenbrood, volkorenpasta, zilvervliesrijst of pap van volkorenmeel. Deze producten zijn namelijk rijk aan vezels.

En wat geef je te drinken?

Als drinken heeft je baby nog genoeg aan borstvoeding of flesvoeding. Als je flesvoeding geeft, ga je na 6 maanden over op opvolgmelk.

Hoeveel geef je?

Je kunt het beste beginnen met 1 à 2 keer per dag 3 tot 4 lepeltjes. Geef niet te veel, want dit zal de trek in borst- of flesvoeding van je baby verminderen. Je kunt de hoeveelheid dan langzaam opbouwen, totdat je vanaf 8 maanden echt maaltijden gaat vervangen. Elk kind heeft andere behoeftes, dus harde richtlijnen voor de hoeveelheid zijn niet te geven. Kijk goed naar je kind wat hij of zij prettig vindt en dring het eten vooral niet op.

Op welk moment geef je een oefenhapje?

Het beste moment om de hapjes te geven is direct na een borst- of flesvoeding of tussen 2 voedingen door. Je kind is dan ontspannen en heeft geen enorme trek meer: een goed moment om iets nieuws te proeven.

Wat als je baby het steeds uitspuugt?

Spuugt je kindje het hapje uit? Geen punt, het is zelfs heel begrijpelijk. De overgang van melk naar vaste voeding is namelijk nogal wennen. Het heeft een hele andere smaak, een vreemde structuur en de manier van eten is anders (kauwen en slikken). Blijf het gewoon geven, want het is een kwestie van oefenen. Geduld zal uiteindelijk lonen.

In ons volgende artikel, vertellen we je hoe je baby deze eerste hapjes en nieuwe smaken ervaart en laten we je het zelf ondervinden door je een paar proefjes te laten doen. Natuurlijk krijg je dan ook tips hoe je het leren proeven gemakkelijker kunt maken.

Blind door verkeerd eetpatroon

oogtest-jongenGepubliceerd 4 november 2016
In Australië werd een 13-jarige jongen langzaam blind door een vitamine-A-tekort, terwijl deze diagnose niet door artsen werd gesteld. Zijn bezorgde moeder vertelde dat oogartsen en andere specialisten geen antwoord hadden toen haar 13-jarige zoon beetje bij beetje zijn zicht verloor. Ze kregen te horen dat hij er maar moest mee leren leven. De jongen trok zich daarop terug in zijn eigen wereldje en verloor het contact met zijn vrienden.

Eenzijdige voeding

Nadat de ouders van het jongetje een televisieprogramma zagen over een dokter in Sydney die deels blinde kinderen wist te redden, bedachten ze zich geen moment en vloog de moeder met haar kind prompt naar haar toe. Toen professor Stephanie Watson de tiener onderzocht, ontdekte ze vrij snel wat er aan de hand was. Het bleek een vitamine A-tekort te zijn. Sinds zijn 6e levensjaar at de jongen zo slecht dat hij blind dreigde te worden. Hij at alleen kip, aardappelen, droog brood en cola.

Professor Watson kende het fenomeen van toen ze in Kenia werkte als geneeskundestudent. Dit was het 4e geval dat ze vaststelde in Australië. Vandaag de dag is de jongen er al veel beter aan toe en brengt hij weer veel tijd met zijn vrienden door. Inmiddels eet hij dagelijks verse groenten, ook al is hij er nog steeds niet dol op.
Zijn rechteroog functioneert weer normaal maar zijn linkeroog herstelt misschien nooit meer volledig.
Vaak wordt niet aan een vitamine-A-tekort gedacht, omdat kinderen er doorvoed uitzien, maar ook een eenzijdige voeding kan leiden tot een vitamine-A-deficiëntie. Het is van belang dat artsen meer aandacht hebben voor voedingstekorten en de deficiëntieverschijnselen van vitaminetekorten kennen. Hierdoor had de diagnose vitamine-A-deficiëntie eerder gesteld kunnen worden.
Maar uiteraard is het ook van belang dat je ervoor zorgt dat kinderen (en de ouders zelf uiteraard ook) gevarieerd eten, zodat ze alle benodigde voedingsstoffen binnenkrijgen en de kans op tekorten voorkomen.

Wat is vitamine A?

Vitamine A zorgt voor de huid en ogen. Vitamine A is nodig voor de aanmaak van cellen en de weefselstructuur van de huid, door vitamine A worden epitheelcellen gevormd in de huid, luchtpijp, het haar, tandvlees en longweefsel.
Door vitamine A kunnen de ogen zich aanpassen aan het schemer. Vitamine A zorgt ook voor een goede werking van het afweer- en immuunsysteem, zodat iemand niet ziek wordt.
Vitamine A speelt een belangrijke rol bij de groei van kinderen. Het is niet nodig kinderen extra vitamine A te geven, tenzij een arts dat voorschrijft. Je moet hier zelfs mee oppassen, want een teveel aan vitamine A kan schadelijk zijn.

Het is niet veilig om kinderen van 1 tot 3 meer dan 800 microgram vitamine A te geven per dag. Voor volwassenen ligt de bovengrens op maximaal 3000 microgram vitamine A per dag. Een teveel aan vitamine A kan vergiftiging veroorzaken. De verschijnselen zijn hoofdpijn, misselijkheid, duizeligheid, vermoeidheid en afwijkingen aan ogen, huid en skelet. Er zijn ook aanwijzingen dat meer dan 1500 microgram vitamine A per dag het risico op heupfracturen bij volwassenen verhoogt, maar dit wordt nog verder onderzocht. Het gaat om vitamine A uit dierlijke producten en niet om provitamine A uit groente en fruit.

Een teveel aan vitamine A komt bijna niet voor, tenzij je vaak lever eet of hooggedoseerde supplementen slikt. Voor peuters en kleuters wordt geadviseerd het gebruik van leverproducten te beperken.
Een tekort aan vitamine A kan huidproblemen, dof haar, nachtblindheid en zelfs blindheid veroorzaken.

Waar zit vitamine A in?

Vitamine A zit in dierlijke producten als vlees en vleeswaren, zuivelproducten, vis en eidooier. Daarnaast zit het als toevoeging in margarine, halvarine en bak- en braadproducten. Dat staat dan op het etiket. In lever, bijvoorbeeld leverworst, zit veel vitamine A.

Het lichaam maakt ook zelf vitamine A aan uit carotenoïden uit plantaardige producten. De belangrijkste provitamine A carotenoïde is bètacaroteen. Provitamine A zit in groenten, zoals worteltjes, bloemkool, spitskool en fruit, zoals sinaasappels, mandarijnen en bananen. Andere provitamine A-carotenoïden zijn alfacaroteen en bètacryptoxanthine. Ook deze provitamines zet het lichaam om in vitamine A.
Het lichaam neemt echter minder vitamine A op uit carotenoïden dan de voorgevormde vitamine A uit producten van dierlijke oorsprong.

Bronnen: Sydney Morning Herald, Trophé

Kookboeken7daagse

csm_kbhvhj_2016_genomineerd_poster_hr_print_65a3e2a32cGepubliceerd 3 november 2016
Houd jij ook zo van lekker koken en ben je dol op kookboeken? Dan is dit echt iets voor jou: nog 2 dagen en dan begint de Kookboeken7daagse. Waarom het de 7daagse wordt genoemd weet ik niet precies, want het event loopt van zaterdag 5 tot en met zondag 13 november, waarbij de officiële aftrap al op vrijdag 4 november zal plaatsvinden. Maar zo’n leuk event mag van ons natuurlijk best langer duren dan dat de naam suggereert.
Het is al de 6e keer dat de Kookboeken7daagse plaatsvindt in Nederland. Wat kun je precies verwachten? Bij de gespecialiseerde kookwinkels, de betere boekhandels en warenhuizen maar ook in restaurants en kookstudio’s is er van alles te doen rondom kookboeken. Zo kun je auteurs ontmoeten, zijn er speciale kookboekenworkshops en leren chef-koks je handige tips & trics. De Stichting CPNB organiseert de Kookboeken7daagse 2016 editie in alle boekhandels en bibliotheken. Deze 7daagse vindt ieder jaar in de periode voor de feestdagen en de (sinterklaas & kerst) kado-periode plaats.
Voor een overzicht van activiteiten en locaties klik hier.

PROEFDRUK – Hèt kookboeken7daagse magazine

Ter gelegenheid van deze 6e Kookboeken7daagse heeft de CPNB met smaak een te gekke Proefdruk gemaakt. Dit boekje, boordevol weetjes, achtergrondinformatie en recepten van kookboeken ontvang je tijdens de Kookboeken7daagse in de boekhandel en bij de bibliotheek! Ga ‘m halen want je kunt de recepten die er in staan er uit scheuren en bewaren, aan iemand kado geven (als hint) of er direct mee aan de slag gaan natuurlijk!

Kookboekenverkiezing

Ook dit jaar organiseert bureau De Wonderneming de -10e editie en dus een jubileum- kookboekenverkiezing. Alle kookboekenmakers uit Nederland en Vlaanderen zijn opgeroepen kookboeken in te sturen. Dit groots(t)e kookboekenfestijn van Nederland & Vlaanderen wordt weer te gek!

Hoe gaat het in zijn werk

De altijd weer even spannende verkiezing gaat om wie nou toch het beste, mooiste en lekkerste kookboek heeft gemaakt. De vakjury bestaat uit 5 mensen die ieder vanuit hun eigen vakgebied de titels beoordelen. Aan hen de lastige maar zeer leuke taak alle ingezonden kookboeken te beoordelen. Deze ieder jaar wisselende jury nomineert 6 titels: 3 per categorie (Nederlands & vertaald). Zij bepalen uiteindelijk welke titel de winnaar van de vakjuryprijs 2016 wordt. Maar ook het publiek beslist mee: er kan gestemd worden op 1 van de 6 genomineerde kookboeken voor de Gouden Garde Publieksprijs. Stemmen kan tot en met woensdag 9 november 23.59 uur.

Zijn aardappelen dikmakers?

aardappelen-schillen-29041325_s-gratisGepubliceerd 28 oktober 2016
Het is herfst, een periode waarin we graag weer stamppotjes eten. Toch zijn er veel mensen die hier huiverig voor zijn, want volgens hen zijn aardappelen dikmakers. In dit artikel heb ik voor je op een rij gezet waarom dit gedacht wordt en hoe aardappelen toch gezond voor je kunnen zijn.
Aardappelen zijn een goede bron van zetmeel (complexe of meervoudige koolhydraten) en voedingsvezels maar ook van kalium, B6, eiwit, foliumzuur en vitamine C. Ter vergelijking: rijst en deegwaren bevatten geen vitamine C. Ze zijn een goede bron van energie voor je lichaam en helpen voor een goede darmwerking. Aardappelen kunnen plekjes of uitlopers krijgen. Wanneer je deze goed wegsnijdt kun je de aardappelen gewoon nog eten.

Geen dikmaker

Veel mensen denken dat aardappelen je dik maken, omdat ze zetmeel bevatten. Eén gram zetmeel levert echter maar 4 calorieën, terwijl 1 gram vet maar liefst 9 calorieën levert. Gekookte aardappelen bevatten geen grammetje vet. Wanneer je een normale portie gekookte aardappelen (ca 200 g) eet, krijg je ongeveer 150 calorieën binnen. Dit kan dus geen dikmaker genoemd worden, als je weet dat de dagelijkse aanbevolen energie-inname tussen de 2000 en 2500 calorieen ligt. Dit varieert van persoon tot persoon en is afhankelijk van het geslacht, de leeftijd en de mate van fysieke activiteit.

Speelt de glycemische index een rol?

Aardappelen worden vaak als ongezond beschouwd, omdat ze een hoge glycemische index hebben. De glycemische index geeft een inschatting van de snelheid waarmee de bloedsuikerspiegel stijgt als iemand koolhydraten heeft gegeten. Maar momenteel is er nog te weinig wetenschappelijke onderbouwing om algemene voedingsaanbevelingen te geven op basis van de glycemische index van voedingsmiddelen.
De glycemische index van voedingsmiddelen is onderhevig aan veel verschillende factoren, waaronder ook de samenstelling van de rest van de maaltijd. Zo is het niet onze gewoonte om alleen maar aardappelen te eten. We eten ze meestal in combinatie met groenten en een stukje vlees, vis of een vleesvervanger. Hierdoor wordt de glycemische index verlaagd.

Hoeveel aardappelen mag je eten?

Afhankelijk van je energiebehoefte, wordt aangeraden om 3,5 tot 5 stuks gekookte aardappelen (210-350 gram) per dag te eten. Maar het is goed om te variëren, zodat je alle benodigde voedingsstoffen gedurende een week binnenkrijgt. Vervang daarom de aardappelen ook eens door zilvervlies rijst of diverse volkoren graanproducten.
Het is wel goed te weten dat een portie deegwaren of rijst bijna twee keer zoveel calorieën bevat als een portie gekookte aardappelen: 200 gram gekookte aardappelen leveren ongeveer 150 kcal en een zelfde portie rijst, deegwaren, quinoa of couscous (zonder saus!) bevat zo’n 250 à 260 kcal.
Een portie patat (200 g) bevat zelfs ca. 700 calorieën!

De bereiding bepaalt de gezondheid

Aardappelen kunnen op vele verschillende manieren worden bereid: gekookt of gestoomd, met of zonder schil, in een aardappelsalade, als puree met melk of bouillon, in een stamppot met (veel) groenten, gepoft in de oven om ze vervolgens met diverse ingrediënten te vullen enz.
Sommige aardappelbereidingen leveren extra calorieën op en zijn wel dikmakers, wanneer je ze regelmatig op het menu plaatst. Frieten, kroketten en chips slorpen een flinke portie vet op als gevolg van het frituren. Wanneer je je portie aardappelen keer op keer laat zwemmen in de saus of aan de puree telkens een extra schep boter of margarine toevoegt, schieten de caloriewijzer en het vetgehalte ook behoorlijk omhoog.
Hoe zit het dus met de stamppotjes? Deze worden gemaakt van gekookte aardappelen en groenten. Gezond dus. De dikmakers zijn de worst, spekjes en jus die er vaak bij gegeten worden. Om een stampoot goed op smaak te maken kun je dus beter allerlei kruiden gebruiken, deze zijn niet vet maar wel lekker!

Bewaren

Op aardappelen hoeft geen houdbaarheidsdatum te staan. Gemiddeld zijn ze in huis 2 tot 3 weken houdbaar. Na een tijd bewaren neemt wel de kwaliteit af. Aardappelen blijven langer houdbaar als je ze bewaart
– op een donkere plek. Licht bevordert de vorming van de natuurlijke gifstof solanine. Dit is te zien aan groene plekken. In grote hoeveelheden is solanine giftig voor mensen. Het kan koorts, buikpijn, diarree, overgeven, slaperigheid, lusteloosheid, zwakheid en depressie veroorzaken. Er is weinig bekend over langdurige effecten van lage hoeveelheden. Niet iedereen is even gevoelig voor solanine en tomatine.
– op een koele plek, tussen 8 en 10°C. Te hoge temperaturen zorgen voor uitlopers. Van te lage temperaturen krijgen aardappelen een zoete smaak. Aardappelen om te frituren en bakken kun je dus beter niet in de koelkast bewaren.
– op een droge plek. Door te veel vocht krijgen aardappelen uitlopers en schimmel.

De kwaliteit controleer je door te kijken en te ruiken. Aardappelen zijn goed als ze een stevige mooie, heldere gele (of rode) huid hebben. Ze zijn minder goed als ze slap, groenverkleuring, uitlopers, beschadigingen, zure geur, blauwe plekken hebben.

Bewaren van gekookte aardappelen
• Bewaartijd in koelkast: 2 dagen
• Bewaartijd in diepvries: 3 maanden

Ontbijtgranen… welke zijn het beste?

52138966 - granola with apple, oatmeal and dried fruitsGepubliceerd op 24 oktober 2016
Dat het verstandig is om elke dag met een goed ontbijt te beginnen, is vast geen nieuws meer voor je. Supermarkten spelen er handig op in door met een enorm assortiment aan ontbijtgranen te komen. De rekken staan vol met muesli’s, cruesli’s, havervlokken en aanverwante granenproducten. Zo veel, dat je vaak niet meer weet welke ontbijtgranen nu wel en niet goed voor je zijn. In dit artikel help ik je een gezonde keuze te maken.

Wat zijn ontbijtgranen?

Ontbijtgranen zijn graanproducten die meestal bij het ontbijt gegeten worden in plaats van brood. Havermout, muesli en andere volkoren ontbijtgranen zonder toegevoegd zout en niet te veel suiker staan in de Schijf van Vijf en zijn gezonde varianten. Er zijn veel soorten ontbijtgranen. Sommige bestaan alleen uit volkorengraan en aan anderen zijn bijvoorbeeld noten en gedroogd fruit toegevoegd. Er zijn veel varianten te vinden in de supermarkt waaraan veel suiker is toegevoegd. Hierdoor zijn ze niet meer zo gezond en daarom staan deze varianten niet in de Schijf van Vijf.

Voorbeelden van verschillende ontbijtgranen zijn:

  • Volkorengraanontbijt, gemaakt van tarwe
  • Havermout, gemaakt van haver
  • Muesli, gemaakt van gemengde granen, noten en gedroogde vruchten
  • Cornflakes, gemaakt van maïs
  • Gepofte rijstkorrels of volkorentarwevlokken. De korrels en vlokken worden met water, zout, suiker en moutextract gekookt, deels gedroogd, geplet en gepoft en soms nog geroosterd.

Suiker in ontbijtgranen

Bij de ontbijtgranen schuilt het grootste verschil vooral in de hoeveelheid en het soort suikers. Gerangschikt volgens oplopende hoeveelheid suikers, geeft dit:
havermout / havervlokken
muesli
granola
crunchy muesli of cruesli ook genoemd

Havervlokken
De onbewerkte havervlokken bevatten het minste aantal suikers. Deze zijn vrij puur en moet je vooraf even koken of laten wellen in melk. Havermout is gezond en bevat veel mineralen en vezels waardoor je goed verzadigd raakt en je het vol kan houden tot aan de lunch. Het bevat evenveel (of weinig) suiker als brood: ongeveer 1 gram per 100 gram.

Muesli
Muesli bestaat meestal uit een mengeling van granen zoals haver, gerst, tarwe… vaak aangevuld met stukjes noten of gedroogd fruit (natuurlijke snelle suikers). Dit laatste is verantwoordelijk voor het hogere gehalte aan hogere suikers. Bij het kiezen van muesli, neem je beste een soort met een zo laag mogelijk percentage gedroogd fruit. De muesli’s variëren van 6 gram suiker per 100 gram naar 18 gram suiker per 100 gram.

Granola
Dit is een soort knapperige, krokante muesli die werd bewerkt met een natuurlijke suiker zoals honing, agavesiroop, ahornsiroop en door toevoeging van een vet (olijfolie, kokosvet). Granola bevat gemiddeld tussen 16 à 18 gram suiker per 100 gram. Aan de kant en klare granola die je in de winkel koopt, zijn soms ook industriële suikers toegevoegd. Het allerbeste is daarom om de granola zelf te maken. Op internet vind je tal van recepten. Zelfgemaakte granola kun je in een afgesloten pot gemakkelijk enkele weken bewaren.

Cruesli
Dit is een variant van de muesli, maar dankt zijn knapperige beet aan toegevoegde industriële suikers. Dat gehalte kan oplopen tot 25 gram suiker per 100 gram. Daarom wordt cruesli niet tot de ‘gezonde’ ontbijtgranen gerekend! Wil je nog meer weten over het verschil tussen cruesli en muesli, lees hier meer.

Recept granola

Op internet kun je heel veel recepten voor granola vinden, zoals hierboven al vermeld staat. Ik heb er hier echter eentje voor je geselecteerd, omdat deze vanwege de speculaaskruiden zo mooi bij het seizoen past: Granola met speculaaskruiden en sinaasappel. Het is een heerlijke voedzame granola. Combineer deze met wat yoghurt of kwark en start de dag met lekker veel energie!

Granola met speculaaskruiden en sinaasappel
Benodigheden:
250 gram havervlokken
60 gram ongezouten notenmix, gehakt
100 gram honing
250 gram quinoa
1 sinaasappel of mandarijn, geraspt
40 gram zonnebloem-of olijfolie
2 tl koek- en speculaaskruiden (bij de gedroogde kruiden in de supermarkt)

Bereiding:
Zet de oven op 180 graden. Meng havervlokken, noten, quinoa, kruiden en citrusrasp in een kom. Verwarm de kokosolie en honing in een steelpannetje en roer dit door het mengsel. Spreid alles uit over een met bakpapier beklede bakplaat en zet 15 tot 20 minuten in de oven. Haal de bakplaat uit de oven en laat de granola goed afkoelen.

Kom je aan als je stopt met roken?

19716607 - smoking verses healthy life style studio cutoutGepubliceerd 16 oktober 2016
We zijn alweer op de helft van oktober. De maand die ook staat voor Stoptober. Dit is een campagne die rokers uitdaagt om gedurende deze maand 28 dagen niet te roken. De kracht van Stoptober is de positieve aanpak en de onderlinge samenwerking en steun. Bekende en onbekende Nederlanders helpen elkaar. Waarom 28 dagen? Wetenschappelijk onderzoek uit Engeland, waar Stoptober al langer loopt, heeft aangetoond dat na 28 dagen de kans om blijvend te stoppen maar liefst 5 keer zo groot is. En dat is wat je wilt, permanent stoppen met roken, omdat het zo slecht voor je gezondheid is.
Toch zijn er mensen die niet willen stoppen met roken, omdat ze bang zijn om dan dik(ker) te worden. Kom je inderdaad aan als je stopt met roken? Waar ligt dat aan en hoe kun je dit voorkomen?

Roken verhoogt je stofwisseling

Roken verhoogt je stofwisseling. Hierdoor verbrand je meer calorieën dan wanneer je niet rookt. Wanneer je dus stopt met roken gaat je stofwisseling omlaag en verbrand je minder calorieën. Wanneer je dan hetzelfde blijft eten als voordat je stopte, zal je gewicht inderdaad toenemen.
Maar er gebeurt meer met je lichaam. Ook je reuk- en smaakorgaan gaan beter functioneren wanneer je niet meer rookt, waardoor je alles beter proeft en je het vaak lekkerder vindt smaken. Hierdoor is de kans groot, dat je meer gaat eten dan voorheen.
In zoverre klopt het dus, dat je kunt aankomen wanneer je stopt met roken. Maar dit hoeft natuurlijk niet te gebeuren. Wanneer je je levensstijl aanpast, kiest voor goede voeding en zorgt voor voldoende beweging, dan kun je dit voorkomen.

Hoe voorkom je om aan te komen als je stopt met roken?

Extra beweging
We noemden het net al even, je stofwisseling wordt trager als je niet meer rookt en dus is het zaak om de stofwisseling weer te versnellen. Dit doe je met beweging. Wanneer je, het liefst dagelijks, intensief beweegt, zal je stofwisseling versnellen. Denk hierbij aan stevig wandelen en fietsen, dansen, zwemmen, touwtje of trampoline springen, hardlopen, flink traplopen, etc. Zo blijft je lichaamsgewicht op hetzelfde niveau.

Eet gezonde tussendoortjes
Roken is vaak ook een gewenning, je hebt iets te doen en iets in je handen. Als vervanging gaan veel mensen dan maar naar eten grijpen. Zorg er dan voor, dat je iets gezonds tussendoor eet, zoals fruit en groenten. Koop lekker veel seizoensfruit, nu is het bijvoorbeeld een mooie periode voor mandarijnen. Deze zijn gemakkelijk om even tussendoor te eten. Maar neem ook wat “lastiger” fruit, waar je iets langer mee bezig bent voordat je het kunt eten, zoals bijvoorbeeld een sinaasappel. Doordat je bezig bent wordt je afgeleid van de drang naar eten. Ook groenten lenen zich uitstekend als tussendoortje, zoals reepjes paprika, schijfjes komkommer of een schaaltje rauwkost.

Zet een kop thee
Een andere vorm van ontspanning, zoals een sigaret je die kon geven, is een lekker kopje thee zetten en dit heel langzaam opdrinken. Neem bij voorkeur, groene of zwarte, thee zonder suiker. Het zorgt niet alleen voor ontspanning en afleiding, maar het voorziet je lichaam ook van voldoende vocht.

Breng jezelf niet in de verleiding
Probeer in één keer voor de hele week boodschappen in huis te halen. Zo hoef je niet elke dag door een supermarkt vol verleidingen te lopen. Daarbij heb je al voor elke dag bepaald wat je gaat eten en voorkom je dat je tijdens een zwak moment naar een vette snack of kant-en -klaar maaltijd grijpt, wanneer je bijvoorbeeld moe thuiskomt na een lange dag.

Poets je tanden
Als je een enorme trek in iets zoets/lekkers krijgt kun je beter even je tanden gaan poetsen in plaats van er aan toe te geven. Hiermee poets je letterlijk de drang naar zoet weg, doordat je nu een frisse smaak in je mond hebt verkregen.

Andere afleiding
In plaats van thee drinken of je tanden poetsen zijn er nog vele andere soorten afleiding te bedenken. Mocht je weer trek hebben in iets lekkers dan kun je bijvoorbeeld ook even een eindje gaan wandelen of fietsen, of bel een vriend of vriendin op, ga naar muziek luisteren en/of swing lekker mee op de muziek. Bedenk voor jezelf wat je graag doet en doe dit op de momenten dat je eigenlijk wat zou willen eten/snaaien.